FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 06 February 2017 12:39

Zelfbeeld in scherven

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: KERRY BROWN

Jurgen Tiekstra belicht in de rubriek ‘Film’ films waarin een eigenzinnige kijk op de mens en de wereld naar voren komt. Deze maand de nieuwe speelfilm Silence van de Amerikaanse regisseur Martin Scorsese, naar de beroemde roman ‘Stilte’ van Shusaku Endo over de christenvervolging in Japan.

‘Gods stem klinkt uitgerekend in de stilte.’ Volgens mij staat dat ergens in het Oude Testament, zei de Amerikaanse filmmaker Martin Scorsese (74) een tijdje geleden tijdens een vraaggesprek over zijn nieuwste speelfilm Silence. Is dat niet in Jesaja?, dacht de regisseur hardop na.
Scorsese groeide op in Little Italy in New York, als zoon van Italiaanse emigranten afkomstig van Sicilië. Als jongetje was hij misdienaar in de negentiende-eeuwse St. Patrickskathedraal in Manhattan. Het christelijk geloof is hem altijd blijven betoveren. Alleen al omdat de herinneringen aan de geur van wierook, de plechtstatigheid van de gebeden en de verstilling in de gewelfde ruimte van de kathedraal in zijn jongensziel zullen zijn gebrand. Maar zijn bijbelkennis is misschien wat schetsmatig. Scorsese denkt waarschijnlijk aan de scène in 1 Koningen 19, als de profeet Elia zich in doodsangst verschuilt en de HEER aanroept. God trekt aan hem voorbij, maar Hij is niet in de krachtige windvlaag die rotsen aan stukken slaat, Hij is niet in de aardbeving, Hij is niet in het vuur. De HEER zich bevindt zich wel in het ‘gefluister van een zachte bries’.

Christus vertrappen
Al vele, vele jaren lang wilde Scorsese de roman Stilte van de Japanse schrijver Shusaku Endo verfilmen. De Amerikaan is een filmmaker met een imposant oeuvre waarin hij zijn cinematografische bravoure steeds koppelt aan een diepe fascinatie voor menselijke hoogmoed in speelfilms als Taxi Driver (1976), Goodfellas (1990), The Aviator (2004) en The Wolf of Wall Street (2013). In 1966, vlak voordat Scorsese zou debuteren als filmmaker, publiceerde de katholieke Japanner Shusako Endo een roman over de christenvervolging in het zeventiende-eeuwse Japan. Nadat Portugese missionarissen er jarenlang het katholieke geloof konden verspreiden, werden christenen nu met ijzeren hand vervolgd. Ze werden gemarteld met het water uit de heetwaterbronnen in het vulkanische Unzen-gebied, ze werden aan kruisen gebonden en zo dagenlang in de zee gezet, ze werden ondersteboven in een put gehangen. Als de voornaamste vuurproef gold de fumi-e: het vertrappen van een afbeelding, veelal als koperen plaat op een plank aangebracht, van Christus aan het kruis of Maria met het kind.
De roman Stilte van Endo werd al jarenlang geroemd als het prijsnummer uit het oeuvre van de Japanse schrijver, maar het boek maakte niet zoveel indruk toen ik het zelf ooit las. Dat zal er deels mee te maken hebben dat Endo een ingetogen schrijver is. Van drama maakt hij geen drama. Soms is zijn schrijfwijze zelfs uiterst feitelijk. Maar mijn grootste moeite was dat ik niet goed kon invoelen waarom het zo pijnlijk was om op de fumi-e te trappen. Daarentegen snapte ik wel goed wat een Japanse bewaker in de roman zegt tegen een groepje gevangen christenen: “Ik vertel jullie met opzet dat je niet van harte hoeft te trappen. Wanneer jullie alleen voor de vorm je voet erop zetten zal je geloof geen schade lijden.” Letterlijk wordt het tegen de christenen in de roman gezegd: de fumi-e is maar een formaliteit. En ik dacht: inderdaad, dat je met geweld gedwongen wordt op dat plankje te treden zegt niks over je daadwerkelijke overtuiging.

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda