FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 06 March 2017 11:01

Zie de vlieg op de muur

Zie de vlieg op de muur Tekst: Agnes Grond, Beeld: Hollandse Hoogte

God ziet het lijden en hoort het roepen van mensen in nood. Zegt de Bijbel. Maar antwoordt Hij ook? Een verkeerde vraag, zegt Agnes Grond. “Het is aan ons om Gods naam waar te maken.”

Er bestaat een chassidisch verhaal over een rebbe die de kamer inkomt waar zijn zoon in gebed is verzonken. In de hoek staat een wieg met daarin diens huilend kind. De rebbe vraagt zijn zoon: "Hoor je niet dat je kind ligt te huilen?" De zoon zegt: "Vader, ik was in God verzonken." Dan zegt de rebbe: "Wie in God verzonken is, ziet zelfs de vlieg die over de muur kruipt."
Wijze woorden die, zoals veel wijze woorden, je ook in de war brengen. Moet je om echt te kunnen bidden, je juist niet afsluiten en je aandacht helemaal richten op degene tot wie je bidt? Inderdaad in God verzonken zijn? Of moet je biddend juist aandacht schenken aan je omgeving, aan het kleine, aan de ander? Moet je om God te kunnen ontmoeten jezelf daarop concentreren of juist jezelf openen en bereid zijn tot overgave? Of zijn bidden en God ontmoeten twee verschillende dingen?

Godverlatenheid
Mijn vader vond bidden maar moeilijk, vooral omdat hij zijn leven lang worstelde met de vraag of God wel of niet bestond. Toen hij 80 was werd hij geïnterviewd in een serie over oude mensen waarin hij daarover vertelde: "God wiens naam is: Ik zal er zijn. Hoezo? Voor het overgrote deel van de mensheid is en was Hij er helemaal nooit. Dat is me altijd blijven kwellen. Ik heb zoveel doden gezien, zoveel mensen die diepongelukkig waren met hun levenslot, zoveel lijden meegemaakt. Alleen daarom al zou er een God moeten bestaan: om het zaakje recht te trekken. Maar als je me vraagt, geloof je dat ook? Ik weet het niet. Ik zou het heerlijk vinden als God bestond, echt heerlijk, maar ik wacht maar af."
De godverlatenheid die uit zijn woorden spreekt, stemt mij treurig. Vooral de wanhoop dat God er niet is in de diepste ellende. Tegelijk verlangt hij hevig dat God wél bestaat en hij verwacht dat hij straks – na zijn dood zal hij bedoeld hebben – zal weten hoe het zit. Mijn vader wilde het allemaal zo vreselijk graag begrijpen. Hij had weinig talent voor overgave en weinig oog voor 'de vlieg die over de muur kruipt'.
Kun je bidden tot God als je twijfelt of God wel bestaat? Zelf ben ik niet zo met God opgegroeid, meer met het verhaal van Jezus. Als het al over God ging, ging het over Onze Lieve Heer, wat dichterbij voelde. God was te moeilijk. En dat klopt ook. Alles wat je over God zegt, is vaag. Bestaat God? De Frans-joodse filosoof Marc-Alain Ouaknin noemt de vraag onzinnig omdat die gesteld wordt in de verkeerde taal, namelijk in die van de logica en de kennis. De taal van mijn vader inderdaad. Ook ik denk dat je niet kunt zeggen dat God bestaat zoals een tafel en een stoel bestaan, of zoals wij bestaan. Niet in onze ruimte en tijd. Daarom vind ik het ook raar om allerlei menselijke eigenschappen aan God toe te schrijven. Of erger nog, te zeggen dat je weet wat God wil of, zoals zo vaak gebeurt, beweren dat God aan jouw kant staat.

Alleen verhalen
Maar hoe kun je dan wel over God praten? Ik denk alleen verhalend over hoe God werkt in mensen. De zaak van God, zegt ook Ouaknin, speelt zich af in de taal, in de verbeelding en in verhalen. We kunnen elkaar vertellen over sporen van God die soms plotseling oplichten in de rommeligheid van het leven. Soms zie je God gebeuren, in en tussen mensen, in een blik, in een ontmoeting, in de natuur, in dingen die goed of mooi zijn, of juist onbegrijpelijk of duister. Soms weet je of vermoed je dat je getuige bent van iets bijzonders, en al snap je het niet helemaal, je kunt er wel over vertellen. Verhalen geven inzicht, je kunt erdoor geraakt worden of gemotiveerd, je kunt er hoop uit putten. Zeker in deze soms onbegrijpelijke wereld hebben we verhalen broodnodig, verhalen over liefde en hoop, over mensen die overeind blijven in de ellende, verhalen over hoe het anders kan. Dat is niet nieuw, dat is altijd zo geweest. Als het volk in ballingschap is, of Jona in de buik van de walvis zit, zijn het verhalen die hen tot steun zijn en perspectief geven. De Bijbel is zo'n boek vol verhalen die mensen elkaar vertelden, over hoop en wanhoop, over licht aan de horizon als alles verloren lijkt. En over Gods bemoeienis met mensen, de ene keer huiveringwekkend de andere keer bevrijdend. Het zijn verhalen die je aan het denken zetten. Als Paulus schrijft dat God dat uitkiest wat in de ogen van de wereld dwaas is, om de wijzen te beschamen, wat zwak is om de sterken te beschamen, wat onbeduidend is en wordt veracht, en wat niets is om wat wél iets is, teniet te doen (1 Korintiërs 1, 26-29), dan is dat niet alleen verwarrend maar vooral radicaal en confronterend. Want dat betekent volgens mij ook dat áls je God wilt zoeken, je dat eerder moet doen op de vuilnisbelt dan in een kerk.
Maar moet je God wel zoeken? Of zoekt God ons? Gods naam is: Ik zal er zijn. Moeten we misschien vooral onze oren en ogen openen om te ontdekken waar en wanneer dat gebeurt? Met de overgave die de rebbe uit het chassidische verhaal bedoelde? Is dat misschien bidden?

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda