FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 03 November 2017 09:03

‘Duurzaamheid vraagt om solidariteit’

‘Duurzaamheid vraagt om solidariteit’ Tekst: Jurgen Tiekstra

Het nieuwe kabinet staat voor een enorme opgave, zegt duurzaamheidsexpert Jan Rotmans: een halt toeroepen aan de klimaatcrisis. De inzet voor duurzaamheid vereist een enorme omslag in doen en denken. “De kern van het probleem blijft het economisch domein, dat letterlijk en figuurlijk ziekmakend is.”

De Tesla van Jan Rotmans (56) staat aan de laadpaal. Het is een donderdagmiddag en hij is onderweg naar Brussel, als delegatielid van de Regio Rotterdam-Den Haag. In de Europese hoofdstad lobbyt hij al langere tijd voor extra investeringsgeld, dat broodnodig is voor de overstap in Zuid-Holland naar de zogenoemde new economy: een regionale economie zonder afval en zonder CO2-uitstoot, met (beroeps)opleidingen die zijn voorgesorteerd op de digitale en duurzame toekomst. “Wij zijn zo ongeveer de slechtst presterende regio in West-Europa”, zegt hij. “Wij zijn in fossiel verwekt in deze regio. Kijk maar naar de haven, kijk naar de Greenport in het Westland.”
In de ogen van Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit, bevinden we ons in een historische periode van omwenteling, vergelijkbaar met de tweede helft van de negentiende eeuw. In die tijd industrialiseerde de economie dankzij de verbrandingsmotor, de stoomturbine en de elektriciteit. Maar ook sociaal ging van alles over de kop: er ontstond een middenklasse, de parlementaire democratie zag het licht en begin twintigste eeuw werd het algemeen kiesrecht ingevoerd.
Een vergelijkbare economische en sociale omwenteling ziet hij ook nu plaats grijpen, als gevolg van de digitale en industriële vernieuwingen. Ten eerste decentraliseert de economie zich, dankzij de ICT en vindingen als de 3D-printer. Maar ook de machtsbalans kantelt, denkt hij: top-down bestuur is passé, want de macht ligt in toenemende mate bij burgers die zich organiseren in maatschappelijke bewegingen en coöperaties.

Met de komst van het nieuwe kabinet kijken we uit op de komende vier jaar. Is die periode belangrijk in uw gehele omwentelingsvisie?
“Ja en nee, omdat een transitie zich uitstrekt over zeven tot acht van die kabinetsperioden. Dat duurt decennia. Tegelijkertijd kan elk kabinet een verschil maken. Ik heb niet al te hoge verwachtingen van dit kabinet, maar op het gebied van de energietransitie verwacht ik wel wat stimulerende maatregelen. Met GroenLinks in het kabinet had dat beter uitgepakt, maar met de ChristenUnie en D66 moet toch wat mogelijk zijn. Er komt een minister voor energie en klimaat. Als die de energietransitie gaat coördineren, dan is dat winst. Maar goed, er komt ook weer een minister van Landbouw, als pendant. Dat is dan weer het CDA, als tegenhanger. Ik heb bij het vorige kabinet al gezegd: er moet een minister van duurzaamheid komen. Het klimaat is de allergrootste opgave. We moeten die CO2-uitstoot omlaag brengen en we moeten sneller verduurzamen. Dat wordt een hels karwei. De doelstellingen die geformuleerd zijn voor 2020 gaan we niet halen. Dus er moeten wel twee tandjes bij.”

U heeft eerder gezegd dat we nog tot 2020 in een crisisperiode zitten. Tot die tijd zijn nog grote veranderingen mogelijk. Dat staat nu voor de deur.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda