FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 2

    VOLZIN 2019: NUMMER 2

    Volzin-special: In de ban van Paulus ‘Paulus was een rusteloze religieuze zoeker’Selfmade theoloog
    30 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 27 October 2016 13:32

'De dood is van levensbelang'

Tekst: Jan van Hooydonk Tekst: Jan van Hooydonk Beeld: Jeroen Dietz

"Ik ben voor een goed bestaan en een goed einde daaraan." Psychiater Jan Mokkenstorm zet zich daarom in voor 'een land zonder zelfmoord'. Een verklaard tegenstander van de dood is hij niet, wél een tegenstander van de dood die wortelt in wanhoop.

“Ik wil niet dat mensen eenzaam en radeloos sterven”, zegt hij. Maar dat doen ze wel. Maar liefst 1871 Nederlanders maakten afgelopen jaar een einde aan hun leven. Onverdraaglijk vindt psychiater Jan Mokkenstorm (54) dat. Hij geldt als een pionier en autoriteit op het terrein van de suïcidepreventie. Telefoon en internet bieden daarvoor nieuwe mogelijkheden. Mokkenstorm was in 2009 de oprichter van de stichting 113Online. Hij is er nog altijd directeur van. Vrijwilligers van 113Online bieden via het telefoonnummer 0900-0113 de klok rond, zeven dagen per week, een luisterend oor aan mensen die kampen met suïcidale gedachten. Chatten behoort ook tot de mogelijkheden. De professionals die bij 113Online werkzaam zijn, bieden hulp en therapie. De stichting wil het taboe op suïcide in de samenleving doorbreken, ontplooit daartoe publieksactiviteiten en moedigt de samenwerking van hulpverleners en wetenschappers aan. “Mijn streven en dat van 113Online is een land zonder zelfmoord”, zegt Mokkenstorm. Een vermetel streven? Nee, zegt hij, eerder een kwestie van willen. “Weet je hoeveel verkeersdoden Nederland in de jaren zeventig telde? Meer dan 3500. Tja, er waren toen ook zoveel auto’s en die reden ook zo hard… En hoeveel verkeersdoden zijn er nu? 540, een derde dus van het aantal suïcides. Het aantal doden in het verkeer is door gerichte maatregelen teruggedrongen, maar dat geldt niet voor zelfdoding. Er was veel reflectie maar weinig actie.”

Veel mensen vinden zelfmoord een rotwoord. Waarom gebruikt u dat woord eigenlijk?

“Dat heeft op de eerste plaats een pragmatische reden. Afgelopen jaar verschenen er op internet zo’n 150.000 berichten over zelfmoord. In 130.000 daarvan wordt het woord ‘zelfmoord’ gebruikt, 10.000 gaan over ‘zelfdoding’, 10.000 over ‘suïcide’. Als onlinehulplijn willen we aansluiten bij het taalgebruik van de mensen voor wie we werken. Het punt is: er wordt inderdaad ook daadwerkelijk een moord gepleegd, maar degene die de hand aan zichzelf slaat, is geen crimineel, maar slachtoffer. De hand van de zelfmoordenaar wordt niet door hemzelf bestuurd maar door iets dat in hem gevaren is: wanhoop, verdriet, een duivelse stem. De term zelfmoord komt bij nabestaanden heel hard binnen. Zij hebben alle recht op piëteit. Dat staat voor mij voorop. Maar tegelijkertijd moeten we wel zien dat piëteit niet leidt tot de beste vorm van preventie. Piëteit gaat uiteindelijk over: jezelf verenigen met iets waarmee je eigenlijk niet kunt verenigen, het overlijden door eigen toedoen van een geliefde. Uit piëteit zeggen nabestaanden dingen als: ‘ Het was zijn keuze, het was niet tegen te houden. Wat knap van hem dat ie nog zo lang heeft kunnen leven. ’t Is nu maar beter zo.’ Piëteit is in feite heel vaak gericht op vergeving van de omgeving. Dat is volledig terecht, maar mag niet leiden tot toedekken en tot mythevorming die niet klopt met de werkelijkheid: mensen maken helemaal geen vrije keuzes, ze worden gedreven door iets waarover zelf geen controle hebben, ze zijn gewonde, opgejaagde dieren. Niemand gaat uit vrije wil op de rails liggen. Het druipt er toch van af dat die gedachte niet klopt?”

Vanwaar uw gedrevenheid op dit terrein?

“Als beginnend psychiater werkte ik in de acute crisisinterventie. Ik zag veel patiënten worstelen met suïcidaliteit. Ik verloor patiënten bij wie ik me afvroeg: heb ik als dokter alles gedaan? Om dan achteraf te ontdekken: nee, ik had nog meer kunnen doen. Toen kwam internet op. Als psychiater kon ik pakweg vijftien mensen per dag helpen, via onlinehulpverlening bereik je veel meer mensen. Dat is één: de beroepsmatige uitdaging. Twee is dat ik in mijn studententijd een depressie heb gehad en ook zelf suïcidaal ben geweest, een week of twaalf. Ik was angstig en bijzonder eenzaam. In diezelfde tijd stapte een huisgenoot van me daadwerkelijk uit het leven. Die ervaringen hebben bepaald dat ik psychiater wilde worden. Dat is twee. En drie is: in mij schuilt, denk ik, een messianistische fantasie. Ik ben ooit dokter willen worden uit verdriet. Verdriet over een overleden oma, de moeder van mijn moeder, die daar weer erg verdrietig over was. Er was veel lichamelijke pijn en ziekte in mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in een hervormd gezin. Dat gezin was niet erg belijdend, maar ik was dat wel. Ik ging uit eigen beweging naar de zondagsschool, ik was helemaal gegrepen door het verhaal van Jezus. Hij was mijn superman en ik was een braaf, goedertierenachtig jongetje, een beetje een heilig boontje. Ik heb zelfs nog een tijdje dominee willen worden. Mijn drijfveren zijn niet allemaal even nobel. Naast de beroepsmatige uitdaging en de ervaringsdeskundigheid is er ook de behoefte om mezelf te onderscheiden, om verschil te maken – zoals Jezus dat voor mij als jongetje deed, zeg maar.”

De dominee in u is gebleven?

“Ergens wel, een zekere ethiek en moraliteit zijn zeker niet helemaal weg. Gelovig zoals toen ben ik niet meer, maar ik ben ongelooflijk onder de indruk van de natuur, van het heelal, van de kracht van het leven. Daar kan ik niet bij; dat is voor mij van een hogere orde.”

U gaf uw ‘overlevingsgids’ voor mensen die kampen met suïcidaliteit de titel ‘Hoop doet leven’. Wat is het belang van hoop in de preventie en hulpverlening?

“Het tegendeel van hoop is wanhoop. Door wanhoop maken mensen een einde aan hun leven. Ze zitten in de klem, worstelen met hun pijn en problemen, kunnen die niet langer verdragen en zien dan nog maar één uitweg: zelfdoding. Als er hoop is op verbetering van de situatie, zo is mijn ervaring, dan is dat voor iemand al genoeg om nog een dag langer door te gaan. Dat geldt zelfs wanneer iemands situatie objectief nog niet veranderd is.”

Hoe kun je aan een wanhopig mens hoop bieden?

“Soms helpt het al om de realiteit aan te reiken. Heeft iemand een ziekte, dan kan het helpen dat je zegt: ‘Ja, u hebt een nare ziekte, maar het perspectief is dat de meeste mensen die we behandelen beter worden. Het kost tijd, maar u kunt beter worden.’ Dat is een simpele manier om hoop te bieden. De vraag is dan natuurlijk wel of mensen dat van je willen aannemen. Mensen met zelfmoordgedachten denken vaak dat niemand hen kan helpen, dat ze iets raars hebben wat niet te snappen is of dat te veroordelen valt. Hoop zit hem dan in empathie, de ander helpen om zichzelf en de situatie te aanvaarden zoals die zijn. Pas als het verdriet niet meer hoeft te worden bestreden maar er mag zijn, kun je als mens daarbovenuit groeien. Een les is: hoe beter jij je rot kunt voelen, hoe eerder jij je beter kunt voelen. Als je kunt zeggen ‘ja, ik heb een depressie’, valt er al iets van je af. Dat is een begin van hoop. Ik denk heel vaak: hoop zit er niet in dat de last van het leven minder wordt, maar dat je die last beter leert dragen.”

Speelt zingeving hier ook een rol?

“De vraag naar de zin van het leven is typisch een vraag die opkomt bij mensen die geneigd zijn tot depressie. De vraag naar de zin van het leven, komt voort uit pijn, uit de confrontatie met de dood. De vraag naar de zin van het leven is altijd ook de vraag naar de zin van de dood. Mensen die lekker draaien, denken daar veel minder over na.”

Maar kunt u als psychiater een handreiking doen als het om zingeving gaat?

“De bottomline van psychotherapie is het vinden van een zinvol en zingevend verhaal dat verklaart waarom iemand in de narigheid is gekomen en tegelijkertijd hoe hij daar ook uit kan komen. Je zoekt dus als hulpverlener naar een remoraliserend verhaal waaraan iemand hoop kan ontlenen. Belangrijk is wel dat zowel de patiënt als de behandelaar in dat verhaal gelooft. Allerlei verhalen zijn mogelijk. Zelf blijf ik het liefst bij wat we wetenschappelijk plausibel kunnen maken. Voor mij is dan een van de belangrijkste inzichten dat vermijding van de bronnen van de pijn uiteindelijk leidt tot meer pijn. Zingeving is dan wat mij betreft: aanvaarding van het leven zoals het is. Er is geen goed feest zonder gebroken glazen. Die horen er echt bij. Met dat gegeven moet je leren omgaan, niet naar anderen wijzen die iets hadden moeten doen maar jezelf scholen in de acceptatie daarvan, je niet door je emoties laten meeslepen maar het goede doen.”

En wat is dat goede dan wel?

“Dat mag iedereen van mij zelf weten, maar zelf denk ik dat mensen gelukkiger worden van geven dan van nemen, dat eerlijkheid toch ’t langst duurt en dat je jezelf vooral niet te serieus moet nemen.”

Uw stelling is dat mensen door pijn, verdriet en tegenslag heen moeten. Voor veel mensen is dat moeilijk. Wijst dat op een gebrek aan levenskunst of faalt de samenleving hier?

“De diersoort mens is volgens mij altijd geneigd tot vermijding van pijn en tegenslag, maar aan sommige dingen ontkom je in het leven nu eenmaal niet. We worden in onze samenleving omgeven door tal van apparaten en je wordt vaak op je wenken bediend. Als je dan tegen iets aanloopt wat niet met een vingerknip te regelen valt, ben je onervaren in het omgaan met je onmacht. Tijdens de economische crisis van de afgelopen jaren vonden er naar verhouding in Nederland meer suïcides plaats dan in omringende landen. Een van de verklaringen daarvoor is dat onze samenleving dermate beschermend is, zoveel voorzieningen en vangnetten kent, zoveel mensen ook die jouw problemen oplossen, dat het eigen vermogen van mensen om tegenslag te verdragen en door te zetten, ondertraind is geraakt. We hebben als het ware te weinig kilometers in de benen waardoor we aan het eind van een fietsrit die we eigenlijk toch aan zouden moeten kunnen, doodmoe zijn.”

Onze samenleving geeft ook het signaal af dat falen je eigen schuld is. En op Facebook laten we elkaar alleen de mooie kanten van ons leven zien. Dat lijkt me ook niet bevorderlijk als je met tegenslag wordt geconfronteerd.

“Helemaal mee eens. De vraag hier is: wat definiëren we als samenleving eigenlijk als succes? Zit succes in het hebben van een groot huis? Succes is voor mij veeleer dat je iets van jezelf overwint, dat je je als mens ontplooit. Daarbij hoort ook dat je je moeilijkheden draagt en daar iets mee doet. Vergelijk het met de golfsport. Maar weinig mensen zijn topspeler; ieder speelt het spel op zijn eigen niveau en heeft zijn eigen handicap. Succes bestaat er niet in dat we allemaal wereldkampioen worden maar dat je de confrontatie met het spel op jouw niveau aangaat en daarvoor verantwoordelijkheid neemt. Mijn leven wordt niet door anderen gemaakt. Je moet je eigen feestje maken: daar geloof ik in.”

Zijn alle mensen te helpen?

“Helaas niet. Een depressie kan tot een hels bestaan leiden. Niet bij iedereen kunnen we daar iets aan doen. Dat moet ik als dokter aanvaarden. Bij zinvol arts zijn behoort volgens mij ook dat ik soms moet zeggen: we moeten stoppen. Ik mag geen valse hoop bieden. Bij de aanvaarding van het leven en de pijn daaraan moet je ook accepteren dat je als arts niet almachtig bent. Heeft dat tot gevolg dat de patiënt geen andere uitweg ziet dan levensbeëindiging, dan moet je als arts hem daarbij helpen, met hulp bij zelfdoding of euthanasie, binnen de grenzen van de wet.”

Hoe wilt u zelf sterven?

“Ik wil in één keer dood zijn.”

U wilt geen afscheid kunnen nemen van uw dierbaren?

“Ik wil zo leven dat ik elk moment dood kan zijn. Met name in de relatie met mijn dierbaren – mijn vrouw, mijn kinderen – wil ik zo leven dat er niet per se op het laatste moment nog iets gezegd moet worden, iets verduidelijkt of goedgemaakt. Ik probeer tegenover hen zo transparant mogelijk te zijn. Dit antwoord is natuurlijk een absolute illustratie van het feit dat ik bang ben om te sterven. Ik beveel anderen aan om de confrontatie met de eindigheid aan te gaan, maar heb daarin zelf nog werk te verzetten. De kunst van het sterven moet ik nog leren. Ik ben erg levenslustig, ik wil nog heel veel zien en doen. In die zin moet ik niet aan de dood denken maar ik moet er dus wel aan denken…”

Is de dood voor u een vriend of een vijand?

(Lange stilte). “Het is geen woordspelletje wat ik nu zeg… Ik vind de dood van levensbelang, omdat de dood me dwingt iets met mijn leven te doen wat ik er anders niet mee zou doen. Als je niet wist dat je zou sterven, was er geen urgentie om er iets van te maken. Zonder dood geen leven. De dood een vijand? Nee. De dood kan ook een vriend zijn, een verlossend einde, ruimte maken voor anderen. Doodgaan heeft ook te maken met overgave; iets overstijgt je, je geeft je over, even ben je niet begrensd. Je overgeven, opgaan in het al: ook dat is een diep menselijk verlangen. De dood is voor mij bitter sweet. Ik ben voor een goed bestaan en een goed einde daaraan. Een verklaard tegenstander van de dood ben ik niet, maar ik ben er zelf nog niet klaar voor."

 

Paspoort

Jan Mokkenstorm (Leiderdorp, 1962) is psychiater en directeur van 113Online.

Studeerde medicijnen aan de Rijksuniversiteit Limburg; opleiding tot psychiater en psychotherapeut in de Valeriuskerk in Amsterdam.

Richtte in 2009 de Stichting 113Online op, het nationale platform voor suïcidepreventie.

Geeft leiding aan de afdeling acute behandeling van GGZinGeest in Haarlem.

Schreef: Hoop doet leven. De 113Online Suicide Survival Guide (Boom, 2016).

Winnaar van de Radicale Vernieuwers Award (2014) en van de Ivonne van de Ven-prijs voor bijzondere verdienste (2016)

Woont in Haarlem, is getrouwd met Nicole Kwaks. Samen hebben zij vier kinderen.

 

Meer over suïcide, hulp en preventie op www.113online.nl

Hulplijn: 0900-0113 (gratis, dag en nacht).

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda