FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 17 October 2016 09:36

Zacht sudderend vlees tegen ware weerwolf

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Hollandse Hoogte

Schelden konden Luther en zijn tijdgenoten als de besten. De paus? 'Het opperhoofd van schurken.' Opstandige boeren? 'Doodslaan als een dolle hond.' Joden? 'Nu en voor altijd: weg met hen!'

We leven in een scheldcultuur. Wat een halve eeuw geleden nog hoogst ongepast was, zoals grove taal in het parlement, majesteitsschennis, godslastering en het tarten van het openbaar gezag, lijkt gemeengoed geworden. De nieuwere media maken het mogelijk om ogenblikkelijk en straffeloos de vuilste riolen van de taal open te trekken of iemand te kijk te zetten. En het gebeurt, met walgelijke excessen. Een foto van een verdronken meisje van een vluchtelingenboot op de Middellandse Zee als screensaver op iemands smartphone. Leedvermaak op Facebook over een in Marokko omgekomen Vlaamse adolescent. (Uit protest opende dagblad De Morgen met een zwarte pagina). Of scheldkanonnades tegen de Nederlandse sporters die het in Rio de Janeiro niet tot een Olympische medaille hebben geschopt.

Allerslechtste schurk

Schelden is gewoon geworden en alomtegenwoordig. Dat is dan ook het verschil met andere tijden, toen scheldpartijen niet werden geregistreerd en zeker niet voor een groot publiek bekend gemaakt. Toch is er altijd gescholden, al waren er toen andere, veel tragere media met een geringer bereik. Ik lees op dit moment in de nog niet gepubliceerde dagboeken van theoloog K.H. Miskotte, die het in 1939 in Amsterdam opnam tegen een collega-dominee, een fervente NSB’er. Ging het twistgesprek tussen hen nog in redelijk wellevende woorden, Miskotte werd bestookt met gedrukte pamfletten van ene Uilenspiegel, waarin hij voor alles en nog wat werd uitgemaakt en werd voorzien van een ‘haakneus’ die bij een ‘jodenvriend’ zou passen: “We zullen je straks wel krijgen.” Aan de pamflettenstrijd uit de revolutiejaren in Nederland aan het eind van de achttiende eeuw zijn al talloze studies gewijd – ook die pamfletten liegen er niet om. Toch lijkt het erop dat in de eerste helft van de zestiende eeuw alle sluizen van onwellevendheid geopend werden, in een tijd dat velen in West-Europa de eindtijd verwachtten en het er niet meer toe deed om over politieke en theologische kwesties compromissen te bereiken en vooruitgang te boeken.
Reformator Maarten Luther (1483-1546) kon er wat van: “Jij bent het opperhoofd van de allerslechtste schurken op aarde, priester van de duivel, vijand van God, tegenstander van Christus, verwoester van Christus’ kerken, leraar van leugens, godslasteringen en afgodendienst, aartsdief en –rover, moordenaar van koningen en ophitser tot massaal bloedvergieten, baas van alle bordeelhouders en van alle vergif, zelfs dat wat niet genoemd kan worden, Antichrist, man van de zonde en kind van het verderf: een ware weerwolf.” Deze woorden beet Luther vlak voor zijn dood paus Paulus III toe (Tegen het door de Duivel gestichte pausdom van Rome, 1545).
En zo moest hertog Heinrich van Braunschweig het ontgelden: “Het laat me tintelen van genoegen van hoofd tot tenen, dat door toedoen van mij, arm ellendig mens die ik ben, de Heere God helse en wereldse mensen zoals jij tot waanzin en verbittering drijft, zodat je zult barsten in je boosaardigheid en jezelf in stukken zult scheuren – terwijl ik in de schaduw zit van het geloof en het gebed des Heren en jullie, duivels en hun bent, uitlach en jullie grienen en worstelen in jullie grote woede.” (Tegen Hans Worst, 1541)

Theologische tunnelvisie

Luther was niet de eerste reformator in ons deel van Europa. Tal van anderen gingen hem voor en beijverden zich om de in hun ogen vermolmde rooms-katholieke kerk te vernieuwen en te zuiveren van misstanden. Zij opponeerden soms zachtmoedig en gematigd, maar vaak ook grondig en fel. Menigeen moest zijn verzet met een gewelddadige dood bekopen. Het ging bij al die opstandigheid zelden om kerk en theologie alleen. Vaak was het andersom en kwamen mensen in opstand tegen extreem overheidsgeweld, feodale uitbuiting en armoede. De kerk met haar rijkdom was daarbij het symbool van deze heersersmacht in haar kongsi met feodale heersers en met de wetgevers van die dagen. Opstandelingen spraken de enige universele taal, die van de Bijbel, de geloofsleer, de sacramenten en de kerk. In brave kerkgeschiedenisboekjes wordt de Reformatie weergegeven als een vrome strijd tussen tegengestelde visies op kerk, Bijbel en sacramenten, en verdwijnt de maatschappelijke context van al die botsende bewegingen uit het oog. En zo draagt Johannes Hus, op de brandstapel (1415) ‘rokend als een ketter’, met zijn radicale maatschappelijke program, de beschamende titel ‘voorloper der hervorming’. We zullen die beeldvorming – vooral in het meer orthodoxe protestantse smaldeel van ons land – in het komende herdenkingsjaar nog regelmatig tegengekomen.
In de geschiedwetenschap is dat beeld al tientallen jaren lang grondig bijgesteld. Een belangrijke aanzet daarvoor is – ere wie ere toekomt – gegeven door marxistische historici en filosofen als Karl Kautsky, Friedrich Engels en Ernst Bloch. De studies over de vroege zestiende eeuw van de eerste twee marxisten zitten, gelezen met de ogen van nu, vol feilen en eenzijdigheden, maar ze zijn prachtig: wat een belangrijke correctie van al die apolitieke kerkhistorici met hun theologische en maatschappelijke tunnelvisie! Hoe snel en onterecht is deze radicaal andere benadering van de geschiedenis uit de collectieve tijdsbeleving verdreven en uit de wetenschap weggesneden… Filosoof Ernst Bloch (1885-1977) – bekend van zijn latere grote werk Das Prinzip Hoffnung – schreef al in 1921 een verhandeling over de revolutionaire dominee en aanvoerder in de Boerenoorlog van 1525, Thomas Müntzer. Herlezing van deze geïdeologiseerde hommage aan een revolutionair, dwars tegen alle heersende veroordelingen van de radicale Reformatie in, vertederde me. Een boek, waarin de zo geprezen Luther neergezet wordt als een aartsreactionair, ondanks zijn aanvankelijke Sturm und Drang, en als een vriend van de vorsten, die door de boeren werden uitgedaagd en gruwelijk wraak namen, waarbij Luther stond te applaudisseren.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda