FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 12 June 2017 10:08

Een huis vol welwillende, maar bezorgde burgers

Een huis vol welwillende, maar bezorgde burgers Tekst: Jurgen Tiekstra, Beeld: ANP foto

Alleen al door zijn omvang geldt de Essalam Moskee in Rotterdam als het boegbeeld van de Nederlandse islam. De moskee is voor de gelovigen een tweede huis. Een huis van gebed waar je tot rust kunt komen, maar ook van educatie en activiteit voor jong en oud.

De Essalam Moskee ligt er verstild bij. De twee minaretten prijken als twee opgestoken armen in de klare lucht van deze woensdagmiddag in april. Auto’s ruizen aanhoudend voorbij over de Rotterdamse ringweg die de moskee scheidt van het vlakbij gelegen Feyenoordstadion.
Vanwege zijn omvang en de nadrukkelijk Arabische architectuur wordt de Essalam Moskee geregeld behandeld als het zinnebeeld van de Nederlandse moslimgemeenschap. In 2010, met de minaretten nog in de stijgers, nam PVV-leider Geert Wilders met de moskee op de achtergrond een filmpje op waarin hij ageerde tegen de islamisering van ons land. In maart dit jaar werd het gebedshuis beschermd door een menselijke ketting van zestig Rotterdamse christenen, nadat er zes mensen omkwamen bij een aanslag tijdens het avondgebed op een moskee in Quebec, Canada.

Lofprijzingen tellen
Maar op deze doordeweekse dag, vlak voor het middaggebed van twee uur, heerst de gemoedelijkheid. Bedaard komen de moskeegangers binnen, deze middag veelal oudere Marokkaanse mannen. Ze lopen via de brede trap naar de eerste verdieping, om daar in de gebedsruimte alvast vrijwillige rakats (gebeden) te doen, op gedempte toon te praten of te lezen in de Koran. De paar vrouwen die er op dit tijdstip zijn nemen de lift naar de derde verdieping, waar ze het gebed kunnen bijwonen vanaf een vide. Vanuit de zaal zijn alleen hun schimmen te zien door het melkglazen hekwerk.
Bewaker Jerrel sluit zijn hokje om een rondleiding door de moskee te geven. Op zijn hoofd een petje met in witte letters ‘security’. Hij heeft een Surinaamse achtergrond, werkt hier sinds vier jaar, is in 1993 tot de islam bekeerd en lijkt toegewijder dan menig geboren moslim. Verborgen in de palm van zijn rechterhand heeft hij een tally counter, waarmee hij de lofprijzingen aan Allah telt die hij continu innerlijk prevelt.
Hij doet het voor zijn gerichtheid op God, niet voor de statistiek. “De moslim gelooft dat zijn daden en ieder woord dat hij uitspreekt wordt genoteerd door twee engelen”, vertelt Jerrel, terwijl hij de grote multifunctionele benedenruimte van de moskee laat zien. “Aan het einde van de rit is er een book of deeds dat mensen op de dag des oordeels gepresenteerd krijgen. Bent u een goed persoon geweest, dan mag u het paradijs binnen. Bent u een ondankbaar persoon geweest, of iemand die de mensheid schade toebracht, dan zal je daar...” Maar hij treedt niet in detail.

Reciterende kinderen
Ook Slim Dhouibi buigt zich verrast over de tally counter van Jerrel heen. Hij heeft het ding nooit eerder gezien. Dhouibi, die ergens in de dertig jaar is, komt van origine uit Tunesië. Hij woont in de nabije wijk Charlois, maar bezoekt ook de Essalam Moskee, als hij in de buurt is. Jazeker vindt hij het belangrijk om in de moskee te komen, zegt hij opgewekt. “Kijk, als mens zoek je altijd naar rust, toch? Ik denk dat je die vraag ook kunt stellen aan iemand die christelijk is, iemand die jood is of maakt niet wat voor geloof. Als diegene naar de tempel of naar de kerk of naar de synagoge gaat, dan vindt hij daar rust. Of niet? Dat heb ik ook, gewoon rust.”
Als kind heeft hij de Koran leren reciteren. Net als zijn eigen zoontje nu. “Zijn moeder is geen moslima. We kennen elkaar nu veertien jaar en zij weet veel over de islam, maar ik laat de keuze aan haar. Ik ga niemand forceren moslim te worden. Dat is van jou, dat moet uit je hart komen. Dat zie ik tenminste zo. Maar ik wil graag dat mijn kind ook moslim wordt.”
Op de tweede verdieping van de moskee klinkt het gegons van reciterende meisjes en jongens. Eén kind staat naast de hulpimam, die zwijgend diens voordracht van de klassiek Arabische Koranverzen overhoort. De kinderen houden langwerpige houten borden in hun handen, waarop ze een handvol verzen neergeschreven hebben. “Dat is een 1400 jaar oude methodiek”, zegt bewaker Jerrel. “Ze schrijven vijf verzen over en memoriseren die. Dat schijnt goed te werken om de Koran echt op te slaan. Ja, dat is fascinerend: het zijn kleine kinderen, maar ze zijn elf jaar en ze kennen de Koran uit het hoofd.” Begrijpen ze wat ze lezen? “Sommigen snappen het wel, sommigen weer niet.” Dan is het vast des te moeilijker die teksten uit het hoofd te leren. “Nee, nee”, zegt Jerrel. “Het woord ‘moeilijk’ komt niet in ons vocabulaire voor. Alles is mogelijk. Als je de moeite er voor doet, kom je er wel.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda