FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 17 November 2017 09:00

'Ik neem graag het heft in handen'

'Ik neem graag het heft in handen' Tekst: Frieda Pruim Beeld: Trudy Witteman

Fieke Klaver (63) werkte als protestants predikant 24 jaar in katholieke functies, onder meer bij het Ignatiushuis. Als voorzitter van de stichting VPSG en bestuurslid van de Oecumenische Vrouwensynode vraagt ze aandacht voor machtsverhoudingen in de kerk.

“Mijn moeder zei altijd: ‘De man is het hoofd, maar de vrouw is het nekkie: daar draait het om.’ Ze deed veel, maar haar werk was onzichtbaar. Als reactie daarop sta ik voor wat ik doe. Ik was een religieus kind, op een intuïtieve manier. Als dochter van gereformeerde ouders ging ik aan de Vrije Universiteit theologie studeren. Daar was het me te eenzijdig op het hoofd gericht. Geregeld ging ik naar kloosters voor wat spiritueel tegenwicht.
Toen ik in 1973 ging studeren, waren ze nog niet gewend aan vrouwen op de faculteit. We hadden weinig voorbeeldvrouwen, maar waren vast van plan om de wereld te veranderen. Ik werd gekozen in het faculteitsbestuur. De feministische theologie, die net opkwam, sprak me aan. Breien tijdens colleges was populair. Toen ik een keer afwezig was, merkte een oudere hoogleraar op: ‘Fieke komt toch nog wel breien?’

Zegen van een vrouw
Mijn eerste domineesbaan was in Sittard. Vrouwelijke kerkleden vonden het ontroerend om voor het eerst de zegen van een vrouw te krijgen. Een enkeling zei: ‘Als er iets ernstigs met me is, heb ik liever een echte dominee.’ In mijn eerste jaarverslag had ik veel vragen opgenomen. Daarmee bedoelde ik: denk met me mee, maar het werd door mannen opgevat als onzekerheid. Intervisie hielp om hier beter mee te leren omgaan.
Samen met een andere vrouw werd ik de eerste vrouwelijke voorzitter van de Samen Op Weg-classis in Limburg. Daar voerden altijd maar een paar mensen het woord. Daarom voerden wij een rondje in om ervaringen uit te wisselen. Als ik weer over de positie van vrouwen begon, voelde ik me soms een drammer.
Na zeven jaar Limburg werd ik catecheet in het dekenaat Leiden, een katholieke baan. Mijn katholieke collega’s zagen mij als ambtsdrager en in die zin als gelijkwaardig aan een priester. Door hen voelde ik me serieus genomen, soms meer dan onder dominees. Predikanten zijn over het algemeen hoofdmensen; katholieke pastores zijn meer doeners. Dat sloot goed aan.
Acht jaar later, in 1998, vond ik een baan in het katholieke Ignatiushuis in Amsterdam. Ambtelijk werd ik verbonden aan de protestantse Oranjekerk. Op beide plekken werd ik als vrouw gerespecteerd. Maar terwijl in de protestantse kerk steeds meer vrouwen in dienst kwamen, werden ze er in de katholieke kerk uit gewerkt. Veel mannelijke collega’s lieten dat gebeuren. Dat blijft een enorme teleurstelling.
Een vriendin van me, vroeger gereformeerd maar nu non, vond in die tijd dat ik katholiek moest worden omdat ik zo’n grote affiniteit heb met het katholicisme. Maar waarom zou ik dat doen? Bij de katholieken zou ik in de marge belanden. Mijn beleving van de eucharistie is meer katholiek dan protestant, maar dat is iets tussen God en mij; daarvoor hoef ik niet van kerk te veranderen.
In het Ignatiushuis ontdekte ik gaandeweg hoe een hiërarchische organisatie werkt. Ik was platte organisaties gewend. Er was ruimte en waardering voor mijn werk, maar samenwerken betekende meewerken. Het voelde als terug naar het hoofd en het nekkie en dat gaf stress. Tegelijkertijd werd mijn eigen geloof verdiept door de traditie van Ignatius.

Soorten macht
Sinds 2014 ben ik bestuurslid van de Oecumenische Vrouwensynode. We besteden veel aandacht aan het gesprek met jonge vrouwen, om samen gender op de agenda in de kerken te houden. Als voorzitter van de stichting VPSG (advies en ondersteuning bij vragen rond seksueel geweld, godsdienst en zingeving, FP) wil ik stimuleren dat er meer gepraat wordt over soorten macht in de kerk en in families. Als pastor heb je andere macht dan als kerkganger, als ouder een andere macht dan als kind. Een verkeerde omgang daarmee kan seksueel geweld in de hand werken.
Ik neem graag het heft in handen. Daarbij heb ik veel aandacht voor beleving, inclusief taalgebruik en het levensverhaal van mensen. Verbinden vind ik ook belangrijk. Ik schep graag ruimte voor waar je inspiratie vandaan komt. Relaties beleef ik als een driehoek: mezelf, de ander en het goddelijke. Iets van mezelf of van God kan ik in de ander herkennen. Als ik me aan iemand erger, helpt het me om te denken: ook deze mens is een kind van God.
Een tijdje terug ben ik op mijn hoofd gevallen, waardoor ik minder aan kan. Mijn werk bestaat nu vooral uit het begeleiden van mensen die zoeken naar hun spirituele krachtbronnen. Daarbij ben ik terughoudend: ik schep voorwaarden, maar laat veel ruimte voor de Geest.” ●

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda