FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 15 December 2017 09:00

Lege handen en een lege lucht

Lege handen en een lege lucht Tekst: Jurgen Tiekstra

De nieuwe Nederlandse western Brimstone én de Amerikaanse speelfilm No Country for Old Men uit 2007 handelen allebei over de worsteling met het kwaad. Maar wat een verschil. Regisseur Martin Koolhoven toont versleten clichés en geweld om het geweld. Zijn Amerikaanse collega’s Joel en Ethan Coen laten het raadsel van het kwaad zien: de menselijke ervaring tegenover het lijden met lege handen te staan.

Soms komt tijdens het kijken naar een nieuwe speelfilm ineens het verlangen op naar een andere film. Naar een speelfilm die alles wat zich nu voor je ogen afspeelt al eerder in beeld heeft gebracht, maar dan met meer meesterschap, met meer menselijk inzicht, met meer eigenheid.
Ik had het plan om te schrijven over Brimstone, de pas op dvd uitgebrachte internationale filmproductie van Martin Koolhoven. De Nederlandse regisseur had jarenlang, met bewonderenswaardige volharding, gezwoegd aan zijn grote wensdroom: hij wilde een western maken. Dat niet alleen: hij wilde een Engelstalige productie, roulerend tot ver over de Nederlandse grenzen. En het is het Martin Koolhoven gelukt. Brimstone draaide in 2016 zelfs in de competitie van het belangrijke filmfestival van Venetië.

Geweld en wanhoop
Heel gedurfd van de Nederlander is dat hij van Brimstone een nagelharde film gemaakt heeft. Op dat vlak heeft hij geen compromis gesloten om het grotere publiek te behagen. Het is een nare film geworden: de personages zijn ongeremd wreed, het geweld is wellustig, het slachtofferschap is groot. Maar dat kan, want in de film wordt het Kwaad opgevoerd, belichaamd door een onbarmhartige predikant, een toornige geweldenaar. Zijn wrede verschijning is zo alomtegenwoordig dat hij gaandeweg de film de indruk wekt van een geestverschijning, een wezen dat meer is dan een mens.
Maar het gezicht van deze predikant is ontsierd door een litteken. En bij het zien van dat littekenweefsel over de lengte van diens gezicht is het in wezen meteen al duidelijk: met deze film is iets niet in de haak. Een litteken op het gezicht van een kwaadaardig filmpersonage is een diep versleten cliché. Dat is al vingerwijzing genoeg voor hoe Brimstone zichzelf tijdens het kijken inderdaad zal laten zien. Koolhoven voert het Kwaad louter op als excuus voor een western vol geweld en wanhoop. Als filmregisseur is zijn urgentie voor Brimstone puur cinefiel, niet inhoudelijk. Hij wil scènes draaien in een hoerenkeet in een mijnwerkersstadje aan de negentiende-eeuwse Western Frontier, hij wil paard-met-wagens laten ratelen door desolate Amerikaanse landschappen, maar nog meer dan dat: hij wil gebruik maken van de vrijheid die de western als filmgenre biedt om zijn gefantaseerde geweldsuniversum zo plastisch mogelijk te verbeelden.

Stilte vol dreiging
Bij het kijken naar Brimstone groeide in mij het verlangen naar het opnieuw beleven van No Country for Old Men, de speelfilm uit 2007 van de Amerikaanse filmbroers Joel en Ethan Coen. Tien jaar eerder gemaakt, gaat ook deze film over de aanwezigheid van het kwaad in de wereld. Maar meer nog dan dat: het gaat hier over het diepe raadsel van die aanwezigheid. En ook deze film kent geweld, maar geen moment is er de indruk dat de filmmakers zich aan dat geweld verlustigen. Zet No Country for Old Men aan en spits de oren. Het is stil. De personages praten en telefoneren. Ze laten zich koffie inschenken. Ze stappen in auto’s. Ze springen in rivieren. Ze vuren hun geweren af. Maar achter die geluiden is het stil. In Brimstone was onafgebroken een duimendikke muzieklaag te horen, nadrukkelijk onheilspellend geschreven door de in Hollywood componerende Nederlander Tom Holkenborg. Het is een meesterlijke les in doeltreffendheid dat in de aanhoudende stilte van No Country for Old Men minstens evenveel dreiging hoorbaar is.
Een van de hoofdpersonen van deze speelfilm is Ed Tom Bell, sheriff op leeftijd van Terrel County, een bestuurlijke regio in de Amerikaanse staat Texas direct aan de landsgrens met Mexico. In de geschiedenis van zijn county bleef geen enkele moord onopgelost, maar nu in het jaar 2005 stuit hij op de gevolgen van een Mexicaans drugstransport dat is uitgelopen op een niemand ontziende schietpartij. Te midden van dat bloedbad zijn onbekenden ervandoor gegaan met een zakenkoffer vol miljoenen dollars en de volledige inhoud van het betwiste drugstransport zelf. Zowel het Mexicaanse kartel als de Amerikaanse zakenpartners doen alles om terug te krijgen wat van hun is. Het gevolg is een oplopende lijst doden.
Sheriff Bell voelt zich overweldigd door wat hij meemaakt. De kwaadaardigheid die hij aantreft, als veronderstelde ordehandhaver, brengt hem hoe langer hoe meer van zijn stuk. Alsof het kwaad van dit kaliber zijn persoon ontstijgt. Dit is een ander, onontkoombaar kwaad.

Met lege handen
Vleesgeworden zinnebeeld van deze gitzwartheid is een Amerikaanse huurling, Anton Chigurh, die op jacht gaat naar de miljoenenkoffer. Bij zich draagt hij een luchtdrukpistool waarmee in slachthuizen een pin in de kop van een rund geschoten wordt. Chigurh is een gevoelloze figuur, maar wel iemand met ‘principes die geld en drugs overstijgen’, zoals iemand in de film zegt. Oog in oog met iemand die hij zal doden, stelt hij dat het leven van degene tegenover hem alleen maar kan eindigen zoals het nu zal eindigen. Alle beslissingen die diegene in zijn leven heeft genomen hebben geleid tot dit punt. Hij ziet zichzelf als de voleinder van lotsbestemmingen.
In gesprek met een benzinepomphouder gooit Chigurh bijvoorbeeld een muntstuk op. De man moet zeggen: kop of munt. “Maar ik heb niks ingezet”, reageert de pomphouder onthutst. “Dat heb je wel gedaan”, zegt Chigurh. “Je hebt het je hele leven ingezet. Je wist het alleen niet. Zie je het jaartal op de munt? Dat is 1985. Deze munt heeft twintig jaar gereisd om hier te komen. Nu is-ie hier. En ik ben hier. En mijn hand ligt erop.”
Ik citeer hierbij rechtstreeks uit de gelijknamige roman uit 2005 waarop deze speelfilm is gebaseerd, geschreven door de Amerikaanse auteur Cormac McCarthy. Het gebeurt waarschijnlijk zelden dat zowel roman als verfilming van een zo vergelijkbaar hoog niveau zijn. Filmmakers Joel en Ethan Coen hebben het innerlijk van McCarthy’s boek haarfijn aangevoeld: de menselijke ervaring met lege handen te staan ten opzichte van het lijden, met de blik gericht op die ogenschijnlijk al even lege lucht boven je kop.
“Ik heb altijd gedacht dat als ik ouder werd dat God op een of andere manier in mijn leven zou komen”, zegt sheriff Bell tegen een oude vriend. “Dat heeft hij niet gedaan. Ik neem het hem niet kwalijk. Als ik hem was geweest, had ik dezelfde mening over mijzelf gehad als hij heeft.”
Deze houding van Bell lijkt op die van een oudtestamentische psalmzanger: hoe groot ook de zucht om een antwoord van boven, nooit wordt eraan getwijfeld dat dat antwoord wel degelijk kan komen. De Texaanse sheriff vindt zich simpelweg niet waardig genoeg om persoonlijk opklaring van God te krijgen. Hij is zich maar al te bewust van zijn eigen fouten.
In de roman vertelt hij dat hij soms met zijn overleden dochtertje praat, die nu dertig zou zijn geweest. Zelfs zijn vrouw weet daar niks van. “Het maakt me niet uit hoe dat klinkt”, zegt hij. “Ik houd ervan om met haar te praten. Noem het bijgeloof of wat je maar wilt. Ik weet dat ik haar door de jaren heen het hart heb gegeven dat ik zelf altijd heb gewild en dat is oké. Daarom luister ik naar haar. Ik weet dat ik van haar altijd het beste krijg. Het wordt niet bezoedeld door mijn eigen domheid en laaghartigheid.”
Te midden van al dat kwaad, zo meesterlijk getoond in zowel de roman als film, zien we dus vooral, zo blijkt ineens, een zoektocht naar het goede. 

No Country for Old Men is onder meer te zien via Netflix. De dvd/blue-ray van Brimstone is uitgebracht door distributeur Remain In Light.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda