FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 26 April 2017 15:23

Kies de religie die u past

Kies de religie die u past Tekst: André Droogers

Het artikel ‘Kies de religie die bij u past’ van André Droogers is helaas in het meinummer van Volzin niet op correcte wijze afgedrukt. Daarvoor onze excuses aan auteur en lezers. Hieronder de volledige versie van het artikel. Abonnees ontvangen bovendien bij het juninummer van Volzin het artikel opnieuw in druk.

Godsdienstantropoloog André Droogers trok de stoute schoenen aan en maakte een kieskompas voor zoekers naar zin. Zijn ‘Kieswijzer levensbeschouwing’ bevat een uitvoerige vragenlijst om zelf in te vullen. Droogers licht de mogelijke uitkomsten toe: levensstijl en persoonlijkheid beïnvloeden je religieuze voorkeur. Een voorpublicatie.

Als we even alle nuance vergeten, kunnen we twee levensstijlen naast elkaar zetten. Sinds Friedrich Nietzsche ze in zijn eerste grote werk, De geboorte van de tragedie, populariseerde als twee basisinstincten, dragen die de namen van twee Griekse goden, Apollo en Dionysus, zonen van Zeus. Het gaat om twee stereotypen. Of eigenlijk twee lijstjes van tegengestelde eigenschappen – alsof met deze opties het mens-zijn afdoende is benoemd. Maar het onderscheid tussen apollinisch en dionysisch is ook wel weer herkenbaar. Het biedt aanknopingspunten voor wie bewust wil kiezen.

Apollo…
Apollo en Dionysus gaan idealiter samen. Ze kunnen binnen één persoon doorlopend strijd voeren. In het oude Griekenland werden ze tegelijk vereerd, als twee zijden van dezelfde menselijke medaille. Ze vertegenwoordigen daarnaast cultuurfasen waarin één van de twee dominant lijkt. In de culturele antropologie introduceerde Ruth Benedict de termen om culturen te typeren, zoals de Apollinische Zuñi (VS) en de Dionysische Kwakiutl (Canada).
Apollo staat voor rust, redelijkheid en regels. De levensstijl die zijn naam draagt, wordt gekenmerkt door matigheid en orde. Alle emoties worden in toom gehouden. Alles is onder controle. Regelmaat en wetten temmen de altijd dreigende chaos. De wereld wordt in het juiste perspectief gezien, waardoor ook de beschouwer in evenwicht is. De apollinische mens kent zijn beperkingen en gaat daar verstandig mee om. Verbeelding hoort onverminderd bij zijn kwaliteiten, maar daarvan wordt een weloverwogen gebruik gemaakt. Dat kan de ervaring van schoonheid oproepen. Zelf beheersing kenmerkt deze kalme levenshouding. Daarop kan optimisme stoelen. De apollinische mens is in staat om van een afstandje naar zichzelf en de eigen wereld te kijken, en van de aangetrofffen rust te genieten.
Leggen we dit stramien op levensbeschouwelijke keuzes, dan kan de apollinische tendens herkend worden in de simpele wens een levensbeschouwing te hebben. Leidt dit tot systeembouw en ordening van inzichten, dan heeft Apollo de overhand. In leer en ritueel staat beheersing voorop. Een hiërarchische organisatie houdt die orde in stand.

… of Dionysus
Dionysus – ook bekend als Bacchus – staat voor allerlei vormen van extase. Bij de Grieken was de extase bedoeld om met deze god in mystiek contact te komen. Dat was niet zonder risico, maar gevaar moest niet vermeden worden. Het doel van de roes was belangrijk genoeg om desnoods het noodlot te tarten.
De dionysische mens wil opgaan in een totaalervaring. Alles wat dient om die toestand te bereiken, komt van pas: alcohol en andere stimulerende middelen, maar ook muziek en dans. Chaos is geen bezwaar. Pessimisme mag, want getuigt van realisme. De bedwelming dient om los te komen van alle aardse beperkingen. Zo gaan mensen om met de tragische uitwerking van het onrechtvaardige noodlot.
Vanaf 524 voor Christus werden in Athene voorjaarsfeesten gehouden als deel van de cultus voor Dionysus. De Griekse tragedies, met het noodlot als hoofdthema, waren hier deel van, als de esthetische vormgeving van deze cultus. In feite werd met die gecontroleerde vorm ook recht gedaan aan Apollo. Zo werden beide kanten van de mens in wisselwerking bij elkaar gehouden. Dat zag men als weldadig voor cultuur en samenleving.
Ook voor Nietzsche was het cruciaal dat de mens – de kunstenaar voorop – in staat is beide tendensen recht te doen. Hij keerde zich daarom, na hem lange tijd bewonderd te hebben, af van Richard Wagner, die hij te eenzijdig dionysisch vond. Hoewel in een fragiel en delicaat evenwicht, moeten beide Kunsttriebe altijd samen aanwezig zijn. Dat is het toppunt van levenskunst.
In levensbeschouwingen is Dionysus vertegenwoordigd waar extase een rituele plek heeft gekregen. Meestal bewaakt Apollo dan de orde, maar de uitlaatklep is legitiem. Soms is er een ritueel kader, zoals bij het gebruik van ayahuasca in Latijns-Amerika. In andere contexten lukt het zonder middelen, zoals in de soefidans van derwisjen, de tongentaal van pinkstergelovigen, de vervoering in praisediensten, of bij een spectaculaire goal.
Een levensbeschouwing kan dionysisch starten en vervolgens een apollinische beheersvorm krijgen.

Spel…
Sinds Johan Huizinga en zijn boek Homo Ludens (1938) is er aandacht voor de spelende mens. Levensbeschouwing is een spel met betekenissen. Wie een kieswijzer gebruikt, speelt met mogelijkheden. Maar dat spel kent beperkingen, bijvoorbeeld als gevolg van machtsprocessen. Daarom staan spel en macht hier tegenover elkaar.
Over spel bestaat het levensgrote misverstand dat het ‘maar een spelletje’ is, en dus niet serieus. Maar Huizinga heeft al laten zien dat het echte spel juist met ernst gespeeld moet worden. Als het niet serieus genomen wordt, ruiken spelbrekers hun kans. Slechte verliezers hebben ook moeite om het spel serieus te nemen. Om maar te zwijgen van mensen die tijdens het spel de regels willen veranderen.
Spel kan omschreven worden als het menselijke vermogen om in volle ernst tegelijk twee ordeningen van de werkelijkheid te hanteren. Wie aan een voetbalmatch denkt, herkent de twee ordeningen, namelijk een tijdelijke die twee keer drie kwartier geldt, en de meer permanente buiten het stadion, die voor en na de match van kracht is. Maar ook een gezelschapsspel werkt met twee ordeningen, elk met eigen spelregels.
Toch is spel veel meer dan alleen sport of spelletjes. Mensen kennen andere situaties waarin twee ordeningen tegelijk voorkomen. Als ik zeg dat schrijven voor mij een feest is, dan vergelijk ik de twee ordeningen van schrijven en feesten met elkaar en zie overeenkomsten – ook al zit ik niet met een feesthoedje voor mijn computer. Beeldspraak speelt met ordeningen.
Levensbeschouwingen spelen ook met ordeningen. Religieuze en seculiere hebben gemeen dat ze naast de voorhanden werkelijkheid een gewenste ideale werkelijkheid poneren: twee ordeningen. In het geval van de godsdienstige overtuigingen wordt bovendien gespeeld met de menselijke en de sacrale (of goddelijke, heilige, bovennatuurlijke) ordeningen.
Bij al dat spelen met ordeningen komt het spel met beelden van pas, juist omdat daarmee een andere ordening opgeroepen kan worden, ook al is die niet waarneembaar voorhanden.

… of macht
Elke vergelijking gaat mank, maar spel en macht vergelijken heeft tot op zekere hoogte zin. In beide gevallen gaat het om menselijke vermogens. Bij spel gaat het om de gave met twee ordeningen te spelen, bij macht om het vermogen het gedrag van anderen te bepalen, zelfs tegen hun wil. Dat bepalen van het gedrag is een stuk gemakkelijker als uitgegaan kan worden van één enkele ordening in plaats van twee. Macht moet het hebben van eenduidige wetten die vastleggen wat de ene geldende ordening is. Twee ordeningen zijn onpraktisch. Nu kan spel niet zonder macht, en omgekeerd. Om het spel met ordeningen te spelen moet er ruimte zijn om dat te doen. Macht kan dat garanderen.
Dat lukt niet meer zodra machthebbers hun macht verhefffen van middel tot doel. Dan kantelt er iets. Macht kan dus zowel faciliteren als beperken. Het spel kan gestimuleerd worden, zoals in verkiezingstijd gebeurt, als alle speelkansen weer openstaan. Maar als een regime wil voorkomen dat zijn gevestigde macht aangetast wordt, kan het alle spel dat zijn macht bedreigt, aan banden leggen.
Wat in staten gebeurt, is ook in levensbeschouwingen waar te nemen. Ook zonder machtswellust kan elk speels gedrag in regels gesmoord worden, met de beste bedoelingen. Als de leiders overtuigd zijn van de eigen waarheid, bestaat de mogelijkheid dat ze het spelen met alternatieve inzichten er varen als een bedreiging. Tegen wie zich daaraan overgeeft, kunnen disciplinaire maatregelen genomen worden. Of de afwijking wordt weggecensureerd. Met name als de macht hiërarchisch wordt georganiseerd en de visie allesomvattende trekken heeft, groeit de kans op exclusiviteit en grensbewaking. De enig overlevende spelvorm is het machtsspelletje.
Spel en macht kunnen echter in een gezonde spanning ook zorgen voor dynamiek in een levensbeschouwing. Het spel met twee of meer ordeningen vestigt de aandacht op alternatieven. De leiding kan pogingen tot vernieuwing en verandering welbewust stimuleren. Vernieuwers in religieuze levensbeschouwingen kunnen zich daar beroepen op inspiratie door de goddelijke macht.

A-mens…
Uitgangspunten bepalen keuzes voordat ook maar iets overwogen is. Persoonlijkheidstypes bepalen levensovertuigingen, net zo goed als levensovertuigingen persoonlijkheidstypes opleveren. Ook al is de verzuiling voorbij, aan de levensbeschouwing kent men nog vaak de mens: ‘dat is een typische…’ (katholiek, refo, antroposoof etc.).
Overdrijving is didactisch gereedschap. De uitersten maken duidelijk wat op het spectrum ertussen ligt – waar de meeste mensen hun plek hebben. Vanuit de polen gedacht is de A-mens te onderscheiden van de C-mens. In elk van de twee komen eigenschappen samen die herkenbaar zijn voor de andere bewoners van het spectrum.
De A-mens heeft als prototypes de ambtenaar en de apotheker. Beiden hebben iets met orde, regelmaat en continuïteit. Beiden oefenen een dienend beroep uit. Ze staan in dienst van een hoger doel. De ambtenaar verzorgt het sociale lichaam dat samenleving heet, de apotheker dient het fysieke menselijk lichaam. Beiden hebben tot taak verbetering te brengen in een problematische situatie door de toepas sing van de juiste middelen. Beiden hebben te maken met regelgeving. Ze bepalen en houden de juiste maat.
De A-mens verenigt in zich de ambtenaar en de apotheker. Mensen kunnen ervoor kiezen een A-mens te zijn. Die keuze bepaalt hun gedrag en hun gezag in het leven.
In levensbeschouwingen zorgen A-mensen voor een veilige en duidelijke omgeving. Ze letten daarbij op de institutionele kant, maar beogen ook het welzijn van individuele deelnemers. Ze oefenen bestuurlijke taken uit. Ze kennen de regels en handhaven die zo nodig. Als zich nieuwe uitdagingen voordoen, passen ze de daarvoor geldende regels toe, en anders bedenken ze nieuwe. Levensbeschouwelijke A- mensen zijn soms opgeleide professionals – in religies met priesterlijke status – soms zijn het vrijwilligers die in hun rol gegroeid zijn.
Die rol kan negatief afgeschilderd worden: regelneven/nichten, kleine pausjes. Dat geeft aan waar hun valkuil ligt als de dienstbaarheid in het vergeetboek raakt. Maar zonder hen zou de institutie verkruimelen.

…of C-mens
Aan het andere uiteinde van het spectrum bevindt zich de C-mens. Die vertegenwoordigt een heel ander persoonlijkheidstype dan de A-mens. De C-mens heeft als prototypes de coureur en de componist.
Coureur en componist verleggen grenzen. Ze laten zien wat nog nooit vertoond is. Beiden bouwen voort op bestaande praktijken, maar komen met iets nieuws. Om dat te bereiken is hun inventiviteit belangrijker dan hun technische vakkennis. Ze hebben gevoel voor het moment en grijpen de kans die zich voordoet. Daarbij maken ze gebruik van de mogelijkheden die lichaam en ziel, hart en verstand hun bieden. Hun inzet is volledig en hun doel is alles uit een situatie te halen dat er in zit. Allebei vliegen ze wel eens uit de bocht als ze iets willen wat niet uitvoerbaar is. Maar de intentie is belangrijker dan het efffect. Ze zien iets voor zich en meten de kansen om dat tot werkelijkheid te maken. Als het nodig is, overtreden ze regels. Ze streven naar een verandering in de bestaande orde. Ze kunnen iets willen wat volgens iedereen gaat mislukken, maar wat voor hen kans van slagen heeft. Halen ze de eindstreep, dan krijgen ze heldenstatus.
Mensen kunnen ervoor kiezen C-mens te zijn, ook zonder zich te spiegelen aan coureur en componist.
Op het levensbeschouwelijke vlak vallen de C-mensen op doordat ze afwijken van het standaardgedrag. In religies zijn het stichters en profeten. De droom van C-mensen is de nachtmerrie van A-mensen. C-mensen proberen, binnen de regels van A-mensen of daarbuitenom, inzichten en praktijken uit, waar nog niemand aan gedacht heeft. Hun creativiteit laat hen op ideeën komen die door de gevestigde orde op zijn minst als afwijkend gezien worden – als ze niet als onversneden ketterij worden bestempeld. Maar slagen ze erin de barrières te slechten, dan worden ze onthaald als helden, ook door A-mensen. Mislukt het, dan krijgen ze het etiket van goedbedoelende prutsers.

Hoe kies je met wijsheid een levensbeschouwing die werkelijk bij je past? Godsdienstantropoloog André Droogers stelde een Kieswijzer levensbeschouwing op. Hierin beschrijft hij tientallen levensbeschouwelijke keuzes, met steeds twee opties. Voor zinzoekers werkt het als een handige routeplanner. Wie al heeft gekozen, checkt of die bestemming nog steeds past.
Steeds meer mensen zoeken hun levensbeschouwelijke heil buiten de gebaande paden. Vroeger bepaalden kerken de richting. Nu maakt de meerderheid van de Nederlandse
bevolking zelf uit wat zinnige antwoorden zijn op vragen als ‘wat is de reden van mijn bestaan?’. Daarbij maakt men gebruik van verschillende inspiratiebronnen, zowel religieuze als atheïstische. Het aanbod waaruit men kan kiezen is groter en gevarieerder dan ooit en kan desoriënterend werken. Droogers wil met deze praktische zingevingsgids de lezer helpen om zich te oriënteren op het uitgebreide spirituele landschap.
Kieswijzer levensbeschouwing is verschenen bij Amsterdam University Press (242 blz., €19,95). Zie ook: www.kieswijzerlevensbeschouwing.nl.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda