FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 21 November 2016 09:06

Onontkoombaar katholiek

Onontkoombaar katholiek Tekst: David Roelofs, Beeld: Hollandse Hoogte

Uit onderzoeken blijkt dat religie steeds minder aantrekkingskracht heeft op jongeren. Zij die nog gelovig zijn, hebben daar bovendien de kerk niet bij nodig. De tweeëntwintigjarige katholiek David Roelofs is een uitzondering en geeft een ander geluid: "Mezelf echt katholiek voelen, dat lukt mij alleen in de kerk."

Vertel aan mensen dat je van kinds af aan katholiek bent, jarenlang misdienaar bent geweest en op zondag steevast naar de kerk gaat en ze kijken je wantrouwend aan. Je hoort ze denken: ‘dat is een jonge kerel, niet onintelligent, ook wel aardig om te zien, maar misschien toch wereldvreemd? Zou hij ook in van die jurken door de kerk lopen? Misschien is hij wel misbruikt. Hij haat vast homo’s. Maar beter niet over seks, Darwin of de islam beginnen.’
In deze tijd katholiek zijn, studeren aan de universiteit en D66 stemmen lijkt een contradictio in terminis: rooms, weldenkend én links, dat gaat niet samen. Mensen die horen van mijn katholicisme begrijpen dat vaak niet en moeten zichzelf inhouden niet allerlei vooroordelen op mij te projecteren. Toch mogen ze dat best doen. Het helpt de gelovige én ongelovige de in’s en out’s van de kerk te bespreken en becommentariëren. De zogeheten ‘christengekkies’, het seksuele misbruik, de sacramenten, de paus, het credo en de kruistochten mogen en moeten misschien zelfs, allemaal over het voetlicht komen. Dat het katholicisme geen middeleeuwse ziekte is zullen mensen best aannemen. Maar soms moet het door een twintiger worden besproken. Bij dezen.

Acoliet en die-hard
Officieel begon mijn katholicisme op het moment van de doop. Mijn ouders, beiden rooms-katholiek, besloten mij onder de namen David Johannes Gerritjan Maria Roelofs in de katholieke kerk op te laten nemen. De initialen D.J.G.M. roepen bij paspoortlezers en studentenkaartbekijkers nogal eens vragen op. Het feit dat ik als jongen ook naar Maria heet, zorgt niet zelden voor hilariteit. De omstanders kunnen vrouwelijke doopnamen voor een man maar niet begrijpen. Bij ons thuis deed niemand daar moeilijk over. Het paste in de traditie en de traditie was bekend.
Als jongste uit een gezin van drie kinderen volg ik dan ook het voorbeeld van mijn oudere zussen en word ik na mijn eerste communie misdienaar. Na een bepaalde leeftijdsgrens word je vervolgens acoliet genoemd. Aan de taak die je uitvoert, verandert niets. Nog steeds ben je een dienaar (acoluthus) in de eucharistieviering en assisteer je de priester bij het in gereedheid brengen van het altaar, het aandragen van de gaven, het wieroken, het kaarsen dragen bij de evangelielezing. Alleen nu stoelt je titel op Latijnse etymologie en klinkt het volwassener. Acoliet word je binnen onze parochie als een van de weinigen, omdat de meeste misdienaartjes na een jaar dienst er al de brui aan geven. De titel acoliet heeft voor mij dan ook status. Deze wordt je door de priester in vreugde toegekend op het moment dat je ouder bent, je voor jezelf kan denken en toch nog vrijwillig op het priesterkoor staat. Het voelt als beloning van je trouw. De acoliet is een die-hard.

Verbazing
Totdat ook hij de kerk uitloopt. Sinds ik vanuit het Brabantse Sint-Michielsgestel naar Utrecht verhuisd ben, kom ik zelden nog thuis om de mis te dienen. Acoliet ben ik daardoor alleen nog maar in naam. Toch blijf ik, nu als gewone gelovige, naar de kerk gaan. Zonder oma die het zo waardeert als ik in mijn toga door de kerk loop, zonder moeder die mij aanspoort te gaan omdat die en die er zo op rekenen, zonder pastoor die zo te spreken is over mijn wierrookkunsten, vind ik mezelf bijna iedere zondag in de Utrechtse Catharijnekathedraal.
Nu ik zonder taak of externe aansporing de kerkgang maak, moet ik mezelf de vraag stellen die ik zo vaak van anderen te horen krijg: “Waarom ga je naar de kerk? Je kan toch ook gewoon thuis katholiek zijn?” Ja en nee. Natuurlijk kan ik thuis katholiek zijn, maar jezelf ook echt katholiek voelen, dat lukt mij alleen in de kerk. Als ik de paus op de tv zie dan borrelt wel wat Roomse vertrouwdheid op, maar verder vergeet ik in het dagelijks leven nogal eens mijn religieuze identiteit. Je zult mij geen Katholiek Nieuwsblad zien lezen, een kruisje zien dragen of zien bidden voor het eten. Ook houd ik me niet altijd aan de tien geboden of katholieke dogma’s en is het hooghouden van de zedelijke norm niet altijd aan mij besteed. Mensen om mij heen, mijzelf incluis, verbazen zich dan ook wel eens over het feit dat ik mijzelf katholiek noem.
Deze verbazing komt voort uit wat lijkt op een confrontatie tussen het huidige beeld van de doorsnee student en het instituut kerk. De student is een intelligent, vrijgevochten en wereldwijs figuur dat liberaal en ietwat onverschillig door het leven gaat. Het instituut kerk is een tweeduizend jaar oude instelling die een oude man allerlei macht geeft om vreselijk kortzichtige en onderdrukkende dogma’s af te kondigen, terwijl de rest van het katholieke volk wordt voorgelogen en misbruikt door bulderende bisschoppen en vingerwijzende priesters. Iemand die zichzelf katholiek noemt, moet toch wel volledig geïndoctrineerd zijn, aan zulk een poppenkast mee te willen doen.

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda