FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 07 December 2016 09:13

Kijken als een kind

Tekst: Bert van der Kruk Tekst: Bert van der Kruk

“Ik heb altijd een klik gehad met het werk van Nijhoff. Het heeft een duidelijke bijbelse achtergrond, maar die komt heel verscholen naar boven, onderkoeld bijna. Nijhoffs thematiek hoort ook bij mij. In een aantal liedteksten heb ik, zonder dat ik daarvan zelf wist, soms letterlijk een regel van hem overgenomen. Bijvoorbeeld uit het gedicht Licht: Het leven breekt zich in het bont gebeuren. Die regel stond er zomaar ineens, en heb ik ook maar laten staan. Soms lees ik iets van een ander en denk ik: waarom heb jij dat geschreven? Dat had ik zelf moeten doen.

Ik was bezig na te denken over spiritualiteit en dacht: ik neem dit gedicht als voorbeeld. En waarom? Omdat het vanuit een uitzichtloze situatie een ommekeer beschrijft. Het begint donker en kil: een man die zich in de nacht bekeken voelt en gedraaf van paarden hoort. De dingen zijn alleen nog maar een naam voor hem, ze verwijzen nergens meer naar. Zijn gezicht heeft geen normale trekken meer. Zo laat het eerste kwatrijn in kunstige en verdichte vorm iets van levenloosheid zien. In het macabere kwatrijn daarna danst de man zelfs met zijn eigen schaduw; het toppunt van alleen zijn. Ik vind het een uitzonderlijke beschrijving van waartoe een mens kan worden: verlaten, zonder contact met de dingen, laat staan met zichzelf. Maar, zoals het hoort in een sonnet, breekt in de eerste terzine het licht door, een nieuw besef. Soms is alles schoon en alles goed. En in de tweede terzine keert Nijhoff vervolgens alles prachtig om: niet langer staan de ogen van de duisternis voor het raam, nee, nu staat de man daar zélf. En in plaats van het holle gekletter van paardenhoeven hoort hij een melodie: een kind dat piano speelt. Prachtig. Hij weet zich niet langer alleen. Door dat kind wordt de levensmelodie opnieuw in hem wakker. Het is een thema dat veel vaker bij Nijhoff voorkomt: als je opnieuw kunt kijken, als een kind, vol verwondering, breekt er een nieuw begin aan.

Ik ben een stille man waar God mee speelt – die regel raakt me altijd weer. Zo kan het leven soms aanvoelen, ook voor mij: dat er met je gespeeld wordt. Wanneer? Nou, bijvoorbeeld als de communicatie met mensen om je heen stagneert of verkilt. Als de mensen je niet zien staan of zitten. Als je je niet herkend voelt of wordt afgewezen. Als je denkt: waarvoor doe ik het allemaal? Je kan dat allemaal als lot ervaren. Het kan ook zijn dat je je ondanks dat wél in Gods hand weet. Maar dan word je ook uitgenodigd om het kind in jezelf wakker laten worden. Waarom lukt het zo vaak niet in onze communicatie? Omdat je gehinderd wordt door vooroordelen over de ander. Het is de kunst om je je daarvan bewust te zijn en vanuit een zekere ontspanning weer oorspronkelijk naar mensen en dingen te kijken.

Of ik daarmee ook zelf een stille man ben? Nou, bepaald niet altijd. Ik kan reuze assertief zijn; mijn omgeving zegt: alert en lik-op-stuk. Dat heb ik van mijn moeder. Mijn vader was de stille man. Zelf heb ik die tweekantigheid in me. De stilte is me lief en vormt de basis van ons religieuze leven in Huissen. Wij wonen met z’n twaalven in een klooster. En hoewel er jaarlijks 25.000 mensen over de vloer komen, huist hier de stilte. Zonder die stilte zou ik ook nooit kunnen dichten. Wanneer ik gewoon op mijn kamer aan het werk ben, kan het de hele dag doodstil zijn. Dan denk ik niet: nu moet ik hoognodig weer mensen zien. Dus ja, ik voel mij ook een stille man.”

De eenzame

De oogen van den nacht staan voor het raam.
Beneden draven paarden door de straat.
De dingen zijn niet meer dan hunne naam.
Ik ben niet meer dan een ontdaan gelaat.

Het maanlicht zingt mijn bloed tot dansen wakker,
En als ik dans, danst mijn schaduw met mij –
Schaduw, mijn schaduw, mijn eenige makker:
Wij dansen – zie, ik ben niet meer dan gij.

Ik ben een stille man waar God mee speelt,
Zoodat ik 't leven als een waanzin zie –
Maar soms is alles schoon en alles goed:

Ik sta voor 't raam, en hoor een melodie
Die in me dringt en mijn hart bersten doet:
Hoor hoe hiernaast een kind piano speelt – 

Martinus Nijhoff (1894-1953), uit: Verzamelde gedichten (Bert Bakker, 1990).

Henk Jongerius (Utrecht, 1941) is liturgist, publicist, meditatieleraar en cantor van het dominicanenklooster in Huissen. Hij schreef honderden kerkliederen. Ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag en 50-jarig priesterschap is er op 10 december een lieddag met teksten van zijn hand. Er worden drie nieuwe boeken van hem gepresenteerd. Zie www.dominicanen.nl

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda