FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 13 October 2016 12:18

Alleen mama kan ons redden

Tekst: David Roelofs Tekst: David Roelofs

De moderne mens leeft in een staat van ontheemding. Vol ongeloof en scepticisme zoekt hij naarstig naar een levensdoel. In een tijd waarin alle idealen ontkracht lijken te zijn, is er volgens David Roelofs behoefte aan een moederfiguur.

In een wereld vol oorlog, aardbevingen en armoede verlang je wel eens naar een vakantie. Een pauze te midden van al het nieuws over menselijke ellende. De jonge Vlaamse dichteres Charlotte van den Broeck beschrijft in haar gedicht Ausflug/Auszug het ultieme vakantiegevoel: We nemen een kamer in een plaatselijke baarmoeder. / Hier kunnen mijn moeder en ik heel even alles voor elkaar betekenen. / Bovendien schrijven we geschiedenis: / niemand ging ooit eerder zo dicht terug naar de oorsprong.

Baarmoedervakantie

In Van den Broecks gedicht betrekt een ik-figuur tijdelijk “een plaatselijke baarmoeder”. Bij wijze van vakantie. Dit jaar geen huisje op Texel maar een uitstapje (Ausflug) naar de bron. De ik-figuur geniet van het feit dat ze even één kan zijn met haar moeder, “even alles voor elkaar betekenen”. Naarmate het gedicht vordert worden er ansichtkaarten geschreven waarop vermeld staat dat het verblijf wat klein was, maar het weer gunstig. In de laatste regels is de thuiskomst in zicht en kijkt de dichteres terug op een aangename vakantie.   De kracht van dit gedicht zit in de erkenning van het verlangen een thuis te willen vinden. In een drukke, onbegrijpelijke maatschappij waarin burn-outs niet langer opvallen, is dit verlangen bekend. Ironisch genoeg vindt de ik-figuur op vakantie een thuis. Eentje die zij na de vakantie moet achterlaten, maar voor korte tijd toch maar fijn bewoond heeft. Het heeft iets weg van de moderne uitspraak om jezelf ‘op te laden’ als je op vakantie gaat zodat je er daarna weer ‘tegenaan’ kan. Volgens mij kan in Van den Broecks gedicht de diepte van dit fenomeen pas werkelijk worden gepeild. De moderne mens heeft niet enkel behoefte aan een fysieke vakantie tussen de werkweken door, het verlangen naar een thuis in de wereld is van veel grotere omvang.

Gemis aan groot verhaal

Hoe is dat verlangen naar een thuisplaats ontstaan? In wetenschappelijke termen wordt dit heimweegevoel gezien als typische uitwas van het laatpostmodernisme. Na de periode waarin de mens bezeten was door ideologieën die de wereld in zijn optimale staat zouden brengen (het modernisme), kwam de tijd waarin al deze idealen reeds waren ontkracht (het postmodernisme). De zogenaamde ‘grote verhalen’ bleken fictief, een betere wereld zou niet tot stand komen door het aanhangen van een zaligmakend Idee. Integendeel, het was beter wat relativisme toe te laten. De ‘kleine verhalen’ waren ook prima en stonden op gelijk niveau. Een mens kan zijn levensdoelen op korte termijn prima bepalen aan de hand van mindfullness-boekjes of het lokale partijprogramma. Het zijn verhaaltjes waar je de dag mee doorkomt. Inwisselbaar, eenvoudig te consumeren, van vrijblijvend karakter.  Deze onverschillige houding is veranderd toen op de lange termijn bleek dat consumentisme, scepticisme en relativisme ook geen antwoord boden op de zinvraag. De behoefte aan een richtsnoer is groot. Als de ‘grote en kleine verhalen’ ons niet vertellen wat we moeten doen, waar moeten we dan voor leven? Dat is de vraag van het laatpostmodernisme. De huidige tijd is er een van ontheemding. Het ontbreekt aan geloofwaardige idealen die een betere wereld beloven en waaraan je actief kan bijdragen. Het ‘ik’ weet niet zo goed wat hij moet doen. Door de globalisering bevind het zich in een diverse wereld die een duidelijk moreel kompas ontbeert. Ja, we mogen van alles en iedereen is even welkom, maar wat we nu precies met elkaar aan moeten is onduidelijk. Sinds het begin van de 21ste eeuw zijn we footloose, verward, ontheemd en bovenal zoekend naar een gemeenschappelijke horizon. We zitten in een zingevingsimpasse.

Politiek patriarch

Pim Fortuyn duidde deze impasse in 2002 al met de zogeheten ‘verweesde samenleving’, een volk dat zonder ideologie, zonder duidelijke moraal, zonder ideeën of maatschappelijk doel maar een beetje rondwandelt. Volgens Fortuyn is deze natie gebaat bij een voorbeeldfiguur die hen opvoedt en de goede kant opstuurt. Er was volgens hem behoefte aan een politieke vaderfiguur dat “streng én barmhartig” is, “ongenaakbaar en begripvol”. Uiteraard zag hij hier een belangrijke rol voor de LPF met zichzelf als politiek patriarch. Met de dood van Fortuyn is ook dit idee van een leidend vaderfiguur te gronde gegaan. Inderdaad blijkt uit een onderzoek van het CBS dat het vertrouwen in de politiek drastisch gedaald is. Twee derde van de Nederlandse bevolking, onder wie een verassend grote groep jongeren, heeft niet het gevoel dat er in Den Haag nog iets voor hen wordt gedaan. Of een politiek vaderfiguur dit vertrouwen zou kunnen herstellen is maar zeer de vraag.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda