FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 03 April 2017 11:43

'Waar geen wil is, is een weg'

'Waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?' 'Waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?' Tekst: Anton de Wit, Beeld: Corbino

Henk Oosterling had al jong de neiging om de moeilijke weg te kiezen. Zijn pad voerde hem naar de filosofie maar ook naar Japan en de vechtsport. “Ik kon ook helemaal niet wennen toen ik uit Japan terugkwam. Dat kleine rotlandje hier, met al dat geouwehoer om niets.”

Een klein stukje Japan aan de Maas, zo kun je zijn appartement omschrijven. Hartje Rotterdam, afhankelijk van hoe de zon staat letterlijk in de schaduw van de Erasmusbrug. Binnen Boeddhabeelden, oosterse zwaarden aan de muur, schuifdeuren van rijstpapier. In het voorkomen van de filosoof verder geen Aziatisch decorum; hij praat en oogt meer als een bonkige dokwerker dan als een verlichte oosterse wijsgeer. Henk Oosterling – nomen est omen, dat wel – is toch echt meer Rotterdammer dan Japanner.
Maar het Verre Oosten loopt als een rode draad door zijn leven en denken. Hij publiceerde er een boek over met een titel als een zenraadsel: Waar geen wil is, is een weg. Hij praat zoals hij schrijft. “Nee, voor het eerst schrijf ik in dat boek zoals ik praat”, corrigeert Oosterling. Hoe het ook zij: zowel dat boek als een gesprek met Oosterling verloopt onvoorspelbaar, grillig, schijnbaar van de hak op de tak. Van autobiografische anekdotes schakelt hij moeiteloos naar filosofische bespiegelingen over het Franse differentiedenken. Fijnzinnige cultuurhistorische schetsen van het ontstaan van Japan worden afgewisseld met haast pamflettistische pleidooien over ecologie of de ‘radicale middelmatigheid’ van smartphones. Met wat geduld en moeite ontvouwt zich een boeiend en coherent wereldbeeld, maar verwacht van Henk Oosterling dus geen kant-en-klare spirituele wijsheden. “Mijn levensmotto is niet voor niets: waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?”, lacht Henk Oosterling.

Tegen wil en dank
Zijn neiging om de moeilijke weg te kiezen zat er al vroeg in, vertelt hij. “Ik ben in Rotterdam geboren en getogen, hier vlak om de hoek zelfs. Ik heb echt een buurthuisjeugd gehad. Deed in het Don Bosco-buurthuis aan judo, tafeltennis en biljart, zat bij de zeeverkenners, enzovoort. Het was een katholieke omgeving, met alles erop en eraan. De goede en de slechte dingen. Maar ik kijk er niet met verbittering op terug, het heeft me gestimuleerd. Het is mijn springplank geweest.”
Die springplank bracht hem wel bij een heel ander spiritueel kader, namelijk dat van het zenboeddhisme. Een religie wil hij het niet noemen. Oosterling: “Als ik al een zenboeddhist ben, dan ben ik een culturele zenboeddhist. Die jongens zitten hier wel” – hij wijst naar Boeddhabeelden in zijn woonkamer – “maar ik maak me er verder geen illusies over.”
“De spiritualiteit deel ik wel. Dat is vrij toevallig ontstaan. Toen ik als puber in een crisis raakte wilde ik naar Zundert, om me een tijdje terug te trekken in een katholiek klooster. Ik pakte het meteen radicaal aan. Van de een op de andere dag zegde ik de kweekschool op, een maand voor m’n eindexamen. Ik ben van hier naar het Feyenoordstadion gelopen, en ben daar langs de weg gaan staan met m’n duim omhoog. Maar de vrachtauto waar ik in stapte ging de andere kant op. Ik kwam niet in Zundert uit, maar in Parijs, waar ik in een zenboeddhistische sessie verzeild raakte. Verder was die hele reis een desillusie. Het vroor, ik had geen rooie cent op zak. Binnen vier dagen was ik terug thuis. Maar die ontmoeting met het zenboeddhisme en de ervaring op zich heeft zich bij mij vastgezet. Waar geen wil is, is een weg, en die weg leidde toen naar Parijs.”
Terug uit Frankrijk haalde Oosterling alsnog zijn gymnasiumdiploma, ging filosofie studeren en werd intussen ook steeds fanatieker in het beoefenen van de Japanse krijgskunsten – meer specifiek kendo, Japans zwaardvechten. Dat bracht hem uiteindelijk tot zijn volgende ingrijpende reis: twee stageverblijven van ieder een half jaar in Tokio, Japan. Ook nu echter tegen wil en dank. “Daar had ik helemaal geen zin in. Ik moest verder van huis dan ik ooit geweest was, met een vliegtuig dat kan neerstorten, en daar verblijven met mensen die ik niet kon verstaan. Doodeng vond ik dat. Mijn wil zei: blijf gewoon lekker hier. Maar wat deed ik: ik legde me op afspraken met leraren vast, stapte een reisbureau binnen en kocht een vliegticket, zodat ik niet meer terug kon. Ik koos een vorm die mij dwong te gaan. Waar geen wil is, is een weg. Het ego wil zichzelf steeds overwinnen, en kiest een dwingend kader om dat te bereiken. Dat was het liften naar Parijs, dat was kendo, dat waren bindende afspraken en een vliegticket.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda