FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 01 May 2017 15:06

'Een vermissing is nooit voorbij'

Remco Reiding: ’Ik heb van herdenken mijn werk gemaakt’ Remco Reiding: ’Ik heb van herdenken mijn werk gemaakt’ Tekst: José Vorstenbosch, Beeld: Hollandse Hoogte

Remco Reiding groeide op in Leusden, op een steenworp afstand van het Russisch Ereveld. Daar liggen 865 oorlogsslachtoffers uit de voormalige Sovjet-Unie begraven. Bijna twintig jaar geleden begon hij met het opsporen van nabestaanden. Niet alleen kreeg zijn eigen leven daardoor een andere wending, door zijn speurwerk bracht hij rust voor vele families. “Pas als je weet dat iemand dood is, kun je het gemis een plek geven.”

‘Een studiereis naar Moskou heeft mijn leven veranderd: ik ben correspondent geworden in Rusland, ik heb er een gezin aan overgehouden en het Russisch Ereveld is mijn werk geworden. Het heeft mij in alle opzichten een rijker mens gemaakt.” Toen onderzoeker, schrijver en journalist Remco Reiding (1976) in 1998 voor het eerst naar Moskou ging, had hij moeilijke jaren achter de rug. Op zestienjarige leeftijd verloor hij zijn moeder; toen hij vijf was, werd zijn vader opgenomen in een psychiatrische inrichting.
Reiding raakte onder de indruk van de Russische hoofdstad. Terug op de redactie van de Amersfoortse Courant, waarvoor hij als freelance verslaggever werkte, kreeg hij de vraag of hij zich wilde verdiepen in het Russisch Ereveld in Leusden. Reiding: “Ik ben zelf in Leusden opgegroeid, maar ik had er nog nooit van gehoord. Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld.”
Op het ereveld naast de Amersfoortse begraafplaats Rusthof liggen honderden oorlogsslachtoffers uit de voormalige Sovjet-Unie begraven. “Ik trof daar 865 identieke stenen met namen – voor zover bekend – in het cyrillisch schrift. Er was nog nooit een nabestaande opgespoord. Nu zijn vele families gevonden en tientallen kinderen bij het graf van hun vader geweest. Ik heb het boek Kind van het Ereveld geschreven, dat in het Russisch is vertaald, er zijn twee websites, documentaires en vierhonderd geadopteerde graven.”

Rust brengen
Remco Reiding dook in de geschiedenis van het ereveld, niet wetend hoeveel doorzettingsvermogen dat van hem zou vragen. Pas na twee jaar speuren had hij voor het eerst beet. “Tot dan toe was ik bezig geweest met jongens die alleen op papier bestonden. Ineens vertelde iemand van vlees en bloed mij huilend dat Vladimir Botenko zijn vader was. Dat was heel aangrijpend. Die man was drie jaar toen zijn vader in 1941 het gezin verliet. Sindsdien hebben ze nooit meer iets van hem gehoord.”
Na de eerste match volgden er meer, inmiddels staat de teller op 199. Daarmee heeft hij voor vele families rust gebracht. “Als ik íets heb opgestoken, is het dat een vermissing nooit voorbij is. Op het moment dat iemand dood is, kun je rouwen en krijgt het gemis een plek. Een dochter zei bij het graf van haar vader: nu zijn ziel rust heeft, heeft ook mijn ziel rust en kan ik sterven.”
Zelf heeft Reiding ook veel te danken aan zijn speurwerk. Hij trouwde met zijn Russische tolk, met wie hij een zoon kreeg. Langzaamaan werd het opsporen van de nazaten van vermiste Sovjetsoldaten zijn levensmissie. In 2012 keerde hij terug uit Moskou, waar hij acht jaar als correspondent werkte. “Ik stond voor de keuze om door te gaan als journalist of van herdenken mijn werk te maken. Ik wilde het Russisch Ereveld een gezicht geven en een einde maken aan de onzekerheid van nabestaanden.” Inmiddels is hij behalve bij de Stichting Russisch Ereveld onder meer werkzaam voor Kamp Amersfoort.
Hij geeft nog een voorbeeld van de dankbaarheid van nabestaanden. “Toen ik in Moskou woonde, lag ik op een gegeven moment in het ziekenhuis. Daardoor kon ik niet op bezoek gaan bij de dochter van een soldaat. Vanuit haar woonplaats heeft ze de bus naar Moskou genomen, een reis van vierenhalf uur, waarna ze mij een emmer met aardbeien uit haar moestuin overhandigde en weer is teruggegaan.”

Levend propagandamateriaal
Veel van de soldaten die in Leusden begraven liggen, zijn in het begin van de oorlog naar het front vertrokken. De jongste soldaten waren achttien in 1945 en hadden geen gezin. Als Reiding nog familie weet op te sporen, zijn dat vaak kinderen op leeftijd. “Het is vrijwel uitgesloten dat ik nu nog echtgenotes vind.”
De oorlogsslachtoffers op het ereveld zijn allerlei inwoners van de voormalige Sovjet-Unie. Hij onderscheidt grofweg drie groepen. “Er liggen 101 krijgsgevangenen, hoofdzakelijk afkomstig uit Oezbekistan, die in Kamp Amersfoort zijn omgekomen. De Duitsers gebruikten hen als levend propagandamateriaal om te tonen hoe bolsjewistische Untermenschen eruit zagen en om steun te creëren voor de strijd tegen de Sovjet-Unie. Doordat de kampadministratie uit die tijd is vernietigd, weten we niet wie die jongens zijn.”
Dan zijn er 691 krijgsgevangenen die op verschillende plekken in Duitsland de dood vonden. “Deze groep vormt een afspiegeling van de toenmalige Sovjet-Unie: Russen, Oekraïners en enkele Wit-Russen, Kazachen, Oezbeken, Armeniërs en Georgiërs. Ze zijn hoofdzakelijk door ziekte omgekomen.” De leden van de derde groep hebben met elkaar gemeen dat ze in Nederland om het leven zijn gekomen. “Het zijn vooral dwangarbeiders en soldaten die vanuit krijgsgevangenschap in Duitse dienst zijn gegaan om zo aan de ellende van het kamp te ontkomen. Vaak zijn ze wegens sabotage door de Duitsers omgebracht.”Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda