FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 16 February 2017 10:05

Religie en volk: twee handen op één buik?

De Klaagmuur in Jeruzalem is symbool van het joodse lijden en van de hoop op herstel. De Klaagmuur in Jeruzalem is symbool van het joodse lijden en van de hoop op herstel. Tekst: Marcel Poorthuis, Beeld: ANP Foto

Identiteit is niet alleen of niet primair een persoonlijke zaak. Zij heeft ook te maken met de groep waarvan men deel wenst uit te maken. Voor joden zijn religie en volk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Discussies over het jodendom lijken zich nu in verband met de islam te gaan herhalen.

Religie geldt in onze samenleving als een in hoge mate persoonlijke zaak. Toch beschouwt een jood zich doorgaans niet alleen als mogelijk aanhanger van een religie, maar meer nog als lid van een volk. De strijd over de verhouding tussen religie en volk is al meer dan twee eeuwen oud en is ook vandaag nog van belang, met name inzake de islam. Emancipatie van het jodendom betekende integratie in de Europese samenleving, maar ook het inleveren van een aantal volkskenmerken zoals een eigen taal (het jiddisch) en een eigen rechtspraak. Ook in Nederland hadden joodse gemeenten voor het eind van de achttiende eeuw behoorlijk wat autonomie.

Uitverkoren volk
Vanaf de negentiende eeuw doet zich in Europa een kentering voor. Zeker de Duitse filosofen uit die tijd waren hard tegen de joden. Hun vasthouden aan eigen wet en taal was volgens deze filosofen een teken van volslagen achterlijkheid of zelfs van een gevaarlijk gebrek aan burgerzin. Ze konden in het jodendom niet meer zien dan een relict uit de voortijd, haatdragend tegenover zijn niet-joodse omgeving, een infiltrant in Europa. Het vermeende asociale karakter van het jodendom zou een vruchtbare voedingsbodem vormen voor het latere antisemitisme in Duitsland, waarin de jood als parasiet van het gezonde Duitse lichaam werd gezien en als verontreiniger van het zuivere Duitse bloed.
Geconfronteerd met het antisemitisme zag het zionisme scherper dan de joodse orthodoxie – scherper ook dan het socialisme – in, dat de binding van het jodendom aan een eigen land noodzakelijk was. Dat de joodse filosoof Moses Mendelssohn (1729-1786) zich had beijverd om alle etnische wetten uit de Bijbel als secundair voor te stellen, was een dappere poging geweest om het burgerschap van joden te bepleiten. Zijn tijdgenoot Immanuel Kant geloofde er niet in: “Het zou mooi zijn als het waar was.” Een eeuw later zag de filosoof Bruno Bauer in bekering tot het christendom de enige oplossing voor joden. Karl Marx was het met hem oneens: niet de religie, maar de economische positie van het jodendom moest worden veranderd. Of hij daarmee het arme joodse proletariaat of veeleer de gefortuneerde joden bedoelde, blijft onduidelijk: de tragiek van het jodendom was dat beide sjablonen – dat van de joodse armoedzaaier en dat van de joodse kapitalist – erop gelegd werden, en allebei was fout. Dat het joodse volk het ‘uitverkoren volk’ heet te zijn komt niet voort uit superioriteitsbesef, maar hangt samen met de ethische oproep om verantwoordelijkheid voor de wereld te nemen. Die oproep zou uiteindelijk voor heel de mensheid gelden, betoogde de nobele Mendelssohn. Sporen van de gedachte vinden we nog bij invloedrijke Frans-joodse filosoof Levinas. Toch hield ook Levinas aan de noodzaak van een etnische identiteit, in het voetspoor van de middeleeuwse Jehuda Halevi. Diens stelling dat alleen joden tot profeten kunnen worden uitverkoren, maakte etniciteit tot voorwaarde voor ethiek.
De christelijke oplossing voor het jodendom om maar af te zien van de uitverkiezing bleek geen voorwaarde voor tolerantie, maar kon worden ontmaskerd als verborgen intolerantie. Burger-zijn was voor joden beslist iets anders dan christen-zijn! Het publieke domein hoefde daarom nog niet areligieus te worden, maar mocht ook niet door één religie – de christelijke – worden opgeëist. Feitelijk gebeurde dat begin negentiende eeuw echter wel. De door nogal wat historici gebezigde uitdrukking ‘emancipatie van het jodendom’ moet als op zijn minst eenzijdig wordt gezien. Het ging vaak meer om aanpassing dan om emancipatie. Sinds 1814 kent ons land het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap. Die naam verraadt al dat de christelijke kerken het model boden waarop het jodendom zich had te emanciperen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda