FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 28 February 2017 14:54

Het masker van Ensor verbergt zichzelf

James Ensor: Zelfportret omgeven door maskers (1899). James Ensor: Zelfportret omgeven door maskers (1899). Tekst: Eric Corsius

Het gemaskerde feest van carnaval houdt ons een spiegel voor, zegt Eric Corsius, in het voetspoor van kunstenaars als James Ensor en literatoren als Van Duinkerken en Ter Braak. “In deze spiegel zien we ons zelf: in onze halfslachtigheid en dubbelhartigheid, als wezens tussen roes en rol, leven en dood, authenticiteit en groepsdwang, gemeenschap en uitsluiting.” Na carnaval volgt onvermijdelijk Aswoensdag.

Was het heimwee naar de winkel van zijn ouders, waar maskers werden verkocht? Was het een nostal-gisch verlangen naar het jaarlijks terugkerende carnaval in zijn geboortestad Oostende? Of was het de uiting van een bepaald levensgevoel? De ambitie om een levensfilosofie in beeld te brengen? Wat bracht James Ensor (1860-1949) ertoe, zich in een bekend zelfportret te omgeven met een menigte van gemas-kerde mensen? Wie het Zelfportret omgeven door maskers (1899) tot zich door laat dringen - of een van de vele andere werken van Ensor waarop maskers voorkomen – merkt gaandeweg dat er meer aan de hand is dan jeugdsentiment.
Uiteraard kon de kunstenaar voor zijn beeldtaal dankbaar putten uit het kleurrijke materiaal dat zijn milieu had aangereikt. Dit maakt zijn werk, ondanks de sombere en sociaal-realistische ondertoon, tot een publiekslieveling. Ensor zag in de maskerdragende mens echter meer dan een dierbaar stuk folklore. De spot en de huivering die uit deze werken spreken, laten een diepere laag vermoeden. Het masker is niet wat het is. Het masker verbergt iets anders – en laat ons daarnaar raden en gissen. In die zin is het masker bij Ensor als het ware het masker van zichzelf. Uit het starre mombakkes wordt ons iets toegefluisterd. Het spreekt ons aan en wil ons iets zeggen. Maar wat?

Deel van het geheel
Voor het antwoord op deze vraag kunnen we – behalve bij Ensor – te rade gaan bij twee schrijvers die zich hebben bezig gehouden met het fenomeen van carnaval en van het masker, dat in sommige streken onlosmakelijk is verbonden met dat carnaval. Het zijn Anton van Duinkerken (1903-1968) en diens ‘frene-my’ Menno ter Braak (1902-1940). Het rooms-katholieke culturele boegbeeld Van Duinkerken, in Bergen op Zoom geboren als Willem Asselbergs, schreef een klassiek geworden essay met de titel Verdediging van carnaval. Diens meer filosofisch aangelegde en grensverleggende tegenpool Ter Braak gebruikte het carnavalsfeest als een allegorie voor een vermetele en nog steeds opvallend actuele cultuurkritiek in zijn Carnaval der burgers. Ensor, Van Duinkerken en Ter Braak – de lijst zou ongetwijfeld kunnen worden uitgebreid – leggen diepere betekenislagen van het masker en het gemaskerde feest bloot. Die betekenissen staan echter nogal op gespannen voet met elkaar. Het masker verwart ons. Laten we die tegenspraken aan het licht trachten te brengen.
Om te beginnen is het masker een manier om onze eigenheid en individualiteit te relativeren. Door het masker verbergen we onze identiteit immers en vereenzelvigen we ons met anderen, die eenzelfde masker dragen. Wie een masker draagt wordt opgenomen in een groter geheel. “De man achter het zotte masker is gemeenschapsmens”, schreef Van Duinkerken. Wat en wie wij in het dagelijks leven zijn en wat ons door de week onderscheidt van anderen: dat alles doet er even niet toe. Onder het carnavalsmom zijn we een deel van het geheel. Sterker nog: door zich voor te doen als een ander wisselt de gemaskerde zelfs zijn of haar identiteit in en neemt zij of hij tijdelijk de identiteit van een ander aan. Hij of zij wordt voor éven iemand anders. Het is niet minder dan een zielsverhuizing.
Onder dit spel met identiteit ligt, zo benadrukte de levensgenieter Van Duinkerken, het besef ver-scholen, dat wij deel uitmaken van de grote stroom die het Leven is, de stroom die alle andere mensen, ja: alle andere levende wezens omvat. Voor de goede, gelovige verstaander ligt hierin ook de overtuiging besloten, dat dit leven uiteindelijk onkrenkbaar is en sterker dan de dood. Kortom: het masker dat we dragen met carnaval heeft nogal wat pretenties. Het drukt gemeenschapsbesef uit, een zogenaamd oceanisch levensgevoel en ten slotte niets minder dan het christelijk geloof in het de opstanding der doden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda