FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 16 January 2017 09:32

Ubuntu: 'Ons moet almal saamstaan soos 't hoort'

Muurschildering van Mandela in een township Muurschildering van Mandela in een township Tekst: David Roelofs, Beeld: Hollandse Hoogte

'Ik ben, omdat wij zijn' luidt het motto van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016. Het motto is ontleend aan de Afrikaanse ubuntu-filosofie. Nelson Mandela hield dit ideaal voor aan de Zuid-Afrikaanse regenboognatie: respect over en weer, naastenliefde, voor elkaar openstaan. De praktijk is echter weerbarstig zo stelt David Roelofs vast. Niet in de laatste plaats doordat wit én zwart hecht aan 'eigen familie en eigen volk eerst'. 

Deze maand is het precies een jaar geleden, dat ik voor zes maanden naar Zuid-Afrika vertrok. Om Afrikaans te leren, de koloniale sporen uit het verleden te zien, maar bovenal om te ontdekken hoe de mens in het zuidelijkste puntje van Afrika leeft. In dit eerste- maar ook derdewereldland is de bevolking verdeeld. De grote tegenstellingen als wit-zwart, man-vrouw, rijk-arm, zijn zichtbaar aanwezig en herinneren je iedere dag aan de enorme verscheidenheid van mensen. Door het uitvoerige contact met allerlei soorten studenten kwam ik veel te weten over de geschiedenis en bevolking van het land. In de historie van de Boerenoorlogen (eind negentiende eeuw), via het einde van de apartheidsperiode (1990) naar het nu is onmiskenbaar een lijn van verbetering zichtbaar maar is een ideale samenleving nog ver weg.
Sinds haar onafhankelijkheid gaat Nelson Mandela’s rainbow nation economisch vooruit, zijn de burgeroorlogen voorbij en kent het land een grondwet die liberaler is dan welke grondwet in Afrika dan ook. Het zijn echter pas de grove lijnen van een schets die Mandela maakte van het nieuwe Zuid-Afrika: een plek waar iedereen in vrijheid en vrede kan wonen en waar naastenliefde een vanzelfsprekendheid zal zijn. Ubuntu, ofwel het één-zijn van ‘de mens’, moest het toverwoord worden. Mandela stelde dat een reiziger bij aankomst in een willekeurig dorp, nog voordat hij daarom vroeg, door de lokale bevolking voorzien zou moeten worden van water en voedsel. Opdat het hem aan niets zou ontbreken. Een half jaar lang was ik die reiziger en ervoer ik hoe vele Zuid-Afrikanen streven naar ubuntu, maar ook hoe de wereld soms te hard lijkt om dit waar te maken. Een reisverslag van de zoektocht naar naastenliefde.

Mens door anderen
Over de precieze betekenis van ubuntu bestaat geen consensus. En hoewel de strekking van ubuntu altijd associaties met wederzijds respect, naastenliefde en toegankelijkheid oproept, is het gebrek aan eenduidige hantering van het begrip volgens grote Afrikaanse denkers, die ik gedurende het vak African Philosophy moest bestuderen, niet altijd onproblematisch. Ik herinner mij het gespannen hoorcollege in een oververhitte zaal waar de oude witte professor een overwegend zwart en gekleurd publiek duidelijk moest maken wat de kanttekeningen bij ubuntu waren. Met veel gefrons en scepticisme luisterde het studentenpubliek naar zijn betoog. Eenheid en medemenselijkheid zijn überhaupt al moeilijk te vinden, moeten we daar nu ook nog eens een probleem van maken? Kennelijk wel.
Neem als voorbeeld twee Zuid-Afrikaanse volkeren die zich allebei deel voelen van een groter geheel, zich bewust zijn van het feit dat zij als mensen met andere mensen op een plek wonen en ernaar streven elkaars gelijke te zijn. Na dit prijzenswaardige ideaal kenbaar te hebben gemaakt verklaren beide volkeren in de eigen taal ubuntu te willen bedrijven. De Xhosa’s hanteren het adagium Umuntu ngubuntu ngbantu: ‘een mens is een mens door andere mensen’. De Sotho’s stellen motho ke motho ka batho: ‘ik ben, omdat wij zijn’. Beide volkeren lijken met elkaar op één lijn te zitten en geloven dat een mens slechts volledig kan zijn op het moment dat hij in staat is harmonieuze relaties aan te gaan en te onderhouden met andere mensen.
Niets aan de hand dus, dacht ik. Iedereen is vrolijk en stapt elkaar joviaal tegemoet om elkaar in de armen te sluiten en samen een te zijn. Het ‘ik’ wordt een ‘wij’, het individu gaat op in de groep. Dat was wel en ook weer niet helemaal juist, volgens de zenuwachtige docent die zichzelf als zelfingenomen scepticus gemarkeerd voelde worden. Het klopt wel dat beide groepen inderdaad tot één groep willen behoren. De Xhosa’s en de Sotho’s zien elkaar als mensen en willen elkaar behandelen zoals zijzelf behandeld willen worden. Maar zullen ze ooit écht tot elkaars groep behoren? Zal een Xhosa een buitenstaander die niet de juiste inwijdingsrituelen heeft voltooid, zien als een broeder? Zal een Sotho iemand van buiten het eigen volk volledig opnemen, ook al aanbidt deze buitenstaander andere voorouders en gelooft hij niet in de goden van het Sothovolk? Wij studenten waren even stil en keken naar elkaar. Kunnen wij elkaar, ondanks onze achtergronden, daadwerkelijk in het hart sluiten?

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda