FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 12 December 2016 09:08

'In opera kun je niet liegen'

Tekst: Victor Bulthuis Tekst: Victor Bulthuis Beeld: Corbino

Nicolas Mansfield beleefde afgelopen zomer zijn eigen Brexit. Hij verruilde de Britse voor de Nederlandse nationaliteit. Als de directeur van de Reisopera ergens een hekel aan heeft is het aan leugenachtige politci. En aan "mensen die er zelfs trots op zijn dat ze niks weten". Leugens alom in onze wereld, maar "in de opera kun je niet liegen".

Hoewel hij al 28 jaar in Nederland woont en werkt, is hij pas sinds 27 juni van dit jaar officieel staatsburger. Het was de Brexit die de geboren Engelsman het laatste zetje gaf. Woest is hij om hetgeen de Britse exodus uit de Europese Unie teweegbracht. “Zowel het yes- als het no-kamp heeft de bevolking misleid. Beide hebben bewust gelogen om zogenaamd het land terug te krijgen. Een Engelse vriendin is door alle meningsverschillen haar vriendenkring kwijtgeraakt, maar meer families en vriendenkringen zijn uiteengevallen. Racisme en homohaat zijn erdoor gevoed, het geweld is toegenomen. Als politici één taak hebben, is het wel het voorkomen van polarisatie in de samenleving. Maar de huidige Britse politiek werkt die juist in de hand.”

Op een haar na priester
Wie met Nicolas Mansfield in gesprek raakt, wordt herhaaldelijk getrakteerd op gepeperde uitspraken over de politiek, de samenleving en de kunst- en cultuursector. Dat is niet zo verwonderlijk, want het is hem zowel in zijn persoonlijke als zijn werkzame leven niet komen aanwaaien. “Destijds ben ik vertrokken uit het Engeland van Margaret Thatcher vanwege de intolerantie jegens homo’s die er heerste. Hoewel ik als homo meermaals heb meegelopen in protestmarsen, veranderde het allemaal niets aan het feit dat je niet zelf mocht beslissen over wat je met je leven deed.”
Benauwdheid van geest trof Mansfield tevens aan bij studenten aan de universiteit van Sheffield, waar hij behalve musicologie ook theologie studeerde. “Daar had ik voor gekozen vanwege de tunnelvisie die ik bij veel van mijn muzikale vrienden aantrof, alsof er niks anders bestond dan alleen muziek. Ik vond het geweldig om de Bijbel in de grondtaal te kunnen lezen. Je krijgt dan een heel ander beeld van die oude teksten dan wanneer je ze in door godsdienst en kerk beïnvloede vertalingen leest.” Het leverde hem stevige discussies op met orthodoxe medestudenten wier geloof door hun wetenschappelijke studie onder druk kwam te staan. “Hele nachten hebben we doorgepraat, ook over seksualiteit. Maar ik wilde geen religieuze activist worden. Ik was tevreden met mijn seksuele voorkeur en had geen zin om dat de rest van mijn leven te moeten uitleggen.”
Op een haar na was Mansfield anglicaans priester geworden. Toch koos hij op het laatste moment niet voor de kerk. Te kritisch is hij geworden ten aanzien van geïnstitutionaliseerde religie. “Ik heb een hekel gekregen aan mensen die altijd gelijk menen te hebben. Waar geloof tot intolerantie leidt, wordt het een groot gevaar. Geloof zonder twijfel is van nul en generlei waarde. Twijfelde Jezus zelf immers ook niet? Ik zie zoveel liefdeloosheid in gevestigde religies, hoewel dat in persoonlijk geloof vaak anders is. Daar zet ik me tegen af.”

Vechten om subsidie
Het werd de muziek, die hem als zoon van een bekend jazzmusicus met de paplepel was ingegoten. En het werd Nederland. Eenentwintig was Mansfield toen hij zich hier te lande vestigde. “Ik heb er nooit één moment spijt van gehad. Je leert jezelf pas echt kennen als je je in het diepe durft te gooien.” Hij verwierf zich een plaats als tenor bij het Groot Omroepkoor, werd conservatoriumdocent stemvorming en dirigeerde meerdere koren, waaronder het Nederlands Theaterkoor. In 2000 werd hij koordirigent bij de Nederlandse Reisopera in Enschede. Bovendien initieerde hij in 2003 de jaarlijkse Meezing-Messiah voor amateurzangers. Bij de Reisopera werd hij in 2013 gekozen tot artistiek en algemeen directeur.
Het jaar daarvoor was de kunst- en cultuursector veranderd in een slagveld, ten gevolge van drastische bezuinigingen door het kabinet Rutte I. ‘Onze jaarlijkse subsidie van 8,5 miljoen werd teruggebracht tot 3,5 miljoen, terwijl De Nationale Opera nog altijd 24 miljoen kreeg. Pure symboolpolitiek, het zwaartepunt bij de Randstad neerleggen terwijl de rest van het land kan stikken. Ik heb toen wel eens in een hoekje zitten huilen.” Het gevolg was verscherpte concurrentie tussen de diverse culturele instellingen, waaronder de operahuizen. “We doen ons heel collegiaal voor, maar in werkelijkheid vechten we om hetzelfde potje. Het betekent dat je nooit authentiek en transparant kunt praten over cultuur. Want die is volledig afhankelijk geworden van de politiek, die niet kijkt naar de waarde maar enkel naar de kosten. Het engagement van de politiek met cultuur is erbarmelijk; ze is volledig in de greep van doorgeslagen rendementsdenken. Terwijl John F. Kennedy terecht zei: A nation which distains the role of the artist, has nothing to look back at with pride and nothing to look forward to with hope (Een natie die de rol van de kunstenaar minacht, heeft niets om met trots op terug te kijken en niets om met hoop naar uit te zien, VB). Een grote verantwoordelijkheid dus voor de politiek, maar ook voor de kunst- en cultuursector. Maar we falen daar met zijn allen steeds weer in.”

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda