FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 21 December 2017 09:00

‘Beleid maken niet vóór maar mét mensen’

‘Beleid maken niet vóór maar mét mensen’ Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Hollandse Hoogte

“Je komt in beweging omdat je je ergert, omdat er onrecht is. Je komt in beweging omdat je het gat wilt dichten tussen wat er nu aan de hand is en waar je heen wil.” Arjan Vliegenthart, SP-wethouder van Amsterdam, over armoedebestrijding, samenwerking met de VVD, de perspectieven van links en zijn drijfveren.

Het is drieënhalf jaar geleden dat Arjan Vliegenthart (38) zijn werkkamer betrok in de Stopera, het Amsterdamse stadhuis aan het Waterlooplein. De SP’er werd wethouder van Sociale Zaken. Dat was de hoofdprijs. Want zoals hij zegt: “Sociale Zaken is echt de corebusiness van de SP.” Wel was voor die winst één groot compromis noodzakelijk: Vliegenthart kwam in een coalitie met aartsrivaal VVD.
Inmiddels nadert het einde van 2017. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, eind maart volgend jaar. “Dat duurt nog even, hoewel de hectiek langzamerhand toeneemt”, zegt Vliegenthart aan het einde van een najaarsmaandag. De avond is net gevallen als hij onbekommerd en energiek zijn verhaal doet. Hij klinkt niet vermoeid, al vertelt hij dat “hard werken voor mij een nieuwe dimensie heeft gekregen”.

Toen u als wethouder begon formuleerde u armoedebestrijding als uw grootste ambitie. Welke armoede komt u in Amsterdam tegen?
“Armoede is onlosmakelijk verbonden met het leven in een grote stad. De geschiedenis laat zien dat mensen altijd naar de stad trekken wanneer ze wat van hun leven willen maken, vaak als ze onderaan de ladder beginnen. Op veel terreinen gaat het hier geweldig goed: je struikelt in de binnenstad over de toeristen; elk jaar komen er tienduizend extra Amsterdammers bij; de huizenprijzen schieten de lucht in. Tegelijkertijd groeit nog steeds een op de vier kinderen op in armoede.”

Hoe definieert u armoede?
“Armoede betekent vooral dat je niet mee kunt doen op school, dat je geen lid kunt zijn van een sportvereniging omdat je de contributie niet kunt betalen, dat je in de winter een net iets te dunne jas aan hebt. Armoede betekent dat je op verjaardagen geen cadeautje mee kunt nemen. Armoede is veel breder dan het aantal mensen dat in Amsterdam de voedselbank bezoekt. Was het maar zo eenvoudig dat we iedereen daar zagen, dan was het probleem nog op te lossen. De ellende is dat veel mensen juist niet bij een voedselbank komen, omdat ze te trots zijn, of omdat ze vinden dat ze het ook zelf kunnen organiseren, en vaak terecht.”

U vindt het fijn dat je als wethouder zo dicht op de huid zit van de mensen. Maar bent u tevreden over wat u kon bereiken de afgelopen jaren?
“Ik vind dat ik mooi op de helft ben, ik heb echt nog vier jaar nodig om dit goed af te maken. De afgelopen jaren hebben we allereerst de doelgroep vergroot die gebruik mag maken van de voorzieningen die Amsterdam biedt. Ook mensen die werken en flexbaan op flexbaan stapelen kunnen er gebruik van maken: bijvoorbeeld een laptop voor kinderen zodat ze mee kunnen doen op school; gratis openbaarvervoer voor ouderen zodat ze ook eens bij iemand op bezoek kunnen of de stad in kunnen; een gratis aanvullende verzekering voor mensen met een smalle beurs, zodat de staat van je gebit niet de staat van je portemonnee reflecteert; voorzieningen omtrent sport en cultuur voor kinderen. We zijn in staat geweest meer geld vrij te maken om mensen werkelijk te helpen, maar de grote uitdaging is dat we beter naar deze groep leren luisteren. Een van mijn grootste zorgen is dat wij vaak beleid maken vóór maar niet mét deze mensen. Dat gaat vaak om heel kleine dingen: waarom krijgt iemand een laptop, terwijl hij op school met een iPad aan het werk moet? Als ik spreekuur houd, wat ik regelmatig doe in de stad, dan vragen mensen eigenlijk altijd om kleine zaken. Een mevrouw zegt: ik run hier in een buurthuis een workshop breien, en iedereen mag gratis binnenlopen. Maar ik heb één probleem: ik heb geen geld voor de wol. Als ik vijftig euro zou krijgen, zou ik daar het hele jaar lang wol van kunnen kopen. Als je op die manier goed luistert naar wat mensen daadwerkelijk willen, boor je in de stad een potentieel aan dat ongekend is. Dat zou er werkelijk toe bijdragen dat de dikte van je portemonnee niet uitmaakt of je wel of niet mee kunt doen.”

Als wethouder bent u ook verantwoordelijk geweest voor het uitvoeren van de bezuinigingen die het vorige kabinet, met de VVD erin, heeft ingevoerd.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda