FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 25 April 2017 09:35

Minder oorlog en geweld, meer gezondheid en onderwijs

Moeders en kinderen wachten in de kliniek van Kachindamoto, Malawi Moeders en kinderen wachten in de kliniek van Kachindamoto, Malawi Tekst en beeld: Ralf Bodelier

Filosoof Ralf Bodelier nam honderden Nederlanders mee op reis door het Afrikaanse Malawi. Hij ziet het land ten goede veranderen. Afrika gaat vooruit. Alle Afrikaanse landen worden gezonder, rijker, veiliger en de meeste ook democratischer, al gaat dat soms met twee stappen vooruit en een achteruit. Terwijl het Westen blijft hangen in achterhaalde beelden van armoede en geweld, leven steeds meer Afrikanen in de hoop op een betere toekomst. Waarom hebben we daar in het Westen geen idee van?

‘Het is dramatisch: een kind dat in Malawi wordt geboren, heeft 17 keer meer kans om voor zijn vijfde te overlijden dan een kind in Nederland. Lig je in Malawi op het kraambed, dan is de kans dat je de bevalling niet overleeft 90 keer groter dan in Nederland. En heb je in Malawi een gemiddeld inkomen, dan is dat ongeveer 120 keer lager dan in Nederland.”
Het is begin februari en voor me zitten twaalf Nederlanders die deze zomer meegaan naar Malawi, het land in zuidelijk Afrika waar ik al meer dan twintig jaar kind aan huis ben. Om de twee jaar organiseren mijn partner en ik een reis door wat wel ‘the warm heart of Africa’ heet. Voordat we op pad gaan, spijkeren we alvast hun kennis bij over de geschiedenis, cultuur en het leven in Malawi. Want wie zich vandaag goed voorbereidt, snapt straks veel beter wat hij ziet.
Dus vertel ik over de hoge sterfte van kinderen en hun moeders, over armoede en honger, over corruptie en slecht bestuur. Dat is niet alleen iets wat ík vreselijk vind, maar wat ook de Malawianen zelf als verschrikkelijk ervaren. De aanstaande reizigers knikken, want het is immers ook het beeld van Afrika dat ze kennen van televisie en uit de krant: Afrika als het verloren continent, waar een leven maar weinig waard is, dat wordt verscheurd door oorlog en geweld – zie het hoge aantal, dat via Libië naar Europa probeert over te steken.

Welkom thuis
Toch gaan er in de groep een paar handen omhoog. Iemand vraagt zich af of Afrikanen op andere terreinen niet veel rijker zijn dan wij, westerlingen. Denk aan de sprankelende religiositeit van de mensen, aan de soepele omgangsvormen en aan het vermogen om met tegenslagen om te gaan. Andere reizigers vallen haar bij. Wat te denken van de prachtige natuur en de muziek van Youssou N’dour en Salif Keita? Ben ik niet te eenzijdig in mijn weergave van Afrika?
Ik voel me enigszins betrapt. Want ze hebben natuurlijk gelijk. Die rijkdom is immers dat wat me al een kwart eeuw naar Afrika lokt. Landen in Malawi is thuiskomen. De oude politieman op het vliegveld van Blantyre die je herkent en begroet met ‘welkom thuis, Bwana’. Kóm er eens om op Schiphol. De rit in een rammelende Toyota naar de stad. Links en recht de bonte markten met jengelmuziek uit transistorradio’s. De eerste telefoontjes van kennissen die je een fantastische tijd wensen. Vrienden in de sloppenwijk die bij de ondergaande zon wachten met een braai en flessen bier in een emmer koud water. De omhelzingen, kinderen die aan je broekspijpen trekken en de oude blinde grootmoeder die danst van vreugde als je haar weer bezoekt.

Chinees en sushi
Die rijkdom zou wel eens de reden kunnen zijn waarom niemand van onze Malawiaanse vrienden in Nederland zou willen wonen. Ze waren er allemaal. En ze keken hun ogen uit, ze stonden voor het eerst op een roltrap en liepen door automatisch openschuivende deuren. Ze aten Chinees, sushi en stamppot, stapten onwennig in een trein, proefden voor het eerst zout water aan het strand van Zandvoort en bewonderden de Nachtwacht. Ze waren dankbaar voor de uitnodiging en hadden een geweldige tijd.
Maar ze vroegen ook waarom de buren en overburen niet even langskwamen. Ze waren immers al twee dagen bij ons te gast? Waarom vonden onze kinderen school zo stom, terwijl in Nederland niet werd geslagen en de leraren leuke filmpjes toonden tijdens de lessen? En waarom woonden onze ouders zo alleen, zonder kinderen en kleinkinderen, in een woonzorgcombinatie? Waarom praatte in de trein niemand met elkaar? Waarom was het zo stil op straat? Waarom werd er op feestjes niet gedanst? Waarom ging niemand meer naar de kerk? Hoe was het mogelijk dat artsen kankerpatiënten zo hartvochtig vertelden dat ze nog maar drie maanden te leven hadden? Dachten die artsen soms dat ze God waren? Was dat de prijs die wij betaalden voor de vooruitgang? De Nederlanders knikken. Dat is ook wat ze weten van Afrika. Hoe arm het continent in materieel opzicht ook is, zo rijk zou het wel eens kunnen zijn in spiritualiteit.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda