FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 24 February 2017 10:47

'Iedereen hier tutoyeert elkaar'

Martina Heinrichs: "Het borrelde hier." Martina Heinrichs: "Het borrelde hier." Tekst: Jonathan Bergmann

Ze volgde een opleiding in Duitsland en kende in Nijmegen vrijwel niemand, toch kwam Martina Heinrichs (61)in Nederland wonen. “Het borrelde hier, dat vond ik spannend.” Intussen woont en werkt ze al ruim dertig jaar in ons land, maar nog steeds voelt ze zich geen Nederlandse. “Ik blijf altijd een beetje een buitenstaander, in de positieve zin van het woord.”

Waarom kwam u naar Nederland?
“Ik studeerde theologie en Frans in Duitsland en Frankrijk toen ik op publicaties stuitte over de feministische theologie. Dat onderwerp boeide me, maar in Duitsland was er maar weinig over te vinden. De Nederlandse Catharina Halkes gaf in die tijd, de jaren zeventig, al vrij veel lezingen over dat onderwerp in het buitenland, ook in Duitsland. Ik deed mijn scriptie over dit onderwerp, maar in Duitsland was er geen goede begeleiding; bovendien vonden ze het onderwerp te journalistiek en te weinig academisch. Dankzij contact met Catherina Halkes lukte het toch om af te studeren. Ik ging verder met een lerarenopleiding in Kleef, vlak over de grens bij Nijmegen. Toen verhuisde ik naar Nijmegen. Zo kon ik al colleges bezoeken en de feministische theologie in Nederland opsnuiven. Na mijn studie solliciteerde ik naar een baan als wetenschappelijk medewerker op een onderwijsstimuleringsplaats voor de feministische theologie. Die baan kreeg ik.“

Maar u kende, behalve Catherina Halkes, verder niemand in Nederland?
“Nee, en ik kende de taal ook niet. Die wilde ik wel leren, maar mensen gingen automatisch Duits met me spreken, ze zetten hun beste beentje voor. Dat moest ik tegenhouden, anders leerde ik het nooit. Er was toen ook geen inburgeringscursus, ik heb alleen het talenpracticum van de universiteit gevolgd. Zo heb ik de taal toch vrij snel geleerd, eerst liet ik de stukken die ik schreef nog nakijken, maar al gauw durfde ik dat ook aan. Nu vallen mij zelfs de d/t-fouten bij mijn collega’s en mijn kinderen op.”

Wat trok u zo aan in Nederland?
“Er is veel meer ruimte en openheid. Duitsland is veel formeler. Ik verbaasde me enorm dat op de faculteit iedereen elkaar tutoyeerde, tot aan professor Schillebeeckx aan toe. Bij mijn sollicitatie nam ik een tas vol diploma’s mee. Maar bij het gesprek hoefden ze die niet eens te zien. ‘Laat maar zitten’, zeiden ze, ‘dat geloven we hier allemaal wel.’
Dat is een groot verschil met Duitsland. Ik merk het nu nog bij de verkoop van het huis van mijn moeder. Al trek je al een jaar op met een makelaar, je blijft elkaar met u aanspreken. De Nederlandse manier is fijner, ongecompliceerd, maar soms toch te amicaal. Bijvoorbeeld naar oude mensen toe is u-zeggen ook een teken van respect.
De katholieke kerk, zeker in de tachtiger jaren, was in Nederland veel vrijer. De Acht Mei Beweging was in opkomst, het borrelde allemaal, dat vond ik heel spannend. Na de universiteit ben ik als katholiek bij protestantse instellingen gaan werken, in Duitsland was zoiets ondenkbaar. Daar was alles veel meer gescheiden, terwijl die diversiteit in Nederland juist gewenst was in het kader van oecumene.”

Zijn er nog dingen die in Duitsland beter zijn geregeld?
“Ik ben er zelf misschien een beetje puristisch in, maar in Nederland doet men gauw wat zorgelozer over taal. Zelfs Trouw citeert buitenlandse talen niet goed. Op de Duitse televisie vind ik de praatprogramma’s en talkshows veel scherper. Twee heel tegengestelde meningen zitten daar tegenover elkaar aan tafel en dan gaat het hard tegen hard. In Nederland is het toch: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Je mag niet opvallen. Het vraagt wel wat om het conflict te durven aangaan en je te profileren, maar in Nederland mag je je kop niet uitsteken boven het maaiveld. Ik zit zelf op meerdere koren, daar zie je het ook. Het is niet gemakkelijk voor iemand die goed kan zingen om een solo te krijgen.”

Voelt u zich inmiddels Nederlandse?
“Nee, ik ben hier niet geboren. Als mensen over televisieprogramma’s uit hun kindertijd spreken, dan ken ik die niet. Ik blijf altijd een beetje een buitenstaander, maar wel in de positieve zin van het woord. Ik houd graag vast aan een stukje Duitse cultuur. Toen mijn moeder nog leefde, vierden we Weihnachten, in Duitsland. Zo konden mijn kinderen mooi van twee walletjes eten: in Nederland Sinterklaas, en in Duitsland Weihnachten.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda