FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 20 September 2017 14:58

Eenmansoorlog in Indië en Nederland

Auteur Alfred Birney ontving in mei de Libris Literatuurprijs. Auteur Alfred Birney ontving in mei de Libris Literatuurprijs. Tekst: Nico Keuning Beeld: ANP Foto

Nederlands-Indië kwam tot ons via Multatuli en Louis Couperus. Nu heeft Alfred Birney de Libris Literatuurprijs gekregen voor een roman over zijn eigen vader die een eenmansoorlog streed tegen elke bezetter of vrijheidsstrijder die het op de Hollanders had gemunt.

De Vredesweek heeft dit jaar als thema ‘De kracht van verbeelding’. In de roman De tolk van Java, van Alfred Birney betekent verbeelding ‘de spoken’ in de kop van de vader, oud-marinier die vocht en moordde tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap, de overgangsperiode van koloniaal Indië naar de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië. Birney beschrijft ook nog een andere oorlog: de jarenlange strijd tussen de zachtaardige zoon en de gewelddadige vader.

Indische letteren
Nederlands-Indië zit in de genen van menig Nederlander, ook literair gesproken. Wie kent niet De stille kracht van Louis Couperus, of Max Havelaar van Eduard Douwes Dekker, de schrijver die opkwam voor de achterstelling van de inlandse bevolking, zij het geschreven vanuit het perspectief van een koloniaal denker. Een andere klassieker is Het land van herkomst, van E. du Perron. Ook Oeroeg van Hella Haasse gaat uit van verschillende culturen in de onmogelijke vriendschap van twee jongens. En dan zijn er de prachtige Indische verhalen vol dreiging en waanzin van A. Alberts. Het is maar een greep uit de boekenkast Indische letteren.
Na de Japanse bezetting van Indië, de overgangstijd (Bersiap) en de twee Politionele Acties (“een koloniale oorlog”, zegt Alfred Birney) naar een onafhankelijk Indonesië, komt er in de literatuur een ander Indië tot leven: het leven in de Jappenkampen. Het pannetje van Oliemans, van C. van Heekeren, Een beetje oorlog, van Rob Nieuwenhuys, Kind van de Oost, van Hans Vervoort, Terug naar Negri Pan Erkoms en Het Oostindisch kampsyndroom, van Rudy Kousbroek, Bezonken rood, van Jeroen Brouwers. Deze laatste twee voerden jarenlang een pennenstrijd over het waarheidsgehalte van de kampervaringen. Jeroen Brouwers zou van de ervaringen van een vierjarig kind fictie hebben gemaakt en het leed hebben uitvergroot. Kousbroek sloeg weer door naar de andere kant. Doordat hij in het kamp elke dag bij zijn vader kon zijn, stond het kamp voor Kousbroek ongeveer gelijk aan het paradijs.
In het algemeen hangt rond het schrijven over de Jappenkampen – in tegenstelling tot de literatuur (fictie en non-fictie) over de Tweede Wereldoorlog – het idee dat je het leed niet moet overdrijven. Vandaar de titel Een beetje oorlog, van Rob Nieuwenhuys. Deze stilzwijgende wet wordt in De tolk van Java door Alfred Birney doorbroken door zijn vader als protagonist ‘Arto Nolan’ op te voeren in diens meedogenloze eenmansoorlog tegen Japanners, pemoeda’s en pelopors. Kortom, tegen elke bezetter of vrijheidsstrijder die het op de Hollanders heeft gemunt.

Beetje oorlog
Birney als de moderne Douwes Dekker. Hij laat niet alleen de onderdrukking zien door de lezer mee te voeren naar het front waar de kogels je om de oren vliegen, naar plekken van vernielingen, martelingen en moorden, hij maakt vooral duidelijk wat de beweegredenen van de vader zijn en wat de gevolgen zijn van etnische onderdrukking, opvoeding en oorlog. De vader is de onwettige zoon van een Europese vader en een Chinese moeder. Een Indo-Europeaan. Ondanks zijn Indische vriendjes voelt hij zich van jongs af aan verwant aan de Hollanders. Ook tijdens de Bersiap, als diezelfde vriendjes strijden voor een vrij Indonesië. Vriend Radèn Soemarno begrijpt hem niet: “Ik heb gezien hoe vele Indische mensen jou hebben vernederd en veracht, louter omdat jij een onwettig kind bent. In de Japanse tijd waren wij vaak samen, wij hebben samen verzet gepleegd met nog meer Indonesische jongeren. Jij voelt je een Indo, maar waar waren al die Indo’s toen jij ze nodig had?” Even wankelt Arto, maar hij herpakt zich: “Toch, ergens heel diep in mijn ziel voelde ik mij niet thuis in hun wereld. Al sinds mijn prille jeugd had ik vaak het gevoel dat ik niet thuishoorde in Indië.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda