FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 15 November 2016 09:43

'De meeste uitvaarten zijn behoorlijk traditioneel'

'De meeste uitvaarten zijn behoorlijk traditioneel' Tekst: José Vorstenbosch, Beeld: Jeroen Dietz

Hoe gaan we om met onze sterfelijkheid? Op welke manier geven we het laatste afscheid vorm? Voor velen is de dood nog steeds geen gemakkelijk onderwerp, toch weet Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover bezoekers te raken. De ambitie is om hét kenniscentrum te worden op het gebied van dood, rouw en rituelen. Directeur Guus Sluiter: “Wij willen diepere lagen bereiken, zonder alleen maar zwaar te zijn.”

"Dat we geen rituelen meer zouden hebben, is onzin. Maar ze zijn wel anders geworden. Rituelen zijn levend, ze veranderen mee met de tijd.” Guus Sluiter is directeur van Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. Het museum is gevestigd in twee panden: de oude opzichterswoning en een modern gebouw, met elkaar verbonden door een glazen gang. Sluiter, van huis uit kunsthistoricus, was aangetrokken om het museum op te zetten. Hij raakte er zo mee verweven dat hij ook na de opening in 2007 aanbleef als directeur.

In het hippe museumcafé Roosenburgh vertelt hij over het doel, de collectie en de plannen. “Wij willen mensen laten nadenken over sterfelijkheid, vertellen hoe we omgaan met de dood.” Het museum, met vier betaalde krachten en tientallen vrijwilligers, ontvangt jaarlijks rond de vijfduizend bezoekers. “Voor een klein museum is dat niet slecht, maar het kan beter. Niet iedereen loopt direct warm voor dit onderwerp. Zo vinden leerkrachten in het basisonderwijs de dood te ingewikkeld. Ze gaan liever naar vrolijke plekken, of hooguit naar het Anne Frank Huis. Daarom willen wij met een digitaal lespakket naar de scholen toegaan.”

Funeraire Academie

Afgezien van projectsubsidies wordt het museum vanaf de oprichting gefinancierd door bedrijven uit de uitvaartbranche. Sluiter: “De begroting moest omhoog, terwijl de rek bij de sponsoring er een beetje uit was. Om een betere mix van inkomstenbronnen te krijgen hebben we subsidie aangevraagd bij de gemeente Amsterdam.” De aanvraag werd gehonoreerd: als nieuwkomer in de discipline erfgoed krijgt Museum Tot Zover jaarlijks ruim een ton in het kader van het Kunstenplan 2017-2020. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst is lovend over het tentoonstellingsbeleid en over de ambitie van het museum om hét kenniscentrum te worden op het terrein van dood, rouw en rituelen. Een andere ambitie is de uitbouw van de Funeraire Academie, een platform dat de uitvaartbranche en de wetenschap bij elkaar brengt. “Ondernemers in de uitvaartwereld missen gedegen informatie, onderzoekers die zich bezighouden met de dood en de uitvaartcultuur hebben behoefte aan data uit de praktijk.” 

Het museum wil geëngageerde, goed doordachte tentoonstellingen brengen, aldus directeur Sluiter. Zoals De Vogelvanger, een expositie gewijd aan suïcide en preventie in de vorm van artistieke beeldessays. “De dood is een onderwerp waar sommige mensen hevig in geïnteresseerd zijn, maar ook veel mensen een soort angst voor hebben. Die proberen we via kunst en fotografie te mobiliseren. Als je het gastenboek bekijkt, zie je dat bezoekers dit zeer waarderen. Ze hebben echt het gevoel dat ze hier iets opsteken.” Het museum slaagt er ook regelmatig in de aandacht van de media te trekken. “Onze tentoonstellingen krijgen enorm veel publiciteit. Wij willen diepere lagen bereiken, zonder alleen maar zwaar te zijn.” 

Als voorbeeld noemt hij De Bedroefde Bolide, Het grote lijkwagen retrospectief. “De tentoonstelling was gebaseerd op het uitgebreide fotoarchief van een carrosseriefabriek en producent van lijkwagens. Na de oorlog ontstond er in Duitsland een enorme markt van tweedehands auto’s die door Amerikaanse soldaten waren achtergelaten. Door hun lengte waren deze auto’s makkelijk om te bouwen tot lijkwagens. De foto’s, gemaakt door het personeel, laten hun liefde voor die glimmende bolides zien. Tegelijkertijd brengen ze de ontwikkeling van de lijkwagen in beeld.” Het museum heeft ook een collectie miniatuurlijkwagens, waarvan een deel is uitgestald in een vitrine. “Tegenwoordig wordt in de uitvaartwereld meer verhulde taal gebruikt en spreekt men liever van rouwvervoer.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda