FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 12 October 2016 10:06

Heldenschrijn en schandvlek

Tekst: Koen Vossen Tekst: Koen Vossen Beeld: ANP Foto

De Yasukunitempel in Tokio vormt een van ‘s werelds meest omstreden heiligdommen. In dit shintoïstische heiligdom herdenkt Japan alle oorlogshelden sinds 1869, onder wie ook veertien ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers uit de Tweede Oorlog.

Er valt een ongemakkelijke stilte als ik mijn Japanse gastheer en gastvrouw – allebei universitair opgeleide politicologen – vertel dat ik op de laatste dag van mijn verblijf in Tokio de Yasukunitempel wil bezoeken. “Dat is zeker interessant, maar weet wel waar je aan begint”, verbreekt een van hen de stilte. “Het is er heel erg nationalistisch. Soms zijn er ook extreemrechtse betogingen.”

Hypocriete houding

De reactie is, zo begrijp ik later, tekenend voor die van veel jonge, progressieve Japanners. Zij beschouwen de tempel en het bijbehorende museum niet bepaald als het uithangbord van hun stad of land, maar veeleer als een schandvlek. Het monument staat voor hen niet alleen symbool voor het onvermogen van Japan om met het eigen oorlogsverleden in het reine te komen, maar ook voor de hypocriete houding van de Liberaal-Democratische Partij, sinds jaar en dag dé regeringspartij. In 2013 bracht premier Shinzo Abe in navolging van verschillende eerdere LDP-premiers een bezoek aan het heiligdom om zijn respect te tonen aan de gevallen helden van het vaderland, inclusief dus hooggeplaatste militairen uit de Tweede Wereldoorlog. Onder hen ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers als Hideki Tojo, in die tijd de belangrijkste militaire leider van Japan en de architect van de aanval op Pearl Harbor, Iwane Matsui, die als commandant verantwoordelijk was voor de bloedige inname van de Chinese stad Nanking in 1937, en Akiro Muto die
zowel in China als op de Filippijnen wrede terreurcampagnes heeft geleid. Begrijpelijk dat bij ieder bezoek in buurlanden als Zuid-Korea, Filippijnen en China een storm van protest opsteekt vanwege dit volstrekte gebrek aan sensibiliteit.
Vanwege deze gevoeligheden besloot Abe om dit jaar niet de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus bij het Yasukunimonument bij te wonen. Wel stuurde hij een ritueel offer (een gezegende tak) naar de tempel als hommage aan de gevallen helden: zo was hij er dus toch ook weer wel een beetje bij. Elders hield hij een zeer dubbelzinnige toespraak waarin hij in zeer algemene en vage bewoordingen sprak over de vredelievendheid van het huidige Japan maar ook over het grote belang om zich het verleden te blijven herinneren. Welk verleden nu precies hoe herinnerd moest worden bleef echter vaag.

Nationaal-shintoïsme

Daags na mijn gesprek met mijn Japanse vrienden betreed ik nieuwsgierig het complex waarbinnen zich het monument bevindt. Achter de enorme torii, een 25 hoge en 34 meter brede uit staal vervaardigde toegangspoort, gaat een lommerrijk sfeervol park schuil met enkele eettentjes en een kleine markt. Een oase van rust in de snikhete, permanent lawaai uitbrakende megametropool die Tokio is. Van extreemrechtse groepen is in ieder geval vandaag geen spoor te bekennen. Wel word ik bijna omvergelopen door meer dan honderd schoolmeisjes, gekleed in smetteloos wit schooluniform en rieten hoedjes. Blijkbaar zijn tempel en museum nog steeds een populaire bestemming voor schoolreisjes.
In vroegere tijden was een bezoek aan Yasukuni een must voor iedere Japanner.
De tempel gold als belangrijkste heiligdom van het nationaal-shintoïsme of staatsshintoïsme dat tussen 1867 en 1945 de religieuze hoeksteen van de Japanse staat en samenleving was. De oorsprong gaat terug naar de restauratie van 1867-1869, toen keizer Meiji na een aantal bloedige conflicten definitief zijn gezag wist te vestigen. De nieuwe machthebbers zochten naar een manier om Japan te verenigen en te moderniseren. Hun oog viel op het traditionele shintoïsme, een tamelijk los stelsel van animistische rituelen en feesten die gewijd waren aan de natuur en aan tal van goden. Op basis daarvan werd een nieuwe religie gevormd die vrijwel geheel was gebaseerd op de goddelijke status van de keizer en op de grootsheid van de Japanse natie.
Het dienen van keizer en natie gold als het hoogste gebod en zij die daarvoor zelfs hun leven hadden geofferd, dienden dan ook vereerd te worden in een apart heiligdom. En dat zijn er nogal wat, want Japan was vrijwel permanent in oorlog. In het Yaskuniheiligdom zouden maar liefst 2,5 miljoen geesten van gevallen helden wonen, fysiek gesymboliseerd door een papiertje met de naam erop.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda