FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 11 January 2017 09:28

'Zo blijf je tenminste twee individuen'

Tekst: Patricia Pos Tekst: Patricia Pos Beeld: Sander ten Napel

Het essay 'Zo blijf je tenminste twee individuen' kreeg de tweede prijs van de Volzin-schrijfwedstrijd.

"We balanceren op een flinterdun koord tussen een verlangen naar onafhankelijkheid en het gevoel dat iemand altijd voor je zal zorgen." Bindingsangst vormt volgens Patricia Pos een van de meest populaire kwalen van onze tijd. Een moderne zedenschets.

Op onze eerste date kwamen de woorden wij en ons ter sprake. Allebei werden we spontaan misselijk van koppels die zowel samen als onafhankelijk van elkaar in de wij-vorm spreken. Wij vinden, wij zeggen vaak, wij gaan altijd. Gátver.
“Als het om feiten gaat, kan ik het nog enigszins begrijpen” zei ik om mijn woorden ietwat te nuanceren. “Als je bijvoorbeeld samen op vakantie bent geweest, kun je op een verjaardag waar je met zijn tweeën bent best zeggen, ‘We zijn naar de Azoren geweest’, ofzo.”
Je schudde afkeurend fronsend je hoofd. “Zelfs dan kun je dat hele wij ontwijken, bijvoorbeeld door Anna en ik te zeggen.”
Ik gooide met een lach mijn laatste slok wijn achterover. “Dat is waar,” zei ik.
“Zo blijf je tenminste twee individuen,” legde je uit.
“Mmhmm.”
Dat had het eerste teken moeten zijn.

Vreemd soort kwaliteit
Steeds meer mensen om me heen verkondigen vol trots dat ze bindingsangst hebben. Vooral onder vrouwen is de kwaal immens populair. De een beweert het door rotervaringen met exen te hebben opgelopen, de ander geeft de slechte band met haar vader de schuld en weer anderen halen onverschillig hun schouders op als ik vraag waar die angst dan vandaan komt. De onbekwaamheid om je te binden is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld en veel vrouwen lijken het zelfs als een vreemd soort kwaliteit te zien. Ze strooien het feit dat ze een torenhoge muur om hun hart hebben gebouwd in het rond alsof het de grootste prestatie is die ze ooit geleverd hebben. Alsof ze koste wat kost willen bewijzen dat ze niemand nodig hebben. Kijk mij eens vrij en onafhankelijk zijn, met mijn bindingsangst. Terwijl hun telefoon ondertussen met een korte vibratie meldt dat er een nieuwe Tindermatch gemaakt is. Zelf wil ik dat anders doen. Ik wil niet bang zijn om me voor anderen open te stellen. Ik wil iemand leren kennen met wie het klikt en dan samen de wereld verkennen. Elkaar helpen, elkaar aanvullen, altijd aan elkaars kant staan. Maar hoe graag ik dat ook wil, zoiets moet van twee kanten komen.

Aardig wat voordelen
Het daten gaat goed en na een jaar slaap je vaker bij mij dan in je eigen bed. Voorzichtig breng ik ter sprake dat samenwonen aardig wat voordelen heeft. Een appartement is immers goedkoper dan twee woningen, dagelijks samenzijn zou onze telefoonrekeningen waarschijnlijk flink verlagen en bovendien ben je toch al vaker hier dan daar.
“Ja,” zeg je, maar je gedachten lijken te zijn afgedwaald. Na een paar minuten fronsen land je weer op aarde. “Oké,” zeg je terwijl je glimlachend over mijn haren strijkt.
“Hm?” Ik ben inmiddels in mijn tijdschrift verzonken en kijk vragend op.
“Laten we het maar doen dan.”
“Wat?”
“Samenwonen. Want het is wel handig, ja.”
“En gezellig,” vul ik aan.
“Hm.” Je ogen dwalen weer af. Waarschijnlijk heb je me niet eens gehoord.

Flinterdun koord
Als vrouw wil je je niet te afhankelijk opstellen. De moderne man valt immers niet op een jarenvijftig-huismuts, maar op een vrouw die voor zichzelf opkomt en haar eigen boontjes dopt. Tegelijkertijd wil je wel een band met iemand opbouwen. Wil je zo dicht mogelijk bij iemand zijn, zonder dat het opdringerig wordt. Mannen lijken echter wel bewust een bepaalde afstand te creëren. Ze willen een vriendin en soms zelfs een vrouw en kinderen, maar spreken hun ware gevoelens en gedachtes maar zelden uit. Als vrouwen eens in de zoveel tijd toch de nodige bevestiging nodig hebben, raken ze geïrriteerd. “Je was toch zo vrij en onafhankelijk?” Lijken ze zich dan af te vragen. “Waarom heb je nu dan opeens een of andere liefdesverklaring nodig?” En misschien is die vraag wel helemaal niet zo onterecht. Want het is ook heel dubbel. Als ware acrobaten balanceren we op een flinterdun koord tussen een verlangen naar onafhankelijkheid en het gevoel dat iemand voor altijd voor je zal zorgen, maar als we heel eerlijk zijn, willen we het allebei.

Eerst van jezelf houden
Ze zeggen dat een tripje naar Ikea de perfecte manier is om je relatie op de proef te stellen. Wij voldoen echter niet aan het cliché van het strijdende koppel, maar rijden als een geoliede machine door de winkel. Pas bij de kassa gaat het mis.
“Zullen we de spullen verdelen op basis van wie ze het meest gaat gebruiken?” vraag je.
Ik kijk fronsend naar het volle karretje, waarin alleen spullen liggen die we allebei nodig hebben. Basisbehoeften zoals gordijnen, een kapstok en keukendoekjes, maar ook extra glazen, een vaas en fotolijstjes.
“Die decoratiespullen zijn eigenlijk meer voor jou,” leg je uit. “Ik bedoel, zelf zou ik bijvoorbeeld geen vaas gekocht hebben.”
“Maar dit zijn toch spullen voor ons huis? Dan kan ik het toch gewoon voorschieten en betaal je me later de helft terug?” vraag ik verward. In het afgelopen halfuur heb je zonder ook maar een spoortje tegenzin met elk product dat ik in het karretje wilde leggen ingestemd.
“Dat kan ook wel, maar het is toch makkelijker als meteen duidelijk is wat van jou is en wat van mij?”
We staan nu bijna vooraan in de rij, de kassaband is halfleeg en de vader van een gezin staat luidruchtig zuchtend achter ons. Of moet ik achter jou en mij zeggen?
Je legt twee van de vier gordijnen op de band, maar laat alle accessoires liggen. En natuurlijk de keukendoekjes.

Op het randje van egoïsme
Er bestaat waarschijnlijk geen groter cliché dan dat het vroeger allemaal beter was. Op veel gebieden is dat de grootste onzin en staan we er tegenwoordig juist beter voor, maar wat de liefde betreft zou er best eens iets in kunnen zitten. Als je vroeger een serieuze relatie met iemand aanging, wilde dat immers zeggen dat je ervoor koos om vanaf dat moment samen door het leven te gaan. Man en vrouw bleven weliswaar verschillende personen met uiteenlopende interesses, maar hadden nu een gezamenlijk doel: samen een gelukkig leven op te bouwen. In de moderne wereld is deze houding zeldzaam. Je moet eerst van jezelf houden en dán pas kun je van iemand anders houden. Je moet ook alleen gelukkig kunnen zijn. En je wederhelft mag vooral onder geen beding belangrijker worden dan je werk, je vrienden of de talloze andere onderdelen waaruit het leven is opgebouwd. Mensen streven naar een individualisme dat op het randje van egoïsme balanceert en dat maakt het bijna onmogelijk om een daadwerkelijke band met iemand op te bouwen. De obsessie met het ik staat elke kans op een wij in de weg. En als excuus voor dat foeilelijke feit hebben wij jonge idealisten het ideale excuus verzonnen. Verlatingsangst.

Zo intens eenzaam
“Welke plank wil jij?”
“Maakt niet uit.”
Ik sta in de keuken van het nieuwe appartement. Zojuist hebben jij en ik voor het eerst boodschappen gedaan en heeft ieder zijn eigen spullen gekocht. Van producten die we allebei gebruiken, hebben we twee exemplaren genomen en dus staan er twee flessen cola light, twee pakken keukenpapier en twee pakken melk op het aanrecht. Op mijn voorstel de wattenstaafjes te delen reageerde je niet met woorden, maar met een blik die me meteen de mond snoerde. En dus hebben we nu genoeg oorstokjes voor de komende drie jaar.
“Dan neem ik deze wel. Hier passen mijn blikjes energydrink mooi op.”
“Die mogen ook wel op mijn plank hoor. Ik drink die troep toch niet.”
Je gaat onverstoorbaar verder met het inruimen van de koelkast. “Zo is het toch veel makkelijker.”
Ik knik en kijk hoe je alle spullen op de juiste planken zet. “Zelfs de plankjes in de koelkast wil je niet met me delen,” mompel ik.
“Hm?” vraag je terwijl je tevreden naar de ingeruimde koelkast kijkt. Je gooit de deur dicht en legt je arm om mijn middel.
“O, niks.” Ik leg mijn hoofd tegen je schouder en vraag me af waarom ik me opeens zo intens eenzaam voel.

Niet zonder huisdier
Op onze eerste date kwamen de woorden wij en ons ter sprake. Toen je zei dat je die woorden je leven lang wilde vermijden, dacht ik dat je overdreef. Ik dacht dat je misschien al zo lang vrijgezel was dat je vrijheid je heilig was geworden. Of dat je door het bier misschien rigoureuzere uitspraken deed dan je nuchter zou doen. Om het gesprek luchtig te houden, veranderde ik het gespreksonderwerp soepeltjes van mensen die niet zonder elkaar kunnen naar mensen die niet zonder hun huisdier kunnen. Met dieren bleek je een stuk minder moeite te hebben en even later zaten we vertederd filmpjes van corgi en golden retriever puppy’s te kijken. Ik was je uitspraken al bijna vergeten. Tot ik de keukendoekjes kocht en mijn eigen plank in de koelkast kreeg. En we zelfs toen nog geen wij, maar jij en ik bleken te zijn.


Patricia Pos (27) is vertaler en woont in Biddinghuizen. De inzending van Patricia Pos is door de jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 bekroond met de tweede prijs.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda