FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 30 January 2018 15:44

Geen vergelding meer verzoening

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Hollandse Hoogte

De doodstraf mag dan afgeschaft zijn, maar eigenrichting blijft voor tal van mensen een verlokking en advocaten van mensen die van iets vreselijks worden verdacht, krijgen het zwaar te verduren. Abel Hertzberg en Herman Bianchi wezen in de twintigste eeuw een andere, bijbelse weg. Hun inzichten blijven volgens theoloog Willem van der Meiden actueel.

De Joodse advocaat en schrijver Abel Herzberg (1893-1989) bracht in 1944-1945 vijftien maanden door in concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij bevond zich niet in het gedeelte van het kamp waar mensen door honger en ziekten als vliegen stierven en in de laatste oorlogsmaanden zelfs niet meer begraven werden, maar in een gedeelte voor ‘bevoorrechten’. Maar ook daar waren honger en sterfte alom. In zijn herinneringen, die vlak na de oorlog als Amor fati verschenen, beschrijft Herzberg de instelling van een eigen rechtbank van gevangenen, omdat de kleine criminaliteit onder de kampbevolking een ware plaag was en door de Duitsers genegeerd werd. De kampleiding gaf toestemming voor deze rechtbank. Er werden drie rechters aangesteld, een aanklager en een verdediger aangewezen, en er werd zitting gehouden ‘onder de linde’. In het kamp was geen boom te bekennen, maar deze naam had kampcommandant Joseph Kramer bedacht. Er was in het kamp trouwens ook nergens ‘recht’ te vinden… De zittingen waren openbaar en de eerste trok ook bewakers die wel eens naar echt ‘recht’ wilden komen kijken. Er werden relatief lichte straffen uitgedeeld en pogingen gedaan daders en slachtoffers met elkaar te verzoenen. De meeste veroordeelden stierven al voordat de straf ten uitvoer kon worden gelegd aan de geleden ontberingen.

Oog om oog
Deze bizarre enscenering van strafrechtzittingen droeg Herzberg zijn leven lang met zich mee. Het was voor hem de basis van zijn pleidooi voor vergeving, ook van mensen die in de oorlog de beest hadden uitgehangen, zoals in Nederland de Drie van Breda. Dat werd hem door Joden en andere slachtoffers niet in dank afgenomen. Ik sprak met hem daarover in 1982. Het was een indrukwekkende ontmoeting met een stokoude, dove, wijze man met een enorme uitstraling. Het gesprek ging over strafrecht en Herzberg bepleitte vurig om misdadigers tegen wraakneming te beschermen, om eigenrichting tegen te gaan en om de vergelding van een misdrijf in ‘neutrale’ handen te leggen. Voor Herzberg was alleen al het feit dat er zoiets als strafrecht bestond de basis van een humane samenleving. Maar dan moest het wel humaan strafrecht zijn. Hij, die zoveel mensen had zien sterven, was tegen de doodstraf.
We spraken over de strafmaat en kwamen in bijbelse sferen. Herzberg legde het jus talionis uit, het recht van vergelding, in de ‘wetgeving’ op de Sinaï (Exodus 21: 23-25) weergegeven met de bekende woorden: ‘oog om oog, tand om tand’. Ook handen, voeten, branden, wonden, builen, ja zielen (levens) moeten in evenredigheid worden vergolden of vergoed. Niet méér dan dat, zei Herzberg. Deze woorden zijn een correctie op Lamech, die in Genesis 4, 24 uitroept: ‘Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventig maal zevenmaal.’ En hij herinnerde aan de aanplakbiljetten in het door de Duitsers bezette Oost-Europa met teksten als: ‘Voor elke gedode Duitse soldaat zullen 50 partizanen opgehangen worden.’ Het zo berucht klinkende ‘oog om oog’ dus als inperking van buitensporige wraak en represaille: zo had ik er nog niet naar gekeken. Het neemt overigens niet weg dat er in de omringende teksten van de ‘bijbelse wetgeving’ nog veel staat dat voor ons ongekend wreed is.
In die tijd las ik ook graag de schrijver J.B. Charles (1910-1983), onder zijn eigen naam Willem Nagel een vooraanstaand criminoloog. Die maakte zich als schrijver in de jaren ’50-’70 druk en boos over de achterblijvende vervolging van oorlogsmisdadigers en nieuwe restauratieve tendensen in de samenleving. Zelf had hij in het verzet gezeten en kon sommigen ‘ploerten’ na de oorlog wel met blote handen wurgen, schreef hij, maar hij was tegen de doodstraf. Hij begint een klein gedicht, Dom als een heiden, met:
De jonge vrouw vroeg heel bescheiden:
‘En bent u ook godsdienstig?’
Ja, zei ik, ik ben tegen doodstraf.
Het jus talionis wordt in beschaafde kringen als barbaars beschouwd. De islamitische sharia is op vergelijkbare wetgeving gebaseerd en het recht van vergelding gaat terug op de Codex Hammurabi, nog veel ouder dan de Exodusteksten. Ik heb van Herzberg onthouden dat de bijbelse formulering een dam opwerpt tegen excessen, die in een nomadenwereld, waarin het wemelt van eindeloze familievetes en wraakacties, schering en inslag waren. Ergens moet worden afgerekend, vergolden, vergoed, een streep getrokken worden. ‘Vergelding’ (en niet ‘verzoening’) is in ons strafrecht overigens het dragende principe gebleven, ook in culturen waarin besloten is dieven geen handen meer af te hakken en lasteraars niet meer de tong uit te rukken.

Een vracht uitwerpselen
Het strafrecht en de bestraffing zelf zijn in de laatste eeuwen in grote delen van de wereld gehumaniseerd. Lijfstraffen werden afgeschaft, het gevangenisregime werd verzacht, het kapitalisme bracht de boete en andere financiële genoegdoening als strafmogelijkheden. Taakstraffen zijn een relatief nieuwe loot aan deze stam. De doodstraf werd in veel landen in de wereld afgeschaft of niet meer uitgevoerd. Ook de sharia werd veelal gehumaniseerd. Maar altijd weer leiden, ook in West-Europa, barbaarse misdaden tot maatschappelijk rumoer. Eigenrichting is voor tal van mensen een verlokking – ten minste in woorden – en advocaten van mensen die iets vreselijks hebben gedaan, althans daarvan worden verdacht, krijgen het zwaar te verduren. Het feit alleen al dat een advocaat bereid is een ‘monster’ te verdedigen, komt hem of haar te staan op diskrediet en bedreigingen. Toen strafpleiter Wim Anker eens de verdediging van neonazi’s op zich had genomen, werd een vracht uitwerpselen in de brievenbus van het kantoor gedumpt. Hij zei me daarover: “Een verdachte van een ernstige misdaad staat in zijn eentje tegenover een grote en machtige juridisch overmacht. Er moet iemand zijn die hem een paraplu biedt en zijn zaak voor hem voert. Daar zal ik tot mijn laatste snik voor vechten.” Dat zouden woorden van Abel Herzberg kunnen zijn. Toen we het hadden over de berechting van oorlogsmisdadigers, zei die me dat een rechter hierin alleen maar recht kan spreken als hij zich ten minste de vraag kan stellen of hij zelf in een positie terecht had kunnen komen om deze misdaden te plegen. En dat verbond hij dan weer met het gelijkheidsprincipe van het jus talionis.

Inzetten op verzoening
Herman Bianchi (1924-2015) wilde helemaal geen strafrecht en daarvoor vond ook hij bijbelse gronden. De in de jaren ’70 en ’80 spraakmakende criminoloog was een vertegenwoordiger van het abolitionisme, de stroming in de criminologie die afwilde van het strafrecht. Argumenten: gevangenisstraf helpt helemaal niet, het verhoogt de kans op recidive en is maatschappelijk ongewenst, omdat het spanning die een misdaad veroorzaakt intact laat. In plaats daarvan moest volgens Bianchi en de zijnen gezocht worden naar ‘herstelrecht’. Het gaat dan niet meer zoals in het huidige strafrecht om een conflict tussen dader en overheid, maar om een conflict tussen dader en slachtoffer dat om een oplossing vraagt.
Bianchi nam dus afstand van de vergeldingsgedachte en baseerde zich daarvoor op de nieuwtestamentische Bergrede, het ‘ethische manifest’ waarin de evangelisten Matteüs en Lucas Jezus laten zeggen hoe zijn vernieuwing van het joodse denken zich verhoudt tot de Thora. In Matteüs 5, 38-39 radicaliseert Jezus het jus talionis: “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ‘Een oog voor een oog en een tand voor een tand.’ En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.” Bianchi legde dat uit als het verschil tussen uit zijn op vergelding en wraak of inzetten op verzoening. Hij vond dat criminologen de Bijbel moesten lezen en de grote filosofen in plaats van zich blind te staren op de kleine letters van de voortschrijdende jurisprudentie. Zo prudent was dat jus niet. Bianchi haalde zijn inspiratie uit de Bijbel maar ook uit ‘primitieve’ culturen. Hij deed onderzoek naar de strafrechtspraak onder de Noord-Amerikaanse Mohawks en trof daar denkbeelden aan die hem verder zouden inspireren: daders moesten onderhandelen met slachtoffers, desnoods onder begeleiding, om zo een conflict op te lossen of te verzachten. Kwamen ze er niet uit, dan konden de daders beter naar de yankees gaan; daar konden ze 300 jaar gevangenisstraf of erger krijgen.
Het abolitionisme was een tijdlang in zwang bij vooruitstrevende juristen en andere intellectuelen en dreef mee op de populariteit van andere progressieve en op verzoening gerichte maatschappelijke stromingen, zoals de antipsychiatrie en het geweldloze verzet. Ik herinner me dat we op ons theologische dispuut midden jaren ’70 ons een jaar lang bezighielden met misdaad en straf, met het denken en de inspiratie van mensen als Bianchi. We spraken in dat kader in één maand tijd met een lid van de Bond van Wetsovertreders (BWO) en een Utrechtse Officier van Justitie. Onze sympathie voor de boef overtrof vele malen die voor de strak formulerende en niet op emotie te betrappen afgevaardigde van de rechterlijke macht. Hoogtepunt van dat themajaar was een ontmoeting met de Coornhert-Liga, een beweging die zich inzette voor hervorming van het strafrecht. Naamgever was de zestiende-eeuwse humanist Dirk Volkertz. Coornhert, die in de gevangenis een boekje schreef hoe je het leven van gevangenen zinvoller kon maken om er nog enig maatschappelijk profijt uit te halen. Hij vond de ‘spinhuizen’ en ‘rasphuizen’ uit. De Coornhert-Liga bestaat nog steeds, maar lijdt een slapend bestaan.

Nieuwe invalshoek
De herstelrechtbeweging is echter niet uit de belangstelling verdwenen en Bianchi was er op het eind van zijn leven trots op dat hij daaraan had bijgedragen. Real crime is in de media van de westerse wereld razend populair. In Amerikaanse boekhandels vormt deze afdeling de helft van het aanbod. De nieuwere media hebben ervoor gezorgd dat misdaad en straf uit het schemerduister vandaan zijn gekomen en voor iedereen zichtbaar zijn, tot in de ernstigste details. De media-aandacht rond de zoektocht naar Anne Faber, oktober vorig jaar, die het werk van de politie ernstig bemoeilijkte, is er maar een voorbeeld van hoezeer dergelijke gebeurtenissen onder het maatschappelijke vergrootglas liggen en hoeveel mensen er een mening over (willen) hebben. Ook het mediaoffensief tegen de instelling waar de verdachte van de moord leefde, geeft te denken, al kan niet ontkend worden dat dergelijke aandacht ertoe bijdraagt dat feilen en misstanden in de wereld van de begeleiding van veroordeelde criminelen zo aan het licht komen en zo verbetering mogelijk maakt.
Ook de visie van de Bergrede en de behandeling van misdaad en straf in niet-westerse culturen zijn niet van de agenda verdwenen. De rechtsgang in bijvoorbeeld Afrikaanse landen met een gewelddadige geschiedenis wordt beïnvloed door de manier waarop conflicten in de locale gemeenschappen worden bijgelegd en opgelost. In zuidelijk Afrika is ubuntu (‘de mens is er dankzij de ander’), een filosofie die de conflictbeheersing bepaalt van stammen in Zuid-Afrika en Namibië, een grote inspiratiebron voor de politiek, maar ook voor het recht. Op ubuntu – de oplossing van elk conflict tussen mensen is van belang voor en moet gedragen worden door de hele gemeenschap – was het werk van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie gebaseerd, die de weg van verzoening zocht tussen daders en slachtoffers van het apartheidsregime. Nog vorig jaar schreef de Zuid-Afrikaanse juriste Ann Skelton – een specialiste in de rechten van het kind – een mooie verhandeling over ‘herstelrecht en ubuntu’, waarin ze de westerse rechtsgang in het strafrecht het perspectief voorhoudt van de rechtssystemen onder natives uit Nieuw-Zeeland, Australië en Noord-Amerika. Het belangrijke boek verdient een Nederlandse vertaling. Het is een voor ons deel van de wereld nieuwe invalshoek die na een langdurige stagnatie van inhoudelijke bezinning op het strafrecht meer humaniteit belooft dan een beroep op eeuwenoude religieuze teksten.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda