FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 10 July 2017 15:51

De 'pastor van Bagdad' is voor niemand bang

De 'pastor van Bagdad' is voor niemand bang Tekst: Frank Mulder

Verzoening doe je niet met vrienden, maar met vijanden, zegt hij altijd. En daarom nodigde hij IS uit voor een etentje. “Dan hakken we wel je hoofd eraf”, was het antwoord. Andrew White, de voormalige 'pastor van Bagdad' is voor niets en niemand bang. “Ik zeg altijd: een vijand is alleen maar iemand van wie je het verhaal nog niet hebt gehoord.”

Het is een ontroerende ontmoeting. Andrew White, anglicaans priester, is in Nederland voor een conferentie, maar het zijn vooral jonge Iraakse asielzoekers die hem in de pauze om de nek vliegen. 'Abouna', noemen ze hem, 'papa'. Ze wonen in Nederlandse azc’s, maar ze kennen hem nog uit Bagdad, waar White voorganger was voordat zijn gemeente uit elkaar viel, op de vlucht voor geweld.

Voorganger in Bagdad
De jongeren nemen zijn woorden gretig op met hun telefoon. Door zijn trage tong, een gevolg van spierziekte MS, klinken zijn woorden nog indringender. “Soon and very soon, we are going to see the king”, zegt hij emotioneel. “Hoe dat er precies uitziet, weet ik niet”, zegt hij. “Maar ik weet dat we onze koning moeten dienen, Yesua.” Yesua, dat is Aramees, zegt hij, de taal van deze christenen en ook de taal die Jezus ooit sprak. “Allahu ma'ana, de Heer is hier, en zijn geest is met ons.”
Hij ziet er excentriek uit: een veel te ruim pak, een bont strikje en een grote bril op zijn jongensachtige gezicht. Toch staat deze man in de telefoon van vele religieuze leiders in het Midden-Oosten. Hij is lichamelijk zeer beperkt, maar geestelijk telt hij driedubbel mee. Toen hij voorganger was in Bagdad, van 2005 tot 2014, veranderde zijn expatkerk in een gemeente van duizenden lokale Irakezen
Maar het geweld werd gevaarlijker. Maar liefst 1300 gemeenteleden verloren het leven. De rest vluchtte naar Noord-Irak en naar Jordanië. Ook White zelf werd eind 2014 teruggeroepen door de aartsbisschop van Canterbury, die vond dat hij “levend meer kon betekenen dan dood”. Hij besloot zich te wijden aan hulpverlening in de Jordaanse hoofdstad Amman, voor de gemeenteleden die daar waren neergestreken. Hij helpt ze met scholing en gezondheidszorg. De rest van de tijd verdeelt hij tussen Engeland, waar zijn vrouw en twee kinderen wonen, en Jeruzalem, van waaruit hij werkt aan religieuze dialoog en hulpverlening. Hij heeft vijf geadopteerde Iraakse kinderen.

Vrienden worden
White werd geboren in 1964 in Engeland in een evangelicale familie. Hij volgde een opleiding tot operatie-arts, maar al in zijn eerste werkjaren voelde hij een roeping om theoloog te worden. Hij specialiseerde zich in islam en jodendom en studeerde een tijdje in Jeruzalem. In 1990 werd hij priester in de anglicaanse kerk. Toen hij 33 was, verhuisde hij naar Coventry, waar hij ging werken voor het internationale verzoeningscentrum van de kerk. Zo kwam hij op het pad van het verzoeningswerk terecht. Hij legde contacten met Iraakse, Palestijnse en Israëlische leiders die hem later goed van pas zouden komen.
Dat bleek onder andere in 2002. Hij lag in het ziekenhuis voor een zware kuur tegen MS, toen terroristen de Geboortekerk van Bethlehem hadden bezet en tweehonderd mensen hadden gegijzeld. In een uur tijd werd hij achtereenvolgens gebeld door Yasser Arafat, de opperrabbijn van Noorwegen en de aartsbisschop van Canterbury. Of hij direct naar Bethlehem wilde komen om de onderhandelingen te voeren. White brak zijn kuur af en ging, en met succes. Na ruim een maand zware onderhandelingen werd de bezetting opgeheven.
De basis van verzoeningswerk is vriendschap, zegt White. “Je moet vrienden worden. De ander uitnodigen bij je thuis. Het heeft me heel veel vriendschappen opgeleverd. Het is echt waar, je kunt leren van mensen te houden waar je het totaal mee oneens bent.” White vertelt hoe hij bevriend raakte met Tariq Aziz, de rechterhand van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, met Yasser Arafat, de Palestijnse leider, maar ook met joodse ultraorthodoxe rabbi's die weinig mensen buiten hun kring vertrouwen.
“Verzoeningswerk doe je niet met vrienden, maar met vijanden. En wat ik opvallend vond: toen ik vrienden werd met Palestijnen waren het niet de Joden die erover klaagden. Dat waren westerse christenen. En net zo waren het pro-Palestijnse westerse christenen die beledigd waren dat ik vrienden was met Joden. Tot op vandaag vertel ik iedereen dat het enige wat we moeten doen, is werken aan liefde voor beide volken, Joden én Palestijnen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda