FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 20 November 2017 09:02

‘Het is niet zomaar Gods wil; hij kan van gedachten veranderen’

‘Het is niet zomaar Gods wil; hij kan van gedachten veranderen’ Tekst: Elze Riemer Beeld: Marlot van den Berg

“Gods wil is diversiteit”, stelt acteur Bright Richards. Hij kan de bede ‘laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel’ dan ook niet anders opvatten dan als een uitnodiging om de diversiteit onder mensen te vieren, “zoals dat ongetwijfeld in de hemel ook gebeurt”. Vierde in een serie van zeven gesprekken over de actualiteit van het oudste christelijke gebed, het Onze Vader.

Bright Richards (47) ontvluchtte in 1991 zijn thuis in Liberia vanwege een burgeroorlog. Een van de eerste dingen die hij deed toen hij in Nederland arriveerde was een paar toeristische klompen kopen. Drie jaar lang liep hij daarmee overal naartoe. Van verre hoorden en zagen mensen hem aankomen. Iets waar hij zich prettig bij voelde, want zo was hij het ook gewend in Liberia; daar was hij een bekende televisieacteur die niet zomaar over straat kon. Het bleek de ideale ijsbreker te zijn in het contact met Nederlanders.
Nu, ruim 25 jaar later, zet Richards zich via zijn stichting New Dutch Connections in om oude en nieuwe Nederlanders met elkaar te verbinden. Zo schreef hij het bekroonde theaterstuk As I Left My Father’s House, waarin hij het verhaal van zijn vlucht vertelt, afgewisseld met de verhalen van een joodse onderduiker en een islamitische vluchteling. In het voorjaar van 2018 brengt hij zijn nieuwe theaterproductie op de planken: The Bright Side of Life. Hierin laat hij zijn eigen weg van vluchten en integreren zien, met als conclusie: niet daar waar je vandaan komt, maar daar waar het goed met je gaat is je thuis. Ook heeft hij met New Dutch Connections de ToekomstAcademie opgezet, met meerdere locaties in het land, waar jonge (ex-)asielzoekers de kans krijgen hun talenten te ontwikkelen en in te zetten.

‘Laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel’: wat betekent deze bede voor u?
“Ik hoor daarin Gods verlangen en wil dat het op aarde is, zoals in de hemel, anders gezegd: dat de aarde van de hemel een afspiegeling is. En omdat God ons allemaal uniek heeft geschapen, ligt het voor mij voor de hand te denken dat hij dol is op diversiteit, en eentonigheid maar saai vindt. Gods wil is dus die diversiteit. In die zin denk ik dat de hemel één groot feest is van diverse culturen, karakters en religies. Waarom zou hij ons anders zo veelkleurig en verschillend hebben gemaakt? Ook op aarde zie je die diversiteit terug, maar het feest – dat niet altijd natuurlijk. Dat is aan ons.”

Hoe ziet u dit voor zich?
“Ik moet dan denken aan een parabel over de hemel en hel die in verschillende religies opduikt. In dit verhaal laat een engel de hemel en hel zien aan een man. Eerst komen ze in de hel. In eerste instantie is de man verbaasd; er is geen duivel of sinister figuur te bekennen. In plaats daarvan ziet hij een gigantische zaal vol tafels, volgeladen met de heerlijkste gerechten. Zover hij kan zien, ziet hij mensen aan deze tafels zitten. Hij is jaloers op ze, totdat hij wat beter kijkt en ziet dat ze in plaats van armen enorme vorken aan hun lichaam hebben. Deze vorken zijn zo lang dat ze niet in staat zijn het eten naar hun mond te brengen. De mensen zijn zo gefrustreerd door hun pogingen dat heerlijks te eten, dat ze paars zien van honger, woede en haat. Eenmaal in de hemel krijgt hij exact hetzelfde tafereel te zien. Of toch niet? Als hij beter kijkt ziet hij dat de mensen niet boos zijn, maar juist vrolijk en goed doorvoed. Deze mensen gebruiken de lange vorken om hun buurman eten te geven. Dit is voor mij een verhaal dat de bede ‘uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel’ handen en voeten geeft.”

Hoe werkt deze bede concreet door in uw eigen leven?
“In mijn werk staat die wil van God, het vieren van diversiteit, centraal. Het is niet zo dat ik zijn wil in uitvoering breng, nee: ik wil gelegenheden creëren waarbij we dat allemaal kunnen doen, voor elkaar. Vanuit de diepe overtuiging dat God ons de liefde heeft gegeven om elkaar te helpen, te zien en te bemoedigen. Ik wil daar ruimte voor scheppen, maar God doet uiteindelijk het echte werk. Het is een vorm van overgave die ik terugzie bij allerlei vluchtelingen, welk geloof ze ook aanhangen. Een overgave die zich vooral uit in gebed. Hoe verschillend de traditie, religie of taal ook is – in gebed zijn we verbonden. Voor vluchtelingen zit die verbinding in de noodzaak tot gebed en in het verlangen naar verlossing en vrijheid dat erin wordt uitgesproken. Ik werk veel met ongedocumenteerden en uitgeprocedeerden. Voordat we beginnen met een sessie zeggen ze altijd: ‘Bright, we moeten bidden.’ Het maakt niet uit of ze van Mohammed, Jezus of Mozes zijn - iedereen wil bidden en is door zijn of haar ervaringen doordrongen van het feit: alleen God kan ons helpen.”

Heeft u zelf ook ervaren dat alleen God kan helpen?
“Jazeker. Toen ik op een dag in Liberia eten aan het zoeken was, werd ik tegengehouden door een rebel die een AK47 op me richtte. Het was duidelijk dat hij mij wilde doden. Ik moest me uitkleden en een eind verderop gaan staan. Ik had gehoord dat rebellen dat doen omdat ze het dan makkelijker vinden om je te doden, in plaats van dichtbij iemand neerschieten waarbij er ook bloed op hen spat. Ik ging dus niet bij hem vandaan en smeekte hem om mij in leven te laten. Op dat moment kwam er een man aan die zei: ‘Jij bent toch Johnny?’ (de naam van zijn rol in de televisieserie waarin Richards speelde, ER) En tegen de rebel: ‘Ik ken hem, laat hem gaan’, waarop hij mij liet gaan. Op dat moment kon ik zelf natuurlijk niet bidden, maar mijn moeder deed dat wel, hoorde ik achteraf. Zij had aan één stuk door gebeden dat ik niet dood zou gaan. Precies deze gebeurtenis had mijn moeder namelijk van tevoren gedroomd. Ze kon zelfs de onderbroek beschrijven die ik droeg. Ik twijfel geen moment aan de kracht van gebed. Ik weet niet wie die man was, wel dat het ongelooflijk moedig was om op dat moment voor mijn leven te pleiten. Het had hem zijn eigen leven kunnen kosten.”

Vindt u het Onze Vader ook een krachtig gebed?
“Eerlijk gezegd bid ik zelden het Onze Vader, omdat ik daarmee niet ben opgegroeid. In het Afrikaanse christendom is bidden ontzettend belangrijk, maar dan wel in de vorm van een dialoog. Waar ik opgroeide gingen we soms de hele nacht door met bidden. Waarom? Zoals ik al zei: we geloven in de kracht van het gebed en in de wonderbaarlijke kracht van God. We geloven dat je leeft door genade. In die zin was er ook de noodzaak om te bidden. In de Afrikaanse cultuur leeft het geloof dat elke dag een wonder is; je dankt God letterlijk op je blote knieën als je veilig thuis bent gekomen van je werk. Er is niets waar je op kunt vertrouwen, of het nou het verkeer is of de overheid. Dan blijft alleen God over om op te vertrouwen, en dat doen we dan ook met volle overgave.”

En nu in Nederland, ervaart u hier nog de noodzaak om te geloven?
“Nee, eigenlijk niet. Alles is hier goed geregeld en voor elkaar. Ik ben druk met van alles en nog wat, de dingen lijken onder controle. Vertrouwen op God is niet meer nodig. Mijn geloof is dan ook zwakker geworden. Ook omdat je er zelf veel voor moet doen, in plaats van dat je meebeweegt met de cultuur – zoals ik dat gewend was in Liberia. Daar was ik onderdeel van een ‘wij’ die ‘gewoon’ geloofden in God. Toen ik hier kwam was ik genoodzaakt om mijn ‘ik’ te gaan zoeken, want die is hier veel belangrijker. We werken hier hard aan onze ‘ik’ en dan is het tegennatuurlijk om je over te geven aan God. Al met al heb je veel moed nodig om gelovig te zijn in het Westen. Soms zoek ik nog een Afrikaanse kerk op. De manier waarop daar gebeden wordt vind ik zo prachtig. Vol overgave je helemaal laten gaan, voorbij alle rationaliteit.”

U begrijpt overgave als een volledig vertrouwen op God, het besef dat God alleen kan helpen. Maar er zijn ook mensen die overgave, zeker in verband met de bede ‘uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel’, begrijpen als een: ‘Ik kan willen wat ik wil, maar uiteindelijk doet alleen Gods wil ertoe’. Hoe ziet u dat?
“Nee, dat gaat me te ver. Dat is een soort inshallah (‘als God het wil’). Vanuit het Afrikaanse christendom kennen we dat niet. Wellicht zijn we te selectief in wat we geloven, maar ‘niet mijn wil, maar uw wil geschiede’ vinden wij heel moeilijk om te zeggen. We geloven echt in de dialoog met God, zoals bijvoorbeeld Abraham dat deed toen God Sodom en Gomorra wilde verdelgen. Het is niet zomaar Gods wil; we hebben een relatie met elkaar en hij kan van gedachten veranderen. God is iemand met wie je gesprekken hebt. Het is niet zo dat je zomaar alles accepteert. Wat dat betreft moeten we niet vergeten wat er op het Onze Vader volgt: ‘Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan’ (Lucas 11, 9-10).”

Soms wordt de bede nog verder doorgetrokken, namelijk met het idee dat blijkbaar alles wat hier op aarde gebeurt Gods wil zou zijn.
“Zo zie ik dat helemaal niet. ‘Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel’ is voor mij een beeld: zoals in de hemel Gods wil gebeurt, zo gebeurt dat ook op aarde – zoals in de hemel dus. Het is zoals Martin Luther King zei: ‘Ik heb een droom dat op een dag elke vallei omhoog zal komen, elke heuvel en elke berg klein gemaakt zullen worden, de dichtbegroeide plaatsen tot vlakten zullen worden, en de scheve plaatsen recht zullen worden gemaakt en de glorie van de Heer onthuld zal worden en al wat van vlees en bloed is dit tezamen zal zien.’ Dát is Gods wil.”

En ondertussen..?
“Ondertussen heeft God ons geen geest van lafhartigheid gegeven. Ik vind de bijbelse taal wat dat betreft fantastisch; als kind las ik al graag in de Bijbel. Mijn theatervoorstellingen zitten vol met bijbelcitaten, want mooier dan de Bijbel kan ik de dingen vaak niet zeggen. In dit geval staat er scherp: ‘Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en warm. Was u maar koud of warm!’(Openbaring 3, 15). God heeft ons niet geschapen om laf of ‘lauw’ te zijn. Wij mogen meewerken aan het tot uitvoering brengen van Gods wil en verlangen, door steeds weer de liefde te zoeken. Niet vanuit een schuld- of zondebesef, daar heb ik helemaal niks mee. God ziet ons niet als zondaars, maar als zijn geliefde kinderen. Zo mogen we ook naar de ander kijken.” ●

Bright O. Richards (Monrovia, Liberia, 17 december 1969) is theatermaker en acteur en artistiek leider van New Dutch Connections (NDC). In 2004 richtte hij samen met zijn vrouw Margriet Stuurman deze stichting op met het doel om jonge vluchtelingen een netwerk te bieden zodat hun kansen op economische zelfredzaamheid worden vergroot. Dit gebeurt onder meer door de inzet van theater en het oprichten van ToekomstAcademies door het hele land. Met zijn voorstelling As I Left My Father’s House toert Richards al jaren door het hele land, met als doel de interculturele en interreligieuze dialoog aan te gaan. Vanaf maart 2018 is zijn nieuwe voorstelling The Bright Side of Life te zien in het theater.
Bright Richards en Margriet Stuurman wonen met hun drie kinderen in Utrecht.
Meer info op: www.newdutchconnections.nl.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda