FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 03 July 2017 13:34

‘Het is tijd voor nieuwe ernst’

Tekst: Victor Bulthuis, Foto: Hollandse Hoogte Tekst: Victor Bulthuis, Foto: Hollandse Hoogte

De alom aanwezige melancholie heeft lelijke trekken. Ze kan ons verleiden om ons van de wereld af te keren en het vreemde te verafschuwen. Schrijfster en filosofe Joke Hermsen wijst een andere weg: thuiskomen in een tijd waarin God afwezig is.

Op foto’s die de kaften van haar boeken sieren kijkt ze bedachtzaam, indringend zelfs, alsof ze de lezer probeert te peilen. In levenden lijve is ze rijzig maar beweeglijk, extravert, goedlachs. Begeesterd en als vanzelfsprekend vloeien de woorden uit haar mond. “Ik heb zoveel interviews gegeven de laatste tijd,” verzucht ze. Maar moe is ze alle aandacht niet, integendeel. Hoewel het niet om haar persoon gaat, maar om wat ze te vertellen heeft. “Carel Peeters schreef in Vrij Nederland dat zich in mijn boeken soms de profeet meester maakt van de denker en dat ik van mijn ontdekkingen religieuze begrippen maak. Die kritiek vat ik op als compliment: ik probeer visionaire vergezichten te schetsen. Het verband tussen melancholie en depressie bijvoorbeeld is een breed gedeelde zorg en ik wil dat die erkend wordt. Daarom ben ik blij dat zoveel mensen mijn boek lezen.”

Van alle tijden en plaatsen
Hiermee zijn we in medias res. Hermsens nieuwe boek heet Melancholie van de onrust. Waarom een boek over melancholie? Omdat het ‘een grondstemming van de mens’ is die, zo schrijft ze, ‘voortkomt uit ons besef van tijd, vergankelijkheid en verlies.’ Onze continu veranderende samenleving is ervan doordrenkt. Melancholie ontstaat als we onze kindertijd verruilen voor de volwassenheid en doordrongen raken van onze sterfelijkheid. Ze uit zich in heimwee naar wat ooit was, maar ook in een (onbestemd) verlangen naar wat nooit was. “Melancholie is een fenomeen van alle tijden en plaatsen. Je treft het behalve in de Europese cultuur ook aan in de Zuid-Amerikaanse, Arabische en Chinese. Het is dus een fenomeen dat mensen wereldwijd zou kunnen verbinden, doorheen alle etnische grenzen. Ik ben begonnen met het schrijven van een geschiedenis van de melancholie en heb aanzetten gedaan hoe je haar vervolgens psychologisch, filosofisch, sociaal en cultureel kunt uitwerken. Beter gezegd: hoe je haar in een creatieve en vooral empathische richting zou kunnen ombuigen.”
Melencolia, zoals ze op de beroemde ets van Albrecht Dürer heet, heeft namelijk een januskop. Ze kijkt in twee richtingen: een gezonde en een ongezonde. Bij gezonde melancholie vormen vergankelijkheid, verlies en heimwee een amalgaam met hoop en troost, schoonheid en vreugde, waardoor ze kan leiden tot creativiteit, empathie en verbondenheid. Gezonde melancholie is aanjager van liefde tussen mensen, van filosofie en religie, van schone kunsten en letteren. Gedachten aan de eigen sterfelijkheid en aan wat ‘voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’ is (J.C. Bloem) worden verruild voor wat de filosofe Hannah Arendt ‘nataliteit’ noemt, het vermogen om iets nieuws te beginnen.
Ongezonde melancholie daarentegen zorgt voor onrust. Ze verhoudt zich niet meer tot wat ze precies kwijt is, maar uit zich in angst voor de toekomst en het gevoel te worden bedreigd, zoals de opstuivende en blazende Bedreigde zwaan van Jan Asselijn die de kaft van Hermsens boek siert. Ze brengt de mens in de verleiding zich van de wereld af te keren in plaats van zich te engageren, ze leidt tot xenofilie in plaats van tot filantropie. Niet alleen op het individuele, maar ook op het collectieve vlak. Ze leidt tot aversie tegen meningen en tradities die niet in ons straatje passen, tot agressie jegens nieuwkomers, ja tot een algemeen onbehagen in de cultuur. Populistische politici wakkeren volgens Hermsen deze valse nostalgie gretig aan met utopieën die ons voorspiegelen dat ons land net als vroeger weer ‘van ons’ kan worden. Melancholie is dus meer dan weemoed: het is explosieve materie als er niet goed mee wordt omgegaan. Ze is meer dan een individuele emotie: ze is een sociale en politieke kwestie geworden.

Politici en topmanagers
“Precies honderd jaar geleden verscheen Sigmund Freuds essay Rouw en melancholie. Sindsdien is duidelijk geworden dat als er niet goed voor die melancholie wordt gezorgd, deze kan omslaan in een depressie. Wereldwijd lijden 400 miljoen mensen daaraan. Dat mogen we gerust een epidemie noemen. Zulke mensen zijn zwartgallig, lethargisch en moedeloos en ze denken dat niets daartegen helpt. Ze trekken zich terug uit de wereld, vaak ook uit hun vriendenkring. Dat is niet alleen een psychologisch, maar ook een moreel probleem. Kijk naar wat er in Duitsland is gebeurd na de Eerste Wereldoorlog. Hannah Arendt schrijft over de miljoenen zonen die zijn gestorven en de herstelbetalingen die het land vervolgens kreeg opgelegd. Dit leidde tot een morele depressie onder de Duitse bevolking en we weten waartoe dit heeft geleid.”
Freud schrijft dat een gezonde melancholicus na een verlieservaring de draad van zijn leven weer oppakt. Bij de pathologische variant lukt dat niet, en dan komt men in de gevarenzone. Zeker als politici ermee aan de haal gaan en met hun belofte het land weer ‘van ons’ te maken bevolkingsgroepen uiteendrijven, terwijl de democratische samenleving juist gebaat is bij pluraliteit. “Pathologische melancholie maakt mensen ontvankelijk voor een mythe die je aanreikt wie je eigenlijk bent, zoals de nazi’s en Stalin deden. In onze maatschappij heeft het geleid tot een antipluraliseringstendens. De meeste van onze politici blinken ook niet bepaald uit in gastvrijheid en grijpen ook geregeld naar zondeboktheoriëen. Daarbij bedienen ze zich net zo goed van alternative facts als Donald Trump.”
Het huidige politieke en maatschappelijke klimaat draagt dus op zijn zachtst gezegd niet bij aan een gezonde omgang met melancholie, vindt Hermsen. “Zie het cynisme van politici, de kilheid van topmanagers, de ironische levensvisie van opinieleiders. Zie het hyperkapitalisme, de technologieverslaving, de Facebookcultuur. Het leven is niet één groot ‘feest-boek’. Het bestaat voor de helft uit verlies, maar in onze lachende, neoliberale succescultuur is terugkijken uit den boze. Ze duwt verlieservaringen naar de achtergrond, waar ze in stilte voortwoekeren.” Kunsten, filosofie, zorg en onderwijs, kortom alles wat mensen stimuleert tot reflectie (mede)menselijkheid, ziet Hermsen langzaam afbrokkelen. “De politiek is totaal vergeten dat onderwijs ook op Bildung geënt moet zijn. Ik heb vijfentwintig jaar lesgegeven en weet daardoor dat je leerlingen moet voorbereiden op kunst en cultuur, anders kun je ze niet verwijten dat ze niet naar musea gaan.”

Tijdvertragers nodig
Reflectie impliceert rust. Hermsen herinnert zich een gesprek met toenmalig minister Jan Pronk over het belang daarvan. “Hij zei: ‘Rust is een privézaak.’ Geen politicus kan dat tegenwoordig nog volhouden. Daarvoor drukken burn-out, vermoeidheid en stress te zeer hun stempel op de maatschappij. Onvoldoende rust leidt tot een gebrek aan reflectie, tot depressie en een gebrek aan empathie en sociale verbanden. Voldoende rust en tijd nemen is daarom een politiek thema geworden.”
Hoe doen we dat? Hermsen kan het niet voldoende benadrukken: we hebben ‘tijdvertragers’ nodig, zoals filosoof en dichter Henk van der Waal ze noemt. Filosofie, religie en mystiek, mythen en sagen, kunst, literatuur en poëzie. Natuurlijk bereik je daar geen volksstammen mee. Zelfs in de kerken is er als gevolg van onze taalverarming nauwelijks nog ontvankelijkheid voor de prachtige weerbarstigheid van bijvoorbeeld het Oude Testament en de welsprekendheid van een goede preek, constateert Hermsen. “Toch heeft de mens behoefte aan verhalen. Ik ga zover te zeggen dat onze menselijkheid op het spel staat als we ons beperken tot sms-taal. Om te ontdekken wie we zijn, moeten we onze narratieve vaardigheid blijven ontwikkelen. Zoals Hannah Arendt zegt: ‘Sta me toe een verhaal te vertellen.’ Als je niet leert je verbeelding te gebruiken, ben je slechts een consument. Of zoals de titel luidt van het eindexamenfilmpje waaraan mijn zoon Sebald meewerkte: een consumens.”
Heeft Hermsen een voorbeeld van zo’n tijdvertrager, die mensen tot rust en zelfreflectie stimuleert en hun melancholie in de gezonde richting helpt ombuigen? “Neem de Matthäus-Passion van Bach. De meeste mensen van vandaag zijn niet kerkelijk, en toch vormt voor velen deze muziek een geleider van hun melancholie, op zo’n manier dat deze er mag zijn. Opgaand in de muziek merk je dat verdriet en vreugde bij elkaar horen. Tijdens de Matthäus in de Westerkerk merkte ik zelfs iets van een sociaal verband. De muziek appelleert aan onze menselijkheid en aan de ambivalentie die voortkomt uit ons in de tijd verankerd zijn. We hebben zowel weet van wat voorbij is als van de toekomst.” We ervaren schoonheid, maar zijn ook doordrongen van wat Friedrich Schiller in zijn gedicht Nänie zegt: ‘Auch das Schöne muß sterben.’ Van die vergankelijkheid kunnen we niet loskomen, maar zoals gezegd is bij gezonde melancholie de hoop nooit ver weg. “Luisteren naar de Matthäus doe ik niet alleen om mijn melancholie een plek te geven, maar ook om uiting te geven aan mijn verlangen naar wat ik verticaliteit noem: het onzegbare, het onuitdrukbare. Wittgenstein heeft het over het onuitspreekbare dat zich toont, maar alleen als verwijzing. We kunnen het nooit echt benoemen want het laat zich niet vangen, maar we kunnen er wel onze armen naar uitstrekken. En dat moeten we ook doen. We moeten blijven zoeken naar vormen om ons daarin te oefenen.”

Jezelf overstijgen
Hoe kan religie zo’n tijdvertrager zijn? Op de manier die de filosoof Ernst Bloch Transzendieren ohne Transzendenz noemt, zegt Hermsen, dat wil zeggen onszelf overstijgen zonder bij God uit te (willen) komen. “Dat kan ook niet anders: we kunnen geen honderd jaar terug in de tijd en ons richten op één religieus verhaal. Dat zou ook te gemakkelijk zijn. Religieuze verhalen zijn deel van de pluraliteit van de cultuur. Het is de kunst een cultuur te scheppen waarin pluralisme en nataliteit centraal staan, en waarin we onszelf en elkaar beschouwen als mensen die iets nieuws kunnen beginnen, zoals Arendt zegt. Of zoals Augustinus schrijft: Initium ut esse homo creatus est - opdat dat er een begin zou zijn is de mens geschapen. Daarbij moet er ook ruimte zijn voor ons verlangen naar het mystieke.”
Hiertoe moeten we volgens Hermsen investeren in nieuwe verbanden. Hoe? Het antwoord laat zich raden: “Met behulp van boeken en muziek, lezingen en discussies, concerten en tentoonstellingen. Hoe dan ook moeten we voorkomen dat het een puur individuele exercitie wordt. Het gaat niet lukken als we thuis in ons eentje op ons yogamatje blijven zitten. Teveel eenzaamheid is niet goed, voor niemand. We hebben hoopvolle verhalen nodig die ons verbinden, we moeten met elkaar opnieuw proberen te benoemen waarnaar ons verlangen naar verticaliteit uitgaat. Daarin mag het verlies om de dood van God best doorklinken. Atheïsten zijn vaak door die verlieservaring heengegaan.”

Thuiskomen
Hier raken we de kern van de filosofie van Joke Hermsen: “Weet je wat in de Matthäus de belangrijkste zin is? ‘Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?’ Dit psalmcitaat van Jezus getuigt van een diep besef van een God die zich heeft teruggetrokken om ons te laten zijn.” Heimisch werden im Gottlosen, thuiskomen in een tijd waarin God afwezig is, dat is Hermsens missie. De omschrijving ontleent ze aan Lou Salomé en Friedrich Nietzsche, en net als deze twee bevriende filosofen staat ze hierin niet alleen. Samen met haar ex-partner Henk van der Waal verzorgt ze filosofische workshops en tentoonstellingen die het besef van verticaliteit aanwakkeren en Melencolia in de goede richting laten kijken.
Vroeger waren de kerken plaatsen van inspiratie en ter verheffing van mensen, zegt Hermsen. Maar die zijn leeg geraakt. “We kunnen niet meer met één alomvattende master story komen aanzetten. Toch staat heimisch werden im Gottlosen tegenover ironie, cynisme, hokjesdenken en alles wat ons van elkaar scheidt. Het gaat over dat wat ons verbindt. Ik probeer daarbij vooral te inspireren. De ernst is te groot om nog ironisch te zijn. Na het postmodernisme is het tijd voor een new sincerity, een nieuwe ernst.” ●

PASPOORT
Joke Hermsen (Middenmeer, 1961) is schrijfster en filosofe.

  • Studeerde letterkunde en filosofie en was als docent en onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, de Universiteit Utrecht en Tilburg University.
  • Schreef tot op heden vijf romans, waarvan De liefde dus (2008) de Halewijn literatuurprijs 2008 won en genomineerd werd voor de Libris literatuurprijs 2009.
  • Publiceerde tot nu toe vijf bundels met filosofische essays, waaronder Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst en Kairos. Een nieuwe bevlogenheid.
  • Schreef voor de Maand van de Filosofie 2017 het essay Melancholie van de onrust (155 blz., € 7,95)
  • Won met het filosofische beeldessay Elke mening telt in 2008 de Martin van Amerongen Publieksprijs.
  • Was jarenlang mentor van jonge kunstenaars bij Kunstenaars & Co en bestuurslid van de Internationale Vereniging van Vrouwelijke Filosofen (IAPH.)
  • Geeft lezingen over eigen werk en over filosofische en maatschappelijke kwesties.
  • Organiseert met filosoof en dichter Henk van der Waal filosofische cursussen in de Bourgogne en tentoonstellingen: www.arthel.nl.

Joke Hermsen is moeder van twee kinderen, Rodante (1992) en Sebald (1996) en woont in Amsterdam.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda