FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 18 July 2017 09:00

'Sport gaat niet over spel, maar over winnen'

'Sport gaat niet over spel, maar over winnen' Tekst: Jurgen Tiekstra, Beeld: Bert Beelen

Al duizenden jaren trapt de mensheid tegen een balletje aan, maar pas vanaf de twintigste eeuw is sport heilig verklaard. De kerken moesten daar eerst niks van hebben. Totdat ze bedachten dat je met sport ook devote christenen kunt kweken, vertelt Marjet Derks, hoogleraar Sportgeschiedenis.

‘Je kunt goed sporten, je mag naar de Olympische Spelen, je doet het daar goed. Je wordt daarna in Nederland ingehaald met militaire F16’s, je wordt rondgereden, iedereen klapt, je wordt ontvangen door de premier en je gaat op bezoek bij de koning, waarna je een lintje krijgt. Dat vind ik heel raar. Of ‘raar’... Ik vind dat heel interessánt. In bijna alle landen zie je zo’n grootse ontvangst van olympische sporters. Dat zegt iets over onze identiteit.”
Deze woorden komen uit de mond van Marjet Derks, de enige hoogleraar Sportgeschiedenis die Nederland heeft. Een week geleden sprak ze haar oratie uit aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar voornaamste fascinatie is de maatschappelijke dimensie van sport. Niemand kon vermoeden dat sport zo dominant zou worden in onze samenleving toen het sportfenomeen kwam overwaaien uit het Groot-Brittannië en Duitsland van de negentiende eeuw.
“Je kunt tegenwoordig geen politicus meer zien of hij gaat met een sporter op de foto, of laat zich al sportend afbeelden. Zeker in verkiezingstijd”, zegt Marjet Derks. “Als je dat honderd jaar geleden als premier zou doen, werd je totaal voor gek verklaard. Dan werd gedacht: die man kan nooit ons land leiden, want hij staat hier in een korte broek. Eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw werd sport gezien als iets van de elite. Langzamerhand is dat naar de midden- en laag-sociale milieus doorgesijpeld. Vóór die tijd hadden zij wel wat anders te doen: zij moesten werken, en voor sport had je tijd en geld nodig. Bovendien werd sport vooral opgepikt door jonge mannen, soms schooljongens nog: zij werden sowieso niet serieus genomen. De serieuze wereld was die van de grote mannen die het land, de zuil, de kerk of de bedrijven leidden. Sport was voor kwajongens. Pas geleidelijk aan is dat gekanteld: toen gingen grotere groepen naar sport kijken. Want sport is vooral iets waar mensen naar kijken. Daaraan ontleent het zijn betekenis. Als je daar als politicus niet bij bent, doe je iets fout: dan verlies je de band met het volk.”

Sport is dus een negentiende-eeuwse uitvinding?
“Nou, ik ben historica en ik ga je meteen met allerlei nuances om de oren slaan. Sport komen we al drie millennia voor Christus tegen in China; een vorm van voetbal. Alle volken die we kennen – de Chinezen, de Japanners, de Inca’s – hadden wel een spel waarbij tegen een soort van bal werd getrapt. Middeleeuws Frankrijk: idem dito. De renaissancistische Italiaanse steden, met Florence voorop, hadden al calcio, een balspel dat veel lijkt op ons voetbal. Dat wordt tegenwoordig in Florence opnieuw gespeeld, in de oorspronkelijke kleding zelfs. Ook in het Engeland van de negentiende eeuw bestonden allerlei vormen van balspelen met de voet, maar daar vond met name de victoriaanse bourgeoisie dat die spellen te ruw waren en dat ze mensen afleidden van de serieuze dingen in het leven. Zeker op jongensscholen werd door een aantal mensen geprobeerd dat ruwe eraf halen door er een beschavingslaagje over te leggen. ‘We gaan regels opstellen: je mag elkaar niet meer verrot schoppen, een wedstrijd duurt niet meer de hele week (want tijdens jaarmarkten werd er soms gevoetbald tot ze erbij neervielen), en het veld moet niet meer helemaal vol mensen staan. Op den duur zijn bepaalde regels dominant geworden. Door allerlei contacten zijn die regels – er waren inmiddels boekjes geschreven – vanuit Engeland naar Nederland overgewaaid. Het voetbal begon elitair, maar rond de Eerste Wereldoorlog werd het steeds massaler gespeeld.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda