FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 14 August 2017 09:00

Op literaire reliekenjacht in de eeuwige stad

Op literaire reliekenjacht in de eeuwige stad Tekst: David Roelofs

In Rome neemt het literair toerisme toe. Steeds vaker worden de voormalige huizen van beroemde schrijvers tot museum gemaakt en opengesteld voor publiek. Massaal bezoeken literaire toeristen deze schrijvershuizen om dichterbij hun helden te komen. Neerlandicus David Roelofs ging op academische excursie naar Rome om dit fenomeen te onderzoeken en ontdekt grote parallellen met de katholieke heiligenverering.

Het is de middenweg tussen een werkvakantie en een sabbatical: de academische excursie. Tijdelijk naar een mooie stad vertrekken, daar een cursus volgen, een groot deel van de tijd cultureel verantwoord uitrusten en vervolgens weer naar huis. Voor onderzoeksmasterstudenten zoals ik, is het een verademing te midden van alle deadlines. Het was daarom dat ik mij begin april enthousiast inschreef voor de cursus ‘Kunstenaars- en schrijvershuizen in Rome’, aangeboden door het Koninklijk Nederlands Instituut Rome (KNIR). Verblijf en museumtoegang werden gefaciliteerd en de studiepunten zouden zonder meer geldig zijn. Terwijl ik de Italiaanse zon al door mijn gin-tonic zag schijnen en de verantwoordelijkheden aan het thuisfront teder zag worden meegenomen door een koel Romeins lentebriesje, wist ik nog niet hoe intensief de komende veertien dagen zouden worden. Het aanbod van kunstenaars- en schrijvershuizen in Rome blijkt enorm en leent zich als omvangrijk studieobject. In een rap tempo maakte ik kennis met het fenomeen van schrijvershuizen en de aantrekkingskracht die deze hebben op de lezer die zoekt naar zijn auteur. Bij terugkomst in Nederland besefte ik: in deze schrijvershuizencultus zit iets onweerstaanbaar katholieks.

Literair toerisme
De dichter K. Schippers heeft eens gezegd: ‘Ik wilde dat ik niet in Amsterdam woonde, dan ging ik erheen met vakantie’. Onbewust raakt hij hiermee aan een veelgehoorde dichterswens die de aanleiding is voor menig schrijvershuis: het thuisfront verlaten en afreizen naar een stad om daar als vreemdeling helemaal in op te gaan. Het kan immers als jammerlijk worden ervaren om inwoner van een stad te zijn waarvan je de schoonheid al kent. Zeker voor een (stads)dichter zit dat de creativiteit in de weg. Probeer de pracht van je straat maar eens te beschrijven als je er iedere dag op uitkijkt. De straatstenen gaan pas glimmen onder de blik van een vreemde, een bezoeker, een toerist. Het is deze wens om een vreemde stad te kunnen bewonderen, die een aantal grote namen in de literatuur ertoe dreef om de eigen plek te verlaten en af te reizen naar Rome. De aantrekkingskracht van het broeiend culturele leven aldaar, bewoog onder andere Dante, Petrarca, Goethe, Keats, Shelley en ook Couperus om zich daar te vestigen en te schrijven. Het Rome dat zij zagen, hebben zij soms expliciet vastgelegd in hun werken. Enkele daarvan, bijvoorbeeld Goethe’s Italienische Reise, zijn vervolgens zo beroemd geworden dat de vonk oversloeg. Er ontstond een voorzichtige trend onder lezers om niet alleen de gelauwerde stad die beschreven stond te bezoeken, maar ook naar het huis te gaan waarin deze auteur dit alles had opgeschreven. Dit schrijvershuis werd net zoals de Sint-Pieter of het Pantheon een bezoekje waard bevonden. Op het moment dat deze auteurs tot de literaire canon toetraden, namen met de bekendheid van hun werk de bezoeken aan hun huizen toe. Veel van dit soort huizen zijn inmiddels gemusealiseerd en trekken de lezers die door het raam willen zien waaruit John Keats zag, die willen zitten waar Petrarca zat, die willen denken waar Couperus dacht. Rome heeft sindsdien meer en meer plaats gemaakt voor een bezoekersdrang die voortkomt uit de boeken: het literair toerisme.

Genius loci
Met een boek in de hand naar het schrijverspand dus. Maar wat drijft deze lezers eigenlijk om een schrijvershuis te bezoeken? Wellicht niet verwonderlijk overheerst bij hen het verlangen naar het persoonlijke verhaal. Van George R.R. Martin, de schrijver van de beroemde serie Game of Thrones, weten we dat hij tussen het schrijven door regelmatig zonder shirt op zijn trampoline springt. J.J.R Tolkien, de vader van de Lord of the Rings-trilogie, zou de meest duistere passages hebben opgetekend in de loopgraven tijdens zijn diensttijd in de Eerste Wereldoorlog. Arnon Grunberg laat zich met plezier 24 uur opsluiten met zijn lezers om gezamenlijk een voetnoot voor de Volkskrant te schrijven.
Het is niet het verhaal van de schrijvers dat wordt gezocht, hun oeuvres zijn immers bekend, maar het verhaal over de schrijvers zelf. Wat dachten ze, wat deden ze en vooral: waar woonden ze? Hoe zag hun dagelijks leven eruit? De literair toerist wil zien waar Victor Hugo zijn jas ophing, in welk raam Petrarca zuchtend en steunend aan zijn Laura dacht. Dan biedt een schrijvershuis uitkomst. De locatie van het pand, de entree naar de voordeur, de kamer waar een schrijver geboren werd of juist de ruimte waarin hij stierf, het zolderraam waardoor hij uitkeek over de stad, de badkamer waarin hij misschien zijn mooiste zinnen bedacht, het worden stuk voor stuk bijzonderheden. De schrijver mag dan gestorven zijn, de geest is nog aanwezig in de dingen. De aantrekkingskracht van de schrijvershuizen zit in de genius loci, de plek van de geniale schrijversgeest.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda