FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 14 February 2017 13:21

'Kloof tussen jongeren en kerk bestaat niet'

Harmen van Wijnen: "Jeugdwerk is geen middel." Harmen van Wijnen: "Jeugdwerk is geen middel." Tekst: Jonathan Bergmann, Beeld: Niek Stam

De veelbesproken kloof tussen kerk en jongeren bestaat niet, zegt onderzoeker Harmen van Wijnen. Kijk nu eens niet naar het instituut en de organisatie, zegt hij, maar heb oog voor de dynamiek en groeikracht van kleine informele groepen. Een groep zoals De Leven in Ede.

Bijbelstudie, bier drinken en sigaren roken. Als het aan theoloog Harmen van Wijnen (1967) ligt, zijn ze onderdeel van de kerk van de toekomst. Vorig jaar promoveerde hij op een onderzoek naar jongeren, kerk en geloof. Het onderzoek vloeide logisch voort uit zijn jarenlange werk voor jongeren binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Als voorzitter van het College van Bestuur van de Christelijke Hogeschool Ede is hij nog altijd bij jongeren betrokken. In zijn onderzoek ontdekte hij dat de kloof tussen jongeren en de kerk helemaal niet hoeft te bestaan. Het is maar hoe je naar de kerk kijkt. 

Wat was de aanleiding voor uw onderzoek?
“Als directeur van het protestantse jongerenwerk kreeg ik de vraag: ‘Wat moeten we met de kloof die er bestaat tussen jongeren en kerk?’ Onder de jeugd daalt het aantal kerkleden en activiteiten bezoeken ze slecht. Eigenlijk was de vraag: ‘welk ‘trucje’ kan je bedenken om de jongeren weer lid te laten worden?’ 
Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachter dat de kerk niet alleen een instituut en organisatie is, maar ook een organisme: een dynamisch netwerk van relaties, iets dat spontaan kan ontstaan. Er bestaat alleen een kloof tussen kerk en jongeren als je denkt in termen van instituut en organisatie. Als de kerk overal kan zijn, is er helemaal geen kloof.”

Waarom legt u de nadruk op dat organische aspect?
“Ik nam deel aan een avond van kerkelijke jongeren, na afloop nodigden zij me uit om nog even door te gaan. Een groep vrienden zat op een zolder met bier en chips. Ze tapten moppen, deelden hun verhalen en spraken over de zin van het leven. Ik ontdekte dat hun sociale verbinding ook buiten de kerk lag.
Traditionele kerken denken dat het institutionele aspect van de kerk het belangrijkste is. Daar zitten ze in vast. Ze zien het jeugdwerk als middel om jongeren lid te laten worden van de kerk. Ik kies ervoor om te kijken naar het organische, de sociale verbanden die er al zijn. Probeer die te zien en te faciliteren. Dat is beter dan denken: wij zijn een instituut, hier moeten individuele leden bij komen.”

Hebben zulke sociale verbanden wel betekenis voor de kerk?
“Ik zie de drie aspecten – instituut, organisatie en organisme – niet als losstaande dingen. In mijn ideaalbeeld zijn de verschillende aspecten van kerk met elkaar verbonden. Niet via harde lijnen, maar wel via stippellijnen. Laat het instituut en de organisatie open staan voor de netwerken die er zijn en zorg voor verbinding. 
Die stippellijntjes, dat zijn mensen. Een predikant met gevoel voor jongeren die midden in de jeugdcultuur staat. Een jongere uit zo’n vriendengroep die zelf een verbinding heeft met het instituut. Voor die lijntjes moet je oog hebben. 
Ik hoorde van een vriendengroep, van oorsprong gereformeerd-vrijgemaakt, die vrijwel nooit meer een kerkdienst bezocht. Maar die jongeren wilden wel graag belijdenis doen. Niet in de kerk, maar in hun achtertuin. Ze vroegen de predikant of die naar hen toe wilde komen. Dat is wat ik bedoel. De predikant stapt uit het instituut en wandelt over de stippellijn hun netwerk in die tuin binnen. Het doel is niet dat die jongeren in de kerk komen te zitten. Of anders gezegd: daar in die tuin, dat is óók kerk-zijn.” 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda