FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 01 December 2016 09:08

'Ik voel me bij de paus op mijn gemak'

Tekst: Jan van Hooydonk Tekst: Jan van Hooydonk Beeld: KU Leuven/Rob Stevens

De kersverse Belgische kardinaal Jozef De Kesel geldt als een bedachtzaam en open intellectueel. De moderne theologie beleeft hij als een verrijking, de seculiere cultuur noemt hij 'mooi'. "Mijn grote criterium is het respect voor mensen."

Nog geen jaar na zijn aantreden als aartsbisschop van Mechelen-Brussel werd Jozef De Kesel (69) door paus Franciscus benoemd tot kardinaal. Twee weken terug ontving hij uit handen van de paus de rode bonnet, teken van zijn nieuwe waardigheid. De kardinaalsbenoeming kwam voor hem als “een volkomen verrassing”, vertelt hij. Hij was niet vooraf gepolst. “Als je bisschop wordt, krijg je bedenktijd of je de benoeming aanvaardt, maar dit is van een andere orde. De paus zelf kiest zelf de kardinalen uit. Dit zijn dingen waarvan je moeilijk kunt zeggen dat je ze niet gaat aanvaarden.”

U werd in 1972 in de parochiekerk van uw geboorteplaats Adegem door uw oom hulpbisschop Leo De Kesel tot priester gewijd. Op het altaar stonden naast u en uw oom nog twee andere priesters De Kesel. Verlangt u nog wel eens terug naar die tijd?
“Dat is lang geleden… Mijn priesterwijding was nog een echt dorpsgebeuren, maar vergis u niet, het was in 1972 niet meer de onbekommerde tijd die ik als adolescent nog wel gekend heb. De jaren ’67-’68 vormden niet alleen binnen de samenleving maar ook binnen de kerk een echte cesuur. Toen ik in 1965 aan mijn priesteropleiding begon, telde het seminarie in Gent ongeveer 65 studenten. Vier jaar later waren we nog met 33.
Ik moet zeggen: ik heb als priester nooit een existentiële crisis gekend. Ik heb de veranderingen beleefd als verrijking. Ik kon op geen beter moment theologie studeren. Pfff, als ik u spreek over de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste: het antimodernisme was een verkeerde houding. De kerk was daardoor in een totale impasse geraakt. Haar opstelling was puur autodefensief en ging gepaard met een ontkenning van de cultuur. De grote theologen van de jaren ’60 braken daarmee.
Ik heb de moderne theologie nooit gezien als een beproeving van mijn geloof. Ze heeft mij geholpen om mijn geloof redelijk te verantwoorden. ‘Omdat ik het niet begrijp, zal ik het maar geloven.’ Zo is het niet. Voor mij is het precies omgekeerd: het geloof helpt je om de werkelijkheid die je omgeeft, dieper te verstaan en te aanvaarden. Het is eigenaardig… Ik ben gelovig gebleven. Ik kan goed verstaan dat anderen afgehaakt zijn, maar ik heb dat niet. Ik voel wel: dat is niet mijn verdienste. En aan de andere kant: dat is niet hun schuld. Dat is zo gelopen.”

Oké, een verrijking zegt u. Dat was toen. Maar nu? Minder dan de helft van de Belgen noemt zich nog rooms-katholiek.
“De cijfers zijn onloochenbaar wat ze zijn. Maar ik zou niet zeggen dat onze tijd niet hoopvol is. Toen was de tijd zeker hoopvol, maar misschien hadden we toen ook wel illusies.”

Illusies?
“Paus Johannes XXIII zette met het concilie de deuren open. Men heeft gedacht: dan zullen de mensen wel weer binnen komen. Maar zo simpel is dat nu wel niet. Sommige mensen zeggen: ‘Het concilie heeft alles veranderd en daarmee is het slecht gegaan in de kerk.’ Nee, het is omgekeerd: het concilie werd samengeroepen omdat men wel wist dat er dingen aan het veranderen waren.
De opkomst van de seculiere cultuur is een ontwikkeling van eeuwen geweest. Wat wij meegemaakt hebben en nog meemaken, is, daar ben ik diep van overtuigd, een ontkerstening van de cultuur. Dat betekent niet dat de kerk of het christendom verdwijnt of in verval is en ook niet dat onze seculiere cultuur geen christelijke wortels heeft, maar wél dat het christendom niet meer de instantie is die de cultuur samenhoudt en maakt tot wat ze is.”

Sommigen denken – en anderen hopen of wensen zelfs – dat het christendom in West-Europa daarmee op z’n retour is.
“Die opvatting getuigt naar mijn gevoel van een gebrek aan historisch besef. Het christendom is hier in het Westen nog altijd vitaal aanwezig en ik hoop dat dat blijft. Want zeker als onze cultuur multireligieus wordt met een duidelijke presentie van de islam, denk ik, dat het voor de gezondheid van de samenleving goed is dat er daarnaast een vitaal christendom bestaat. Niet om te zeggen dat wij christenen altijd gelijk hebben, maar gewoon omdat een religieuze monocultuur niet goed is voor de samenleving.”

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda