FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 26 January 2017 09:11

Laten we worden wie we al waren

Tekst: Martijn Rozing Tekst: Martijn Rozing Beeld: ANP Foto

'Wees jezelf', luidt het parool van onze tijd. In het opvolgen van dit gebod zijn we volgens Martijn Rozing een doodlopende straat ingeslagen: "We zijn allemaal zendelingen geworden, met onszelf als de blijde boodschap. De ander, het 'wij', de gemeenschap is het decor waarop ons individuele bestaan zich ontvouwt. Het enige wat daarvan hoeft te komen, is de erkenning voor ons." Hoog tijd om onze kijkrichting om te draaien.

I
Ze vertelt over haar leven. Hoe ze moegestreden is en door de ouderdom met donderend geraas overvallen. Ik luister.
Ze vertelt over haar jeugdjaren tijdens de oorlog. Het verlies van haar vader tijdens het bombardement. Hoe de dood zo vaak is langskomen in haar leven, maar nooit vertrouwd is geworden. De dood treedt haar nu naderbij, maar ze zegt niet bang te zijn. Ze rouwt om het leven dat door haar broze handen glijdt. Ik luister.
Ze kijkt op en zegt verlegen hoe blij ze is met dit gesprek. Hoe het haar oplucht dat ik haar begrijp en dat ik haar geen dwaas vind.

II
We kunnen niet ongezien door het leven gaan wanneer wij werkelijk willen bestaan. Worden wij niet gezien door de ander, dan bestaan wij niet echt. We zijn daarin kwetsbare wezens. Wij zijn voor alles afhankelijk van de ons omringende wereld. De zon geeft ons warmte, de lucht geeft ons adem en de aarde draagt ons. Voor ons eten hebben we de aarde en de ander hard nodig, voor beschutting en veiligheid evenzo. Het is zo vanzelfsprekend en we zijn er zo door omringd dat we er ons niet meer van bewust zijn. Zoals een vis geen besef van water heeft, totdat hij op de kant ligt te spartelen.
Bovenop dit basale fundament komt iets wezenlijks dat speciaal bij mensen lijkt te horen: een set van geestelijke behoeften. Verlangens en behoeften vergelijkbaar met een dorst die gelest moet worden. Verlangens waar we een leven lang mee bezig kunnen zijn, op zoek naar vervulling.
Verpleegkundige en schrijfster Narayanasamy maakte hiervan de mooie opsomming: “De behoefte liefde te geven en te ontvangen; de behoefte begrepen te worden; de behoefte gewaardeerd te worden als méns; de behoefte aan vergeving, hoop en vertrouwen; de behoefte overtuigingen en waarden te exploreren; de behoefte gevoelens oprecht te uiten; de behoefte uitdrukking te geven aan geloof en overtuigingen; de behoefte zin en betekenis in het leven te vinden.”
Het gehoor geven aan deze behoeften vraagt moed. Het betekent onszelf op het spel zetten. Het risico op krenking en onvervuld te blijven maakt ons tot kwetsbare wezens. Onze verlangens dragen naast de belofte van vervulling ook de pijnlijke mogelijkheid van tragiek in zich.

III
Ik open mijn Facebookpagina. Kleurrijke foto’s van familie, vrienden en kennissen schieten voorbij. Vriendin Martine op fietsvakantie in Peru. Nicht Petra deelt een petitie tegen de bio-industrie en voorziet het van een vlammend betoog. Mensen die ik niet ken reageren eronder met instemmende passie.
Ik vrees dat ik te verlegen ben voor Facebook. Of zou het iets anders zijn dat me ervan weerhoudt mijn leven te documenteren en te delen? Mijn mening te verkondigen met een stelligheid die niet past bij de vertwijfeling die ik bij veel maatschappelijke zaken ervaar. Ik voel me onveilig bij het idee gezien te kunnen worden, zonder terug te kunnen kijken. Alsof ik iets aan het vertellen ben maar niet zeker weet of iemand me hoort. Tegen wie spreek ik? Wat me misschien het meest verontrust is het idee dat ik niet in het gezicht van een ander kan zien of ik wel begrepen word. Hoe worden mijn woorden en beelden verstaan? Komen ze wel echt aan?
Ik zoek in de instellingen naar de functie om mijn profiel op te heffen. De cursor vinkt de benodigde vakjes aan en glijdt over de virtuele knop die mijn digitale bestaan zal uitwissen. Ik twijfel opeens. Isoleer ik mezelf niet door deze stap? Verbreek ik hier geen verbinding met een gemeenschap?

IV
Volgens levenskunstfilosoof Joep Dohmen is authenticiteit de centrale notie van de laat-moderne levenskunst. In onze seculiere wereld bestaat wel degelijk een heilig gebod. Het luidt: ‘wees jezelf!’, ‘word wie je bent!’. Alleen is wat ooit een vrijheidskreet was, nu verworden tot een problematische en paradoxale opdracht. De vrijheid van het individu en de integriteit van het persoonlijke zijn waarden die sinds de jaren ’60 onverminderd van kracht zijn en als fundamenteel waardevol kunnen worden beschouwd. Maar in het volgen van dit gebod zijn we ook, zonder het te weten, een doodlopende weg ingeslagen. In het nastreven van authenticiteit worden we met twee fundamentele problemen geconfronteerd.
In de eerste plaats verdwijnt de ander en de gemeenschap naar de achtergrond. De focus van aandacht gaat uit naar het ik en de zoektocht dit ‘zelf’ te ontdekken, te realiseren en te onderhouden. De ander bestaat alleen in de mate waarin hij raakt aan het ik en waarin hij zich onderscheidt van het ik. Het maken van onderscheidingen en vergelijkingen is natuurlijk een sociale en relationele activiteit. Maar de afstemming op de ander vindt altijd vanuit het ik plaats. Centraal staat het persoonlijke ik; een knooppunt van voor- en afkeuren, verlangens en motieven, kenmerken en kwaliteiten die doorlopend aandacht en onderhoud behoeven.
Zie hier het laat-moderne bestaan dat verklaart waarom wij zo graag kijken naar casting-programma’s en docudrama’s op tv, gretig gebruikmaken van Facebook en andere sociale media, daten via profielen, gecoacht worden voor het vinden van een baan. We zijn allemaal zendelingen geworden, met onszelf als de blijde boodschap. De ander, het ‘wij’, de gemeenschap is het decor waarop ons individuele bestaan zich ontvouwt. Het enige wat daarvan hoeft te komen is de erkenning voor ons. En daar zit precies de grootste kwetsbaarheid. Want door wie word je nog werkelijk gezien wanneer iedereen druk bezig is zichzelf te tonen? Als iedereen spreekt, wie luistert er met aandacht naar wat je zegt?
Een tweede probleem in het navolgen van de opdracht ‘word jezelf’, is de paradoxale aard van die onderneming. Hoe kun je iets nastreven, iets zoeken, wat er reeds is? Hoe kun je jezelf worden als je er al bent? Natuurlijk ligt dit genuanceerder, want het heeft te maken met wat je onder het zelf verstaat. Aangezien we als mensen kunnen liegen, veinzen, verdringen en maskeren (ook zonder ons daarvan bewust te zijn), kunnen we zeggen dat je meer of minder trouw bent aan jezelf en dus ook meer of minder authentiek.
Tegelijk weten we allemaal dat we het meest authentiek zijn, wanneer we ons natuurlijk en ongekunsteld tonen. Dat wil zeggen: wanneer we ons in zekere zin niet bewust zijn van onszelf en gewoonweg iets zeggen of doen. Onze persoonlijkheid, onze stijl, onze houding, onze ethiek; het blijkt uit wat we doen en zeggen, geruisloos en natuurlijk. Wanneer we die stijl gaan bewerken, onze persoonlijkheid gaat beïnvloeden, raken we met elke stap die we doen verder van huis. Datgene wat we in wezen nastreven, blijkt zo subtiel als een hert in het woud. Gaan we er direct op af, dan raken we het kwijt.

V
Ik ben een jaar of twaalf en zit aan tafel met mijn ouders en mijn zusje. Het eten staat op tafel en mijn ouders hebben ruzie over iets dat mijn zusje heeft gezegd. Ik voel me vreemd, een buitenstaander. Ik ben me opeens scherp bewust van het onbegrijpelijke conflict waar ik geen deel van uit maak en de tragische pogingen van mijn ouders om het op te lossen. Een stille, lichamelijke en vanzelfsprekende verbondenheid met hen en mijn zusje gaat verloren in dat moment. Woorden komen er voor in de plaats: ‘ik ben alleen’. Opeens besef ik dat ik ben.

VI
We verlangen naar verbondenheid, maar verliezen ons in onszelf. We vormen nog een gemeenschap, maar zijn tegelijk losgeraakt van elkaar. Het maatschappelijke debat over belangrijke onderwerpen die ons allen aangaan, kent een ongekend harde toon en wordt gekenmerkt door een bittere verdeeldheid: het vluchtelingendebat, de discussie over Zwarte Piet enzovoorts. Het is ‘wij’ tegen ‘zij’, ‘links’ tegen ‘rechts’, maar een dragende grond die het debat in een dialoog zou kunnen veranderen ontbreekt. Verbindingen die bestaan worden juist actief afgebroken. De afwijzing van de ene groep zorgt voor de bekrachtiging van de andere groep. Ze creëert voor een moment de verbondenheid van strijdmakkers. Maar dat is geen gemeenschap, geen dragend ‘wij’; de basis ervan is een afgrond. Aan het einde van de strijd gaat ieder zijns weegs, op zoek naar een nieuw conflict. De gemeenschap als een onvoorwaardelijke basis lijken we verloren te zijn. We verlangen er allen naar, maar grijpen steeds weer mis.
Er is een ander ‘wij’. Een ‘wij’ dat aan het ik voorafgaat in plaats van er vanuit te gaan. Een ‘wij’ waarin we elkaar ontmoeten in het meest primaire dat ons bindt: het feit dat wij mens zijn. Het is het ‘wij’ dat de oprechte religieuze, spirituele of contemplatieve mens zoekt. Het is vanuit deze zoektocht dat deze mens tegen een vreemdeling ‘broeder’ of ‘zuster’ kan zeggen.

VII
Daarom is de enige weg voorwaarts door onze gebroken wereld, een weg die tevens terugkeert. Niet naar een verleden dat geweest is, maar naar een menselijkheid die nooit verdwijnen kan. De weg naar het ‘wij’ is een terugkeer naar het mens-zijn dat vooraf gaat aan mijn ik, een inkeer. In het loslaten van de focus op het persoonlijke in mijzelf, in het herstellen van mijn band met het mens-zijn dat ik met allen deel, kan ik zowel mijn persoonlijke bestemming vinden als mijn verbondenheid met het ‘wij’ hervinden. De terugkeer naar het algemeen menselijke is een terugkeer naar het natuurlijke en oorspronkelijke in mij. De stille, lichamelijke en vanzelfsprekende grond waar mijn persoonlijkheid uit voorkomt. Een grond die ik deel met iedereen en van waaruit ik de ander verstaan en ontmoeten kan. Niet langer vanuit verschillen die onmogelijk met woorden overbrugd kunnen worden, maar vanuit een besef van verwantschap. Een tegelijk aards en spiritueel besef van verbondenheid van waaruit ik me open kan stellen voor een ander. Ik bereik de grens van mijzelf, tevreden en spontaan val ik stil en ik luister…

Martijn Rozing (44) werkt als geestelijk verzorger in een ziekenhuis en woont in Utrecht. Zijn inzending heeft van de jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 een eervolle vermelding ontvangen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda