FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 11 April 2017 13:08

'Een stem dwars door puinstof heen'

'Een stem dwars door puinstof heen' Tekst: Laura van Moolenbroek, Beeld: Hollandse Hoogte

Mensen lezen liever spannende fictie dan poëzie, maar als dichters voordragen is de opkomst groot. Kenmerken van poëzie zijn rijm en ritme, maar lang niet elk gedicht heeft ze. Poëzie is mysterieus. Zijn er wel regels voor het schrijven van poëzie en waar zit nu eigenlijk de kracht van poëzie in? De zoektocht naar het antwoord op deze en andere vragen leidt naar Campert en Nijhoff, maar ook naar de Bijbel.

‘Dichters liegen de waarheid’, zei Bertus Aafjes (1914-1993) ooit. Deze Nederlandse katholieke dichter, die daarnaast ook nog essayist, journalist, vertaler en prozaïst was, is tegenwoordig vooral nog bekend vanwege zijn Voetreis naar Rome, een werk dat hij in 1946 publiceerde over een reis die eigenlijk met de fiets begon, niet te voet. Het boek zorgde voor veel ophef, omdat Aafjes tijdens zijn reis niet alleen had genoten van de natuur en het moois dat Rome biedt aan cultuur, maar ook van drank en vrouwen en dat liet hij niet onvermeld in zijn verhaal.
Poëzie is omgeven met mysterie en dat wist Bertus Aafjes ook. Met zijn opmerking dat dichters de waarheid liegen, vatte hij in zekere zin de essentie van poëzie: namelijk dat dichters wel de waarheid wel weergeven met hun woorden, maar dat hun beschrijving van de werkelijkheid nooit helemaal een op een staat met hoe de werkelijkheid precies is.
Volgt u het nog? Poëzie is ingewikkeld. Ook voor mij, met een universitair diploma Nederlandse Taal en Cultuur op zak, waarvoor ik vakken moest volgen met titels als ‘Poëzieanalyse’, is de dichtkunst nog regelmatig onbegrijpelijk. Wat maakt poëzie nu tot poëzie en waar zit de kracht van poëzie in? Iedereen kent wel een gedicht dat raakt, emotioneert (zie bijvoorbeeld ook de Volzin- rubriek Dichterbij), maar waar zit het ‘m nu precies in?

Niet denderend
Poëzie wordt gelezen door een select gezelschap. De gemiddelde Nederlander pakt liever een thriller of detective: met zo’n 57% is ‘spannende fictie’ duidelijk het vaakst gelezen genre in het totaal van gelezen boeken, volgens de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak. Poëzie staat met 6% zelfs onder het genre erotische fictie. Toch is er hoop, stelt de website Leesmonitor: het percentage mensen dat poëzie leest, is de afgelopen drie jaar gestegen met ‘maar liefst’ 0,8% sinds 2012. Echt heel denderend zijn de cijfers niet. Waarom lezen mensen geen poëzie? Misschien omdat een lezer liever wordt meegesleurd in een spannend verhaal van meerdere bladzijden, zoals een thriller. Maar misschien ook wel omdat gedichten vaak als ‘moeilijk’ of ‘ingewikkeld’ worden geacht, terwijl dat echt niet altijd zo hoeft te zijn.
Dichter Maarten Das (1980) ziet het allemaal niet zo somber in. Das is onder andere lid van het Utrechtse Stadsdichtersgilde en auteur van de twee dichtbundels De voddenman zingt (2005) en Schuilkerk (2009). Dat dichtbundels geen fantastische verkoopcijfers opleveren, merkt hij ook, maar voordrachten zijn nog steeds populair. “Als er ergens een dichter komt optreden, trekt dat wel veel mensen. Voordachten, dat je met elkaar gaat luisteren naar een dichter, is iets dat altijd wel zal blijven.”

Helemaal van zichzelf
Natuurlijk zijn er onbegrijpelijke gedichten en ga je voor je lol meestal niet een bundel lezen met gedichten van Sinterklaasrijmpjes-kwaliteit. Met de juiste bundel, het juiste gedicht, kan poëzie echter ook prachtig zijn, krachtig. “Met poëzie kun je dingen zeggen die je op geen enkele andere manier kunt zeggen”, vertelt Das. “Je gebruikt herkenbare woorden uit het gewone leven, maar stopt in een gedicht toch iets wat helemaal van zichzelf is.”
Bij deze uitspraak gaan bij mij alle bellen rinkelen. Een gedicht dat van zichzelf is, de autonomie van poëzie, is een belangrijk thema in de wereld van de poëzie (geweest). In de jaren vijftig kwam er een groep dichters op die zich afzetten tegen de heersende stroming in de poëzie; het symbolisme. Die symbolisten zagen elk woord als een symbool, een verbinding met de buitenwereld of een hogere wereld. Een groep nieuwe, jonge dichters, de Vijftigers genoemd, wilden daar vanaf. Een gedicht dat gaat over een roos, gaat enkel en alleen over die beschreven roos en niet ook meteen over de liefde bijvoorbeeld.
Het resultaat van deze opvatting is vaak hele abstracte, experimentele poëzie. Er is zo veel nagedacht over elk woord en de constructie van elk klein deeltje van het gedicht, dat zo’n gedicht in het begin vooral veel vragen oproept.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda