FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 21 June 2017 10:54

Festivals voeren ons terug naar het paradijs

Festivals voeren ons terug naar het paradijs Tekst: Eric Corsius, Beeld: ANP Foto

Voor menigeen staat de beleving van de vrije tijd onder de druk van prestatie en planning. Bezoek liever een festival, raadt Eric Corsius aan. “Zodra we het slagveld van de kaartverkoop hebben overleefd en ongedeerd door het gedrang in het verkeer en in volle treinen zijn heen gekomen, komen we aan in een oase. Dan kunnen we op adem komen en afstand nemen van het getob en getier, getrek en geduw van alledag.

Na gedane arbeid is het goed rusten. In onze samenleving dient die rust echter te voldoen aan bepaalde eisen. Wie de werkweek afsluit, moet aan zijn collega’s kunnen vertellen hoe hij dit weekend op verhaal denkt te gaan komen. Je komt er niet mee weg als je je benen op tafel legt en je hardop afvraagt wat je eens gaat doen of laten. Geen ontspanning zonder planning! En over de uitvoering van die plannen moet je achteraf ook verantwoording afleggen. Op maandagochtend stellen collega’s ons de gewetensvraag of we ‘nog wat leuks hebben gedaan’. Menigeen wordt in de nacht van zondag op maandag van zijn nachtrust beroofd, als hij er in het weekend niet in is geslaagd om een fraaie mix samen te stellen van sport, spel, vrijgezellenfeestjes, pretparkbezoek (dankzij de spaarzegels van de kruidenier), verbroederende straatschoonmaakacties en buurtbarbecues.
Daarbij dwingt de vrijetijdscultuur ons bovendien om vijf of zes keer per jaar vakantie te nemen – en om dan ook daadwerkelijk met vakantie te gáán. Want met vakantie gá je. Thuisblijven is voor losers. Je bent pas iemand als je op de eerste dag van de vakantie in de file gaat staan of je klem laat zetten in overvolle treinen. Het gevolg van deze wildgroei van verlofperiodes is onder andere, dat we elkaar op het werk en verenigingsleven steeds meer opjagen. We krijgen het op onze heupen zodra de donkere wolken van het ontspanningsonweer aan de horizon verschijnen. Deadlines worden naar voren gehaald. Gewillig laten we ons onder druk plaatsen om samenwerkingsprojecten af te ronden. Kortom: in het zicht van de vakantie hoopt de werkdruk zich op en om te raken in het beloofde land van het verlof moeten we over een stuwwal van stress heen.
Je hoeft geen lid van GroenLinks te zijn om in te zien dat de economisering op deze manier bezit heeft genomen van onze vrije tijd. Uitrusten, bezinning en ‘herstel’ als motieven voor vrije tijd zijn ouderwets en verdacht. Ook en juist in onze vrije tijd moeten we de tredmolen van de economie, zij het vermomd als een kermiscarrousel, draaiende houden.

Aankomen in een oase
Het verschijnsel van de festivals die plaatsvinden in de zomerperiode is op het eerste oog een onderdeel van de geniet-of-ik-schiet-cultuur van onze belevenismaatschappij. Of het nu het Holland Festival, dat 3 juni van start ging, is of een popfestival als Pinkpop – eveneens het weekend van 3 tot 5 juni – dat zich afspeelt op doorweekte en platgetreden grasvelden: een festival is in zekere zin een snelkookpan. Dankzij een enorme krachtsinspanning van uitvoerenden en publiek jagen we in korte tijd een hoge dosis cultuur en genot erdoorheen. Met name de popfestivals trekken een zware wissel op de energie van de deelnemers. Er is echter ook een andere kant. Zodra we het slagveld van de kaartverkoop hebben overleefd, ongedeerd door het gedrang in het verkeer en in volle treinen zijn heen gekomen en alle andere hordes hebben overwonnen, komen we aan in een oase. Dan kunnen we op adem komen en afstand nemen van het getob en getier, getrek en geduw van alledag. Tijdens een festival heerst een gezonde vergetelheid. De keerzijde hiervan is de zalige herinnering aan datgene waar het nu echt over gaat in ons leven. Flanerend door de in nazomers zonlicht badende binnenstad van Utrecht tijdens het Festival Oude Muziek, om maar een voorbeeld te noemen, voel je je een nieuw mens en zie je de werkelijkheid met nieuwe ogen. Je voelt je bovendien opgenomen in het niet langere geheime genootschap van andere muziekliefhebbers. Het is de terugkeer in het paradijs waaruit we ons zelf hadden verjaagd.
Festivals plaatsen ons opgejaagde leven in een brede r perspectief en onder een ruimer uitspansel. Dit is geen nieuw fenomeen. In zekere zin gaan onze feestperiodes immers terug op de religieuze Dionysosfeesten in de oudheid. Vanaf de vijfde eeuw voor het begin van de jaartelling werden deze seizoensfeesten gehouden, ter ere van de godheid Dionysos (later Bacchus), die meer dan andere goden de mensen met de goden, de aarde met de hemel verbond. Gedurende deze zogeheten Dionysia vierde men het aardse bestaan en de hemelse vreugden. Ook vonden er theatervoorstellingen plaats en werden er wedstrijden voor toneelschrijvers georganiseerd. Dat laatste was geen bijkomstigheid. Het theater werd immers gezien als een vorm van liturgie en cultus, een kunstvorm waarin het menselijk bestaan baadde in een hemels licht.
Mede om die reden pakte de Duitse operacomponist Richard Wagner (1813-1883) dit voorbeeld op toen hij in 1876 de Bayreuther Festspiele in het leven riep. In dit kader kon Wagner onder andere zijn vijftien uur durende, kosmische drama Der Ring des Nibelungen ten tonele voeren alsmede zijn mysteriespel Parsifal. De Festspiele boden hiervoor precies de juiste sfeer, ambiance en voorzieningen, waaronder een van alle gemakken voorzien, modern muziektheater. Bij uitstek in deze omgeving kwamen de wezenlijke universele vragen tot hun recht, waarover Wagner scheef: vragen rond de relatie tussen goden en mensen, vrijheid en gebondenheid, macht en slavernij, begeerte en noodlot, liefde en dood. De muziek zorgde voor roes, extase en inkeer. Het geheel stond garant voor een gemengd gevoel van ondergedompeld en opgetild worden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda