FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 09 January 2017 09:08

'Mensen willen gezien worden'

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Rufus de Vries

Veel burgers vertrouwen de overheid niet langer; ze voelen zich in de steek gelaten door de politici. Volgens de politiek leider van de ChristenUnie Gert-Jan Segers zijn veel problemen terug te voeren naar de vraag: voelen mensen zich gezien?

Gert-Jan Segers (47) is Den Haag uitgereden en raast in zijn auto over de snelweg richting Groningen. Zijn agenda zit vol. In maart doet hij voor het eerst als lijsttrekker mee aan de verkiezingen. Hij zat pas drie jaar in de Tweede Kamer toen hij in 2015 Arie Slob opvolgde als fractievoorzitter. Nu toert hij buiten zijn Kameruren het land door om zowel ChristenUnie-leden als kiezers warm te maken voor zijn ideeën.
Zijn programma voor vanavond in Groningen: een paar interviews, gesprekken met christelijke studenten en het signeren in een boekhandel van zijn nieuwe boek, genaamd Hoop. Dit boek vormt de ideologische grondslag voor zijn verkiezingsstrijd. Hij beschrijft erin hoe hij de breuklijnen wil repareren die volgens hem hun splijtende werk doen in onze samenleving: de kloof tussen lager- en hoogopgeleiden, de kloof tussen gelovigen en ongelovigen, tussen jong en oud, tussen immigranten en ‘oude’ Nederlanders, randstad en provincie, economische winnaars en verliezers.
“Als we toch even in Trump-termen denken”, zegt hij, terwijl het polderlandschap langszij schiet, “dan is de provincie Groningen een beetje het Ohio van Nederland. Het is een vaak vergeten regio, waarbij ik het beeld voor me zie van de man in een reportage van Nieuwsuur die met tranen in de ogen bij het hek van zijn gesloten fabriek staat en zegt: ‘Hier had ik mijn werk, hier had ik mijn leven. Het is me door de vingers gegleden en niemand is voor mij opgekomen.’ Denk ook aan de gaswinning in Groningen en het gebrek aan compensatie, en het feit dat veel randstedelijke politici daar met hun rug naar toe staan. Toen wij met het begrotingsakkoord van 2013 ervoor pleitten om de kazerne in Assen en de tbs-kliniek in Balkbrug in Overijssel open te houden, was het tekenend dat ons hoongelach ten deel viel. Mensen in de Randstad hebben vaak niet door hoe belangrijk het is voor de leefbaarheid van het platteland om te investeren in werkgelegenheid. Wij hebben gemerkt dat als wij opkomen voor de regio, dat wij dan denigrerende opmerkingen van collega’s krijgen, zoals van het CDA. Wij zouden al tevreden zijn met spiegeltjes en kraaltjes, werd gezegd.”

Zit er volgens u veel overlap tussen uw boek en het pas verschenen pamflet De empathische samenleving van Jesse Klaver, de lijsttrekker van GroenLinks?
“Het zal deels zo zijn dat wij ons zorgen maken over dezelfde breuklijnen. Maar ik zie dat GroenLinks de individuele keuzevrijheid zo hoog heeft zitten dat ze onderschat hoeveel mensen geen gemeenschap meer hebben, hoeveel mensen niemand anders hebben om voor hen zorgen. Voor mijn boek sprak ik over armoede met Cornel Vader, de bestuursvoorzitter van het Leger des Heils. Hij zei: natuurlijk heeft armoede een materiële component, dat is iets wat GroenLinks aanspreekt, maar de ergste armoede is dat een mens niemand meer heeft, niemand die hem de weg kan wijzen door het oerwoud van bureaucratie en instellingen. Een actueel thema is ‘het voltooid leven’: als mensen zeggen dat ze er niet meer willen zijn, dat het leven te zwaar is geworden, dan zie ik dat GroenLinks nadrukkelijk hangt op autonomie en keuzevrijheid. Terwijl iemand als Paul Schnabel (oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, JT) juist zegt: als mensen dood willen, dan willen ze vaak zeggen dat ze ‘dit leven’ niet meer willen. Daar zit vaak een verhaal achter van eenzaamheid en een gevoel anderen tot last te zijn. Dan is mijn christelijk-sociale antwoord: voordat we ooit tot zo’n keuze komen, laten we eerst doen wat we kunnen om naar die mensen om te zien.”

In een recent rapport zegt het Centraal Planbureau dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt voor een groeiende tweedeling zorgt. Is de economische kloof tussen mensen inderdaad niet het allerbelangrijkste probleem?
“Niet alleen, maar de kloof op de arbeidsmarkt is er zeker één. Kim Putters, de directeur van het SCP, beschreef tegenover mij heel scherp de groep die economisch achterblijft ten opzichte van de mensen die succesvol zijn. De groep die een tijdelijke baan heeft, bestaat voor een groot deel uit lager opgeleide mensen die dat onvrijwillig ondergaan, tegenover de groep van hogeropgeleide zzp’ers daar vaak zelf voor gekozen hebben. Je ziet dan een heel complex aan problemen: mensen die lager zijn opgeleid en in een tijdelijke baan zitten, hebben vaak een slechtere gezondheid en leven korter. Als je hun vraagt: vertrouw jij de overheid?, werkt de overheid voor jou?, vind jij je weg in de politiek?, dan zegt de meerderheid: nee, ik vertrouw de overheid niet en de leden in de Tweede Kamer werken niet voor mij. De rode draad van mijn boek is dat deze problemen vaak terugvoeren naar de vraag: zijn mensen gezien?, zijn ze gekend?, maken ze deel uit van een gemeenschap? Dat is de cruciale factor: dat iemand jou in de ogen kijkt. Dat geldt ook voor de gezondheidszorg: dat mensen niet het gevoel hebben een nummer te zijn. Dat gevoel van ontheemd te zijn en genegeerd te worden, dat Ohio-gevoel kom ik bij elke kloof tegen.”

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda