FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 06 September 2017 09:00

Outsider art: Gekkenwerk of kunstwerk?

August Klett, 'La Caprice' ad republiek, 1923 August Klett, 'La Caprice' ad republiek, 1923 Tekst: Elke van Riel

Na de Eerste Wereldoorlog verzamelde de Duitse psychiater en kunsthistoricus Hans Prinzhorn werken van patiënten uit psychiatrische instellingen. Deze zomer zijn deze werken te zien in het Outsider Art Museum. Maar gaat het hier wel om kunst?

In de gang bespieden magische fantasiewezens met vele ogen de bezoeker. Ze hebben meerdere gezichten, boven elkaar. Met hun lijven vol scherpe punten en vogelachtige klauwen doen de sculpturen van de Japanse autistische kunstenaar Shinichi Sawada (1982) denken aan natuurgoden. Ze maken deel uit van de vaste collectie van het Outsider Art Museum, sinds anderhalf jaar gevestigd in een vleugel van de Hermitage in Amsterdam.

Obsessief
Tot 24 september is daar de expositie De lijst van Dubuffet, meesterwerken uit de Prinzhorn collectie te zien. Die bestaat uit aquarellen en potloodtekeningen uit het begin van de twintigste eeuw. Terugkerende thema's: personen, demonen, angstvisioenen, strijd, religieuze motieven en vogels. Enkele werken roepen associaties op met het werk van Chagall, ook door hun naïeve stijl. Het gaat echter niet om imitaties. Deze tekeningen waren juist inspiratiebron voor kunstenaars van naam, zo maakt een animatiefilm duidelijk.
Onder de tekeningen staat commentaar, afkomstig uit het notitieboekje van kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985). Hij bezocht in 1950 de collectie van de Duitse psychiater en kunsthistoricus Hans Prinzhorn aan de Universiteit van Heidelberg. Prinzhorn verzamelde na de Eerste Wereldoorlog werken van patiënten uit psychiatrische instellingen. ‘Zeer interessante en imposante collectie met prachtige kunst (aquarellen)’ oordeelt Dubuffet over het werk van August Klett. Een kleurige tekening van een groot groen beest met gewei van Franz Karl Bühler noemt hij echter 'middelmatig'. En 'de haas' van August Natterer, die toch het tentoonstellingsaffiche siert, vindt hij 'niet zoveel bijzonders'. Prinzhorn waardeerde zijn werk juist als 'hallucinatoire verschijningen'.
Wat opvalt, is het grote aantal werken dat beeld combineert met tekst, vaak niet goed leesbaar. De over het blad golvende en bijna ervan af lopende zinnen lijken bezwerende formules. Veel tekeningen hebben iets obsessiefs: het hele vlak moet vol, structuren dwangmatig herhaald en de uitwerking is vaak uiterst precies. Frappant is dat dezelfde beeldtaal terugkomt in een kleurig hedendaags werk uit Cuba uit de eigen collectie van het museum.

Oog voor detail
Aan welke psychiatrische aandoening een maker leed, staat niet vermeld. Het scherpe oog voor detail in veel werken doet denken aan autisme. Datzelfde geldt voor de tekeningen waarop alles ongeordend naast elkaar staat, zonder perspectief, alsof de maker erdoor overweldigd is. Ecce Homo van Stephanie Richards toont twee met elkaar verweven hoofden. Het portret op de luchttekening van Otto Stuß, Geval 26 lijkt te desintegreren. Waren de makers schizofreen, of psychotisch?
Hans Looijen, directeur van het Outsider Art Museum, en sinds 2008 directeur van het daarmee verbonden Haarlemse Dolhuys|museum van de geest, vindt dit soort speculaties niet zo relevant. Alleen al omdat in de tijd van Prinzhorn volgens hem zo'n beetje iedereen die afweek in een instelling zat. “Het beeld bestaat dat outsider art gemaakt wordt door mensen aan wie een steekje los zit. Maar dat is echt een misvatting.” Het gaat volgens hem om ongeziene kunst, van mensen die buiten de officiële kunstwereld van galeries en musea staan. “Zij staan wel op het toneel van de kunsten, maar buiten de spotlights. Persoonlijke omstandigheden, zoals een psychiatrische ziekte, kunnen het erbuiten staan versterken, maar dat is geen criterium. Wel zijn het vaak mensen die in een sociaal isolement zitten.”
Onderscheidend voor outsider art is verder dat de makers vaak niet zijn opgeleid tot kunstenaars. “Zij voelen een sterke innerlijke drang om hun overvolle binnenwereld om te zetten in beelden. Ik noem het daarom ook wel 'innerlijke stem-kunst'.” Hoewel ze zich daarbij niets aantrekken van conventies of stromingen in de bestaande kunst, heeft hun kunst wel altijd sterk in de belangstelling gestaan bij kunstenaars en hebben zij deze werken ook altijd verzameld, omdat ze zo anders en tegendraads zijn, aldus Looijen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda