FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 16 October 2017 09:00

Kunstenaars in dienst van het woord

Lucas Cranach de Oudere (1472-1553): De Kinderzegening Lucas Cranach de Oudere (1472-1553): De Kinderzegening Tekst: Eric Corsius

Het protestantisme zou van schoonheid niet weten? Een hardnekkig misverstand en vooroordeel, meent Eric Corsius. De Reformatie levert een eigen, rijke bijdrage aan onze cultuur. Domineren bij calvinistische kunstenaars de strakke lijnen, lutherse kunstenaars vertellen een verhaal en verkondigen het Evangelie. Een kunstenaar als Lucas Cranach de Oudere nodigt ons juist uit om in het verhaal te stappen en mee te gaan.

Er bestaan bij Nederlandse katholieken, alle oecumenische inspanningen ten spijt, nog steeds veel vooroordelen en frames over protestanten – en omgekeerd. Eén hardnekkige roomse mythe behelst dat het protestantisme als zodanig geen beeldcultuur kent en schoonheidszin ontbeert. De protestanten: dat zijn toch die aanbidders van het woord, die mensen die opgesloten zitten in hun hoofd, die geen gevoel hebben voor vormgeving? Om dit negatieve beeld te ondersteunen wordt dan graag verwezen naar de Beeldenstorm (die daarbij nogal uit zijn historisch verband wordt gerukt) en de kale kerkinterieurs die daarvan het gevolg zijn. Ook de sobere, rechtlijnige, ja: geestdodende eredienst moet het ontgelden. Zeker bij de calvinistische variant van het protestantisme, die in Nederland domineert, lijkt dit allemaal te kloppen: het vreugdeloze, strenge en sombere geloof (ook al zo’n vooroordeel!) wordt immers volmaakt weerspiegeld in de gortdroge kerkdiensten. Alles wat de zinnen maar enigszins streelt – om het Griekse woord ‘esthetiek’ te parafraseren – is taboe.

Strakke lijnen
Voor de eredienst en het binnenkerkelijke leven moge dit tot op zekere hoogte gelden (al is er inmiddels een rijkere variatie): in het dagelijks leven kan het protestantisme geen culturele rijkdom worden ontzegd. We hoeven maar een blik te werpen op de schilderkunst of de literatuur van de Gouden Eeuw, om vast te stellen dat juist het strenge Nederlandse protestantisme kunst van wereldformaat heeft voortgebracht. En laten we eerlijk zijn: heeft niet juist de soberheid en kaalheid van de protestantse kerkelijke cultuur een heel eigen vorm van schoonheid opgeleverd? Zelf ervaar ik in de strakke lijnen van de eredienst in elk geval een grote charme, los van het feit dat ze tot inkeer en concentratie leiden. Heeft bovendien de obsessieve toeleg op het Woord er niet toe geleid, dat onder protestanten een verfijnde en sterke verbale cultuur is gegroeid? De Statenvertaling wordt immers nog steeds geroemd om haar bijdrage aan de rijkdom van de Nederlandse taal. En heeft last but not least ook de muziek niet veel te danken aan het Nederlandse protestantisme? Zonder ons protestantisme zou Nederland nooit de kampioen in het uitvoeren van passiemuziek zijn geworden – hetgeen, toegegeven, een luthers fenomeen is, dat echter door ruimhartige calvinisten royaal is geïmporteerd.
De kunstzinnige vitaliteit van het protestantisme – met zijn paradox van soberheid en schoonheid –  komt op kenmerkende wijze tot uiting in de schilderijen van Pieter J. Saenredam (1597-1665). Deze schilder uit de zeventiende eeuw, met zijn onmiddellijk herkenbare stijl, portretteerde vrijwel uitsluitend de interieurs van protestantse kerken en heeft daaraan zijn grote roem te danken. In deze werken maakt hij dankbaar gebruik van de eenvoud en rechtlijnigheid van de kerkgebouwen. Het spel van licht, schaduw en dieptewerking levert beelden op die bijna abstract, ja: non-figuratief zijn. Als de minuscuul weergeven menselijke figuren – de kleinheid van de mens kan natuurlijk niet genoeg worden benadrukt voor een calvinist uit de zeventiende eeuw – er niet op zouden staan, zou een schilderij van Saenredam kunnen doorgaan voor een werk uit het Bauhaus of de Stijl.

Strenge godgeleerde
Genoeg schoonheidszin in het Nederlandse protestantisme dus. Nu gebiedt de eerlijkheid om te zeggen, dat het calvinisme altijd is blijven worstelen met kwesties rond schoonheid. Een bekend voorbeeld is de reformatorische theoloog Karl Barth (1886-1968). Bij al zijn manische concentratie op de kern van de openbaring, de Bijbel en het geloof, was dit rechtzinnige boegbeeld een breed gevormde kosmopoliet en een man van de wereld. Schoonheidszin was hem niet vreemd. Menige bladzijde uit zijn werk laat zich lezen als literatuur. En, wat belangrijk is in dit verband: Barth was een groot liefhebber van muziek, de muziek van Mozart voorop. Daarop werd hij vaker bevraagd – niet in de laatste plaats door zichzelf. Hoe kon hij als radicaal reformatorisch theoloog uit de voeten met deze onbekommerde, zo pretentieloos klinkende en van levensvreugde blakende muziek? Waardoor voelde de zo strenge godgeleerde zich thuis bij de componist die met zijn muziek ‘ja’ zei tegen het leven?
>Barth had voor dit raadsel een echt reformatorische oplossing, die juist uitging van de genoemde pretentieloosheid. De muziek van Mozart heeft, zo stelde hij, als creatief product van de mens niet de pretentie om zich in Gods zaken te mengen en God voor de voeten te lopen. Zijn muziek wil ons niet moedwillig iets onder de neus wrijven. Zij wil niet de verkondiging overdoen: “Mozart wil niets zeggen, maar alleen maar zingen en muziek maken. En zo dringt hij de toehoorder niets op, verlangt van hem geen beslissingen, geen bepaalde houding; hij laat hem geheel vrij. Hij wil ook niet de lof van God verkondigen. In feite doet hij dit echter wel: juist in de bescheidenheid, waarin hij, in zekere zin zelf slechts instrument, alleen maar laat horen, wat hij blijkbaar zelf hoort, wat uit Gods schepping tot hem doordringt, in hem naar boven komt en door hem zijn uitdrukking vindt.”
Mozarts muziek blijft, zegt Barth hier met andere woorden, altijd spreken voor eigen rekening, zonder zich achter God te verschuilen. Ze is, met haar originele harmonieën en gelaagde stemmingen, een getrouwe echo van de Schepping in haar combinatie van licht en schaduwzijden, maar tevens een zelfstandige grootheid tegenover de Schepper, zoals de Schepping zelf dat ook is. Misschien wilde Barth zijn eigen passie al te nadrukkelijk goedpraten en inpassen in zijn rigoureuze denkwereld. Hij formuleerde niettemin een intrigerende verklaring van de paradox van de onbekommerde kunstbeoefening bij veel ‘steile’ protestanten. Zijdelings formuleert hij, vanuit zijn calvinisme, ook nog eens een actuele kritiek op de neiging van ons mensen om onszelf met heel ons innerlijke hebben en houden te etaleren. Kunstenaars worden daardoor, met name sinds de negentiende eeuw, beoordeeld op hun vermogen tot ‘ontboezeming’. In onze tijd is de drang tot authenticiteit en emotioneel exhibitionisme zelfs tot een manie van de massa geworden.

In het verhaal stappen
In de lutherse wereld lag en ligt het allemaal wat minder gecompliceerd: hier behield schoonheid ook binnenkerkelijk haar functie. De ‘kunstvijandigheid’ was van meet af aan minder aanwezig bij de lutherse variant van het protestantisme. Maarten Luther (1483-1546) zelf was te zeer zielzorger en mystagoog om zaken af te wijzen die de verkondiging konden ondersteunen, zoals kunst en muziek. Hij musiceerde graag en legde de grondslag voor een rijke muzikale traditie. Ook had hij respect voor de beeldende kunst als getuigenis, geheugensteun en teken. Het beeld brengt Gods woord letterlijk onder ogen en houdt het voortdurend in gedachten en herinnering, stelde hij. Als de kunst dat niet doet, dan doet onze fantasie dat wel. Bij het horen van een bijbelverhaal maken we ons immers allerlei voorstellingen. Wij mensen zijn nu eenmaal ‘beelddenkers’. Dan is het ook maar beter als een verantwoord kunstenaar ons helpt om een júist beeld te vormen. Daarbij is het ook van belang dat de beelden, waar nodig, worden vergezeld van teksten die verwijzen naar het bijbelse gegeven of het dogma.
Hiermee heeft het beeld een andere functie en rol gekregen dan in de katholieke traditie. Het lutherse kerkelijke kunstwerk vertelt een verhaal en verkondigt het Evangelie. Katholieke altaarstukken, ramen en kruiswegen vertellen uiteraard ook verhalen. Uiteindelijk ligt het accent echter anders. Katholieke schilders willen de afgebeelde personen vooral in het hier en nu aanraakbaar maken. In hun werk komt de hemelse wereld naar ons toe. De lutherse kunst nodigt ons juist uit om in het verhaal te stappen en mee te gaan. Zij heeft met andere woorden een ‘retorisch’ karakter, net zoals de lutherse kerkmuziek. Nog anders gezegd: katholieke kunst roept op tot meditatie en verering, lutherse kunst vertelt en onderricht.

Bevoorrecht kunstenaar
Deze ontwikkeling is goed te zien in het werk van Lukas Cranach de Oudere (1472-1553), aan wie onlangs een grote expositie was gewijd in Düsseldorf. Cranach, een bevlogen artiest en een gedreven kunsthandelaar, was een echte renaissancekunstenaar die in zijn beginjaren invloeden onderging van de Italiaanse schilders en de humanisten. Vanaf 1505 was hij in dienst van de keurvorst van Sachsen in Wittenberg. Als schilder en graficus legde hij zich toe op vorstenportretten en kerkelijke kunst. In Wittenberg leerde hij Maarten Luther en diens strijdmakker Philipp Melanchton kennen, wat leidde tot vriendschappen voor het leven. Cranach werd de bevoorrechte kunstenaar van de Reformatie. Niet alleen maakte hij de meest beroemde en klassieke portretten van Luther: hij leverde ook illustraties bij diens bijbelvertaling en bij strijdschriften uit de Reformatie.
In Cranachs werk is goed de overgang te zien van een meer contemplatieve, katholieke kunst naar een meer onderrichtende, lutherse kunst. Zo schilderde hij in dienst van de Hervorming met graagte indringende en ontroerende bijbelse en apocriefe taferelen, zoals het verhaal van de overspelige vrouw of het afscheid van de apostelen na de hemelvaart van Christus. In de geest van zijn tijd maakte hij bovendien allegorische taferelen, bijvoorbeeld over de voorrang van het geloof boven de werken of de genade boven de wet. Voor de goede verstaander is in Cranachs werken de lutherse boodschap duidelijk verneembaar, ook als het louter een bijbels gegeven weergeeft. Het meermalen door Cranach geschilderde tafereel De Kinderzegening bijvoorbeeld is meer dan een lust voor het oog (hoewel het dat zeker ook is). Het getuigt van Jezus’ omgang met onbevangen kinderen, die zich aan hem toevertrouwen. Dit herinnert aan het desbetreffende evangelieverhaal, maar is tevens de echo van luthers mantra: ‘Alleen het geloof, alleen de genade!’ Het is een boodschap die ook mij, katholiek van huis uit, uit het hart is gegrepen, zeker als Cranach haar over het voetlicht brengt, met de onstuitbare overredingskracht van de kunst. 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda