FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 25 January 2018 09:34

'God erbarme zich over de cynici'

'God erbarme zich over de cynici' Tekst: Eric Corsius Beeld: Hollandse Hoogte

"God spreekt in me, alleen z'n stem is wat zwak en ouwelijk geworden. Hij wil niet dat dit alles allemaal vergaat; hij wil dat er iets van blijft nog even en dat 't nog wat op deze aarde vertoeven zal door mij." Nee, een religieus schrijver was Nescio niet, maar als kunstenaar voelde hij zich geroepen om in elk geval tijd te winnen en de vergankelijkheid af te remmen. Hij beschrijft dat, met de hem typerende knipoog, als zijn goddelijke zending.

Dit jaar is het exact een eeuw geleden dat de schrijver Nescio doorbrak met zijn drieluik De uit-vreter, Titaantjes, Dichtertje. Voor mij was dit de aanleiding om deze bundel, die tot voor kort ongelezen in mijn boekenkast stond, eindelijk eens te lezen. Ik werd ontroerd, door het weemoe-dige en tragische levensgevoel dat uit het boek spreekt en door de verfijnde stijl: klankrijk, sober en trefzeker. Hier wist een schrijver in geconcentreerde vorm uit te drukken, waarvoor anderen tien keer zo veel woorden nodig hebben. Hier was een schilder aan het werk, die met een paar penseelstreken hele landschappen wist op te roepen. Ik prees mezelf gelukkig dat ik het boek niet ooit als scholier en 'voor de lijst' had gelezen. Ongetwijfeld zou het me dan niet zo hebben betoverd.
Nu pakte Nescio mij echter beet. Dit hangt ongetwijfeld samen met het feit dat je hem beter gaat waarderen als je de nodige levenservaring hebt. Dan kun je je verplaatsen in het door hem opge-roepen gevoel van vergeefsheid en dan herken je jezelf in de melancholieke terugblik op een jeugd vol vervlogen dromen en veroveringsdrang. Bij mij persoonlijk kwam er nog iets bij. Nescio is ook voer voor theologen. Op openlijke en verborgen wijze verwerkt hij religieuze en bijbelse motieven in zijn teksten. Dit doet hij weliswaar speels en spottend. Niettemin draagt het bij aan het lees-genot als je de indirecte toespelingen opmerkt en de rechtstreekse citaten uit oude en nieuwe testament probeert te duiden.

Jonge honden
Al met al voelde ik me geroepen om op deze plaats iets over Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh, 1882-1961) te schrijven. Ik doe dit in het bewustzijn dat mijn armzalige taal maar sprokkelhout is, vergeleken met de geniale woordkunst van de schrijver. Zei hij zelf niet: "De taal is armoedig, doodarmoedig" en: "Verlept is het woord"? Ik waag het er maar op. Er valt bij Nescio overigens meer te zeggen over het oeuvre, dan over de schrijver zelf. Hij leidde een onop-vallend kantoor- en gezinsleven en een flamboyante persoonlijkheid was hij niet. Tegen een inter-viewer sprak hij de spreekwoordelijk geworden zin: "Schrijft u over mij maar niks!"
Niettemin zijn bij Nescio de biografie en het werk, de 'vent' en de 'vorm' wel degelijk met elkaar verweven. Met name de avonturen van de dagdromende jongens in het debuutdrieluik gaan terug op de jonge jaren van Grönloh. Hij behoorde toen tot een milieu van idealistische jongeren, die het allemaal anders wilden gaan doen dan hun vaders. Zij zochten toenadering tot de schrijver Frederik van Eeden en namen tijdelijk deel aan diens utopische project van de landbouwkolonie Walden. Toen de luchtfietserij van de bevlogen enthousiastelingen de ook pragmatisch aangeleg-de Van Eeden te machtig werd, kwam het tot een breuk en waagde de groep zich aan een idealis-tische kolonie van eigen makelij. Het was van korte duur en het idealisme verzandde.
Grönloh zelf koos definitief voor een burgerlijke loopbaan, om de beoefening van zijn schrijver-schap te bewaren voor zijn vrije tijd. Met een welwillende zelfspot - maar nooit verbitterd of bla-sé - keek de schrijver sindsdien terug op de tijd waarin hij en zijn geestverwanten de wereld wil-den veroveren, maar al snel op grenzen stuitten. Dit gegeven werd de rode draad in zijn qua om-vang bescheiden oeuvre. De titels daarvan spreken al boekdelen. De opstandige Titanen, gemodel-leerd naar zijn idealistische jeugdvrienden, brengt Nescio met zijn verkleinwoord 'Titaantjes' terug tot hun ware proporties. Een dichter met een hemels roepingsbesef reduceert hij tot een aan-doenlijk 'Dichtertje'. Nescio zet in zijn verhalen de jeugdige wereldverbeteraars neer als jonge honden, die wel 'iets' willen bereiken, maar niet goed weten wat. Hij voert hen ten tonele als blinde gedreven dromers, die zichzelf overschreeuwen en uiteindelijk aan lager wal raken of kie-zen voor een flets burgermansbestaan. Van cynisme is hierbij geen sprake, hooguit van invoelende ironie. Nescio matigt zich niet aan dat hij het beter weet. Hij schrijft met tederheid en sympathie over zijn personages. "God erbarme zich over de cynici", zegt hij ergens: "'k Wilde dat ik nog eens bijna kon grienen zonder te weten waarom en hopen op iets, dat nooit komt."

Milde scepsis
Hiermee komen we ook bij het raadsel van het pseudoniem dat Grönloh koos en dat 'Ik weet niet' betekent.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda