FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 10 November 2016 09:10

'Zonder hem zaten we nog te bidden'

Cardenal zette de bevolking aan tot kunst. Cardenal zette de bevolking aan tot kunst. Tekst: Ynske Boersema, Beeld: Hollandse Hoogte

De Nicaraguaanse priester, dichter en politicus Ernesto Cardenal richtte vijftig jaar geleden op het eiland Solentiname een veelbesproken christelijke basisgemeenschap op. 92 jaar oud laat de revolutionair nog altijd van zich horen. Regelmatig keert hij terug naar Solentiname om tot rust te komen. Ynske Boersema bezoekt het eiland en stelt vast dat Cardenals boodschap daar nog altijd levend is.

Vijftig jaar geleden, in 1966, arriveerde priester Ernesto Cardenal op Solentiname, een eilandengroep in het Meer van Nicaragua. De nieuwkomer bleek er voor een katholieke geestelijke wat ongebruikelijke ideeën op na te houden. Zo weigerde hij aalmoezen of andere vergoedingen voor zijn kerkelijke diensten. “Ik ben gekomen om te helpen waar ik kan”, verklaarde hij dan eenvoudigweg. Dat hadden we nog nooit meegemaakt op Solentiname”, zegt eilandbewoonster Esperanza Guevara (59). “Veel mensen vertrouwden het niet. Dan gingen ze naar het vasteland om hun kind opnieuw te laten dopen, want ze geloofden dat het alleen 'echt' was als ze ervoor betaalden. Eén koppel liet zelfs hun huwelijk opnieuw inzegenen.”
En zo waren er wel meer kerkelijke opvattingen waar de kersverse priester zich tegen verzette. Grote opschudding ontstond toen Cardenal een jonge moeder uitlegde dat de dood van haar baby toch echt niet de wil van God was geweest, maar gewoon een geval van onbehandelde diarree. De ongeschoolde campesinos konden hun oren niet geloven.
Guevara was toen negen jaar oud. Ze groeide op in een gezin met elf kinderen. Nooit was de opbrengst van het rotsachtige stukje land waar ze van leefden genoeg. “We waren pobre, póbre! Zo arm dat we twee maanden per jaar alleen maar bonen aten”, zegt ze heen en weer schommelend in een hangmat op haar veranda, die uitkijkt over het kalme Meer van Nicaragua “Maar we wisten niet beter dan onze situatie te accepteren als iets onvermijdelijks. Zoveel mogelijk bidden en geen zondes begaan, dat was wat de priesters ons tot die tijd hadden voorgehouden.”

Revolutionaire lading
Maar met lijdzaam bidden in afwachting van betere tijden zouden de boeren nooit uit de misère komen. Wel met de strijd tegen de armoede en het onrecht dat door de dictatuur van de familie Somoza in stand werd gehouden, zo meende Cardenal, die in de jaren voordat hij priester werd, actief betrokken was geweest bij het verzet tegen het dictatoriale regime. Deze betrokkenheid vertaalde zich in zijn revolutionaire gedichten als Canto Nacional (1972), een paginalange aanklacht tegen de uitbuiting van de Midden-Amerikaanse ‘bananenrepublieken’.
Daarbij was Cardenal aanhanger van de bevrijdingstheologie die in de jaren zestig in Latijns-Amerika opkwam. In tegenstelling tot de westerse theologen namen de bevrijdingstheologen de problemen van de armen in de maatschappij als uitgangspunt voor hun denken. Het geloof moest zich volgens hen vertalen in een politieke strijd tegen de 'zondige' maatschappelijke structuren die het onrecht in stand hielden. Veel bevrijdingstheologen – onder wie Cardenal – sympathiseerden ook met het marxisme, dat volgens Cardenal dezelfde boodschap uitdraagt als het evangelie: het streven naar een rechtvaardige, klasseloze maatschappij.
De kerkdiensten van Cardenal zouden dan ook al snel een revolutionaire lading krijgen, en daarmee een politiek bewustzijn kweken bij de veelal ongeschoolde arme boeren. Elke zondag kwamen Cardenal en de campesinos bijeen in de openluchtkerk op het eiland Mancarrón (het grootste van de vier bewoonde eilanden van de archipel), waarbij hij geen preek hield maar de eilandbewoners vers voor vers een passage uit het evangelie liet bespreken. Een vast onderdeel van deze discussies vormde de dictatuur van Somoza. De gezamenlijke lezing van de Bijbel resulteerde in wat Cardenal 'de revolutionaire interpretatie van het Evangelie' noemde.
Cardenal begon de gesprekken van de eilanders op te nemen, om ze te verwerken in het boek dat hét naslagwerk voor de bevrijdingstheologie zou worden: Het Evangelie van Solentiname. “De bijdragen van de boeren gingen vaak dieper dan die van theologen, terwijl ze de eenvoud van het evangelie zelf weergaven”, schrijft Cardenal in de inleiding van het omvangrijke werk. “Dat is geen verrassing. Het evangelie, oftewel de blijde boodschap aan de armen, was geschreven voor hen, door hen. Ik beschouw het mijn beste boek, juist omdat ik er niet de auteur van ben.”
“De kerk van Ernesto was onze universiteit”, zegt Guevara. “In een wereld vol ongelijkheid leerde Ernesto ons het ware gevoel van solidariteit kennen.”

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda