FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 03 February 2017 10:17

‘Ouderenbeleid miskent kwetsbaarheid’

Tekst: Bert Ummelen Tekst: Bert Ummelen Beeld: Corbino

Het ouderenbeleid is gericht op de bevordering van zelfredzaamheid. Fout! oordeelt hoogleraar Anja Machielse. “Je kunt niet zomaar veronderstellen dat iedereen een ondersteunend netwerk heeft.” Daar komt bij: “We hebben in de verzorgingsstaat afgeleerd om voor elkaar te zorgen.”

Als studente filosofie kon Anja Machielse (60) zich best een leven voorstellen alleen op een torenkamertje, tussen de werken van geliefde denkkanonnen. Dat vertelde ze ooit in een interview. Maar er zit een scherp randje aan dat verhaal. “Ik heb me in mijn studietijd best eenzaam gevoeld. Ik kom uit een milieu waarin gaan studeren niet gewoon was. Ik was nogal onzeker en kon moeilijk aansluiting vinden. Dus die hang naar het torenkamertje had er niet alleen mee te maken dat ik graag filosofische teksten las, maar ook met het vermijden van al die ingewikkeldheden met mensen.”
Het is een hele stap om zo haar fascinatie voor vereenzaming, sociaal isolement, te verklaren. Maar toch: “Ik heb ervaren hoe belangrijk een goed functionerend netwerk is. Ik ben blij dat ik dat nu heb, maar ik bedenk ook dat ik net zo goed aan de andere kant van de streep terecht had kunnen komen.”
Sinds kort bekleedt Machielse de bijzondere leerstoel Empowerment van kwetsbare ouderen aan de Universiteit voor Humanistiek. In haar oratie kritiseerde ze het ouderenbeleid van de overheid. Die biedt ouderen hulp en voorzieningen om belemmeringen in hun functioneren weg te nemen en zo zelfredzaamheid te bevorderen. Maar daarmee bereik je nog geen sociale insluiting. En die is voor de kwaliteit van leven van oude mensen zeker zo belangrijk.
In haar rede vervolgde ze het spoor van haar wetenschappelijke loopbaan. “Als filosofe was ik erg geïnteresseerd in vraagstukken op het snijvlak van het publieke en het private, zoals verschillen in gezondheid tussen mensen uit diverse bevolkingsgroepen. Later, na mijn studie sociale wetenschappen, stuitte ik op een vergelijkbaar thema: welzijn en sociale relaties. Ik heb meegedaan aan een groot onderzoek om de sociale netwerken van mensen in beeld te brengen. Er werd altijd vanuit gegaan dat gezondheid de belangrijkste factor was als het gaat om de mate van welzijn die mensen ervaren. Maar het bleek dat de sociale contacten die je hebt nog veel belangrijker zijn. Iemand kan veel gezondheidsproblemen hebben maar zich heel prettig voelen omdat er een sociaal netwerk is waarin hij zich ingebed voelt.
Ik was geïnteresseerd in mensen die geen netwerk hadden. Hoe leef je dan? Wat betekent het, hoe kijken ze naar zichzelf, hoe is het zo gekomen, wat voor verklaringen hebben ze daarvoor en welke mogelijkheden zien ze voor zichzelf? Toen ik zo’n vijftien jaar geleden met die vragen bezig was, werd eenzaamheid als een privéprobleem gezien. Ik kwam er al heel snel achter dat het zo helemaal niet zit. Het is een heel ander verhaal, want het heeft ook te maken met hoe onze samenleving zich ontwikkeld heeft.”

Sluit het ouderenbeleid niet aan bij wat mensen nu eenmaal boven alles willen: zelfredzaam zijn, op eigen benen staan?
“Jawel, maar het veronderstelt dat mensen een eigen netwerk hebben waar ze op terug kunnen vallen. Zelfredzaamheid gaat over autonomie, maar in mijn optiek bestaat autonomie niet in het niets, er is altijd een relatie met de sociale omgeving. Wat de overheid zegt is: laat de mensen zelf hun problemen oplossen en als dat niet lukt zijn er naasten om bij te springen, of vrijwilligers. Pas in laatste instantie komen professionals in beeld. Maar je kunt niet zomaar veronderstellen dat iedereen zo’n ondersteunend netwerk heeft en daar ook daadwerkelijk een beroep op kan doen. Dan ga je niet alleen voorbij aan de individualisering van de samenleving, maar ook aan het feit dat we in de verzorgingsstaat hebben afgeleerd om voor elkaar te zorgen.”

Zou u ervoor pleiten verzorgingshuizen terug te halen?
“Dat weet ik niet. Er zijn heel veel ouderen die het prettig vinden om op een plek te wonen waar ze met elkaar, leeftijdgenoten, een sociale gemeenschap kunnen vormen. Maar anderen willen dat helemaal niet. Die hebben zoiets van laat mij maar midden in de samenleving wonen. Waar de een behoefte aan heeft, is voor de ander een schrikbeeld. Ik doe op dit moment onderzoek naar verschillende woonvormen voor ouderen. Wat opvalt is een groot verschil tussen woongemeenschappen en wooncomplexen als het gaat om sociale vitaliteit. Bij een woongemeenschap kiezen mensen er heel bewust voor met elkaar samen te wonen. Ze kennen ook een ballotage: past degene die zich aanmeldt wel in de groep, de cultuur van de gemeenschap? Bij die faciliteiten waar mensen toevalligerwijs van buitenaf bij elkaar worden gezet ligt het allemaal moeilijker, wat niet wil zeggen dat het in zo’n woongemeenschap altijd perfect marcheert.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda