FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 30 March 2017 10:49

'Petje af voor de mens'

"We leven in een grandioze samenleving." Festival Dance Valley, Spaarnwoude. "We leven in een grandioze samenleving." Festival Dance Valley, Spaarnwoude. Tekst: Jurgen Tiekstra, Beeld: ANP Foto

Veertig jaar schrijft journalist Simon Rozendaal al over wetenschap, milieu en gezondheid. In die tijd maakte hij ‘zo’n tachtigmaal mee’ dat het eind van de wereld dan wel van de mensheid werd voorspeld. De neiging tot doemdenken is hardnekkig; het christendom is daar niet vreemd aan. Maar de feiten leren ons wat anders: Het gaat steeds beter met ons.

Zeven jaar geleden bracht historicus Auke van der Woud een boek uit over sloppenwijken. In zijn boek beschreef hij niet de hemeltergende vuiligheid en benauwdheid van de bidonvilles in Nairobi, Jakartao0f Rio de Janeiro. Nee, hij portretteerde de vroegere achterbuurten in plaatsen als Amsterdam, Leiden, Groningen, Rotterdam, Tilburg, Eindhoven.
Aan het eind van de negentiende eeuw groeiden de Nederlandse steden onstuimig door de komst van plattelanders, op zoek naar werk. Van de vijf miljoen mensen in ons land leefden er twee miljoen in armoede. “Honderdduizenden Nederlanders woonden en werkten rond 1900 in de gebrekkige omstandigheden die nu in de slums van de niet-westerse metropolen worden aangetroffen”, schrijft Van der Woud in Koninkrijk vol sloppen. “Vergeleken met honderd, honderdvijftig jaar geleden is elke Nederlander nu welvarend, ook de arme. (…) Ik hoop stilletjes op jonge lezers, mensen die in onze grandioze welvaarts- en verzorgingsstaat zijn geboren en niet weten hoe recent en abnormaal, en hoe kwetsbaar die misschien is.”
De meeste mensen hebben een slecht geheugen, of tenminste een ernstig gebrek aan historische kennis. Dat moet de reden zijn dat zovelen sikkeneurig om zich heen kijken en overtuigd zijn dat het met zowel Nederland als de grotere wereld de verkeerde kant op gaat. Maar te midden van dat leger aan doemdenkers is er een opmerkelijke reeks goedgemutste onderzoekers en journalisten die met hun vinger wijzen naar de statistieken en het tegenovergestelde beweren. Kijk naar willekeurig welk cijfer – op het vlak van armoede, honger, levensverwachting of geweld – en je ziet dat de mensheid zevenmijlsstappen heeft gezet.

Tractors en kunstmest
Een van deze statistiek smullende optimisten is de Zweedse publicist Johan Norberg, wiens boek Vooruitgang vorig jaar in vertaling verscheen. Hij beschrijft hoe hij een duik in het verleden nam om het heden met frisse ogen te kunnen zien. “Een van de landen waarop ik mij richtte was in de greep van chronische ondervoeding – het was armer, de levensverwachting lag er lager en de kindersterfte hoger dan het gemiddelde Afrikaanse land ten zuiden van de Sahara”, schrijft hij, waarna hij met zijn punchline komt: “Dat land was het Zweden van mijn voorouders, honderdvijftig jaar geleden.”
Dat is precies de periode in de West-Europese geschiedenis die ook Auke van der Woud beschreef. Wie herinnert zich nog de hongersnood in Nederland en omliggende landen van 1844-1845, deels als gevolg van een om zich heen grijpende aardappelziekte? De gestegen voedselprijzen brachten de armen in zulke grote problemen dat er in Groningen bijvoorbeeld een hongeroproer ontstond. Neergeslagen door de autoriteiten zou die zeven doden eisen. Dat doet denken aan de rol die stijgende voedselprijzen hadden in de protesten eind 2010 in Tunesië, die het kruitvat zouden blijken voor de Arabische Lente.
Hongersnoden waren in Europa een normaal verschijnsel. Dat is nu niet meer voorstelbaar. Eén misoogst had desastreuze gevolgen. Eind zeventiende eeuw kwam een aanzienlijk deel van de Fransen door honger om. Hoezeer er vandaag de dag ook gemopperd wordt in dat land, hongersnoden zijn er geen deel meer van de onvrede. Ook in de rest van de wereld is de ondervoeding, ondanks de groei van de wereldbevolking, afgenomen: van 50 procent in 1947 tot 13 procent nu. Dat gebeurde onder meer dankzij kunstmest en door het telen van sterkere plantensoorten. Veel noodkreten dat de groeiende wereldbevolking in de toekomst niet meer te voeden zou zijn, zijn ongegrond gebleken.
Johan Norberg ruimt in zijn boek een ereplaats in voor de Amerikaanse landbouwkundige Norman Borlaug, bedenker van een ziekteresistente tarwesoort die voor een revolutie zorgde in Mexico, India en Pakistan. Voor zijn werk won hij een Nobelprijs. Norberg heeft in zijn boek felle kritiek op milieuactivisten die zich verzetten tegen genetisch gemanipuleerde gewassen, omdat zij daarmee voorkomen dat ook Afrika de ‘Groene Revolutie’ van India en Pakistan mag meemaken. Pogingen daartoe van hulporganisaties en de Wereldbank zouden zijn gedwarsboomd. Ook Norman Borlaug was woedend op de ‘milieu-ijveraars’. “Als ze ook maar een maand in de ellende van de zich ontwikkelende wereld zouden doorbrengen, zoals ik vijftig jaar lang gedaan heb, zouden ze schreeuwen om tractors en kunstmest en irrigatiekanalen en zouden ze het schandalig vinden dat modieuze elitaire types thuis ze dat alles probeerden te ontzeggen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda