FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 03 January 2018 14:10

Bijbelse tijden toen en nu

Bijbelse tijden toen en nu Tekst: Ralf Bodelier Beeld: ANP Foto

Hoe laag we ooit in Maslows piramide stonden, lezen we in de Bijbel. De bijbelse tijden zijn nog zo gewelddadig, zo hongerig en zo ziek, dat we ons er vandaag geen voorstelling meer van kunnen maken. Het klimaat is een drama. Mensen worden bezocht door hongersnoden, zondvloeden, ‘vurigheid, hitte en droogte’. Het wemelt er van ziektes. Van de pest, lepra, zweren en korsten. Er heersen dysenterie en krankzinnigheid; pestilentiën, tering en koorts. In Deuteronomium 28 worden mensen doorlopend geslagen met ‘zweren van Egypte’, met ‘droge schurft’ en met ‘krauwsel waarvan niemand geneest’. En nooit houdt het op. ‘Dag in, dag uit, zult u worden uitgebuit, er is niemand die u komt redden.’ De nood ‘zal zo hoog stijgen dat u uw zonen en dochters zult eten – uw eigen vlees en bloed.’

Bijbelse leiders zijn massamoordenaars. Wanneer David dingt naar de hand van Michal, verlangt haar vader, koning Saul, een bruidsschat van honderd voorhuiden van Filistijnen. David slacht dubbel zoveel Filistijnen af en brengt Saul een kom met tweehonderd voorhuiden. Wanneer Mozes ontdekt dat zijn volk danst om een gouden kalf, laat hij 3000 mannen, vrouwen en kinderen vermoorden. Een vergelijkbaar aantal mensen als in New York omkwam bij de aanslagen op het WTC; met dat verschil dat al deze Israëlieten één-voor-één moeten worden doodgestoken door hun eigen broers, mannen en vaders.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda