FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 26 September 2016 09:18

Contemplatieve politiek gevraagd

Tekst: Erik Borgman Tekst: Erik Borgman Beeld: Hollandse Hoogte

"Ik voel mij de laatste jaren vrijwel politiek dakloos", schrijft theoloog Erik Borgman. Politici beloven dat zij in staat zijn het leven beheersbaar en veilig te maken. "Maar het werkelijke probleem is dat ze zeggen te doen wat buiten hun macht ligt. Zo zijn zij niet alleen blind voor de realiteit, maar verspreiden zij deze blindheid." Borgman pleit voor een ander politiek uitgangspunt: het verlangen van mensen naar goed leven.

‘Je moet een van ons willen zijn’, was de kop boven een interview met Malik Azmani eind juli in Trouw. VVD-kamerlid Azmani, kind van een Friese moeder en een Marokkaanse vader, was door de opmaakredacteur tegen de achtergrond van een Nederlandse vlag geplaatst terwijl hij een visje at. Hij verlangde naar meer momenten dat Nederlanders het gevoel konden hebben bij elkaar te horen, zoals hopelijk de Olympische Spelen. Dit soort geluiden hoor je tegenwoordig vaker. Ze maken mij doodsbang. Ik weet ook wel dat het niet in eerste instantie tegen mij gezegd wordt, maar als ‘gewoon’ zijn de norm wordt, ben ik verloren. Ooit werd ik tot tranen toe geroerd door Freek de Jonge, die in een conference zei: “Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Doe toch eens gewohoon!’ ‘Doe nou eens iets bijzonders’, was misschien iets stimulerender geweest!” Er is tegen mij op cruciale momenten gezegd: Jij doet iets bijzonders, ga ermee door want het is misschien belangrijk. Ik hoefde niet bij ons gezin te willen horen, ik hoorde erbij. Dat maakte het mogelijk om iets te doen wat mijn vader, moeder of broers niet konden bedenken, maar wat ze als, ik het deed, als zinvol herkenden. Hetzelfde gold omgekeerd.

Er alleen voor staan

Het lukte niet altijd, maar het idee was dat door wat ieder aan eigenheid inbracht, wij gezamenlijk beter werden. Misschien denk ik daarom wel dat God vooral nieuwsgierig is welk aspect van zijn goedheid in jou, jou en mij aan het licht zal komen en dat stimuleert. “Tot vrijheid heeft Christus ons bevrijd”, schrijft de apostel Paulus in de brief aan de Galaten (5,1). Het is deze vrijheid die ons redt omdat zij nieuwe, ongehoorde dingen mogelijk maakt. Onze redding ligt niet in onderschikking aan welke vorm van vaste identiteit dan ook. Wij maken ons zorgen over het verkeerde. We denken tolerant te zijn, maar als iemand iets afwijkends doet, geloven we dat onze samenleving bezig is uit elkaar te vallen. De ervaring dat we als los zand zijn geworden, komt naar mijn overtuiging echter voort uit ons gevoel dat niemand haar of zijn nek meer uitsteekt. Wij zijn gaan geloven dat niemand meer voor ons opkomt, dat we er alleen voor staan. Dus zoeken de meesten van ons dekking: als ik nu maar hard genoeg laat blijken dat ik ‘een van ons’ wil zijn, dan zal ik in dat ‘ons’ ook wel beschutting vinden. Een enkeling schreeuwt dat hij geen veiligheid nodig heeft. Wat er aan de hand is weet iedereen en de regels zijn duidelijk, tenminste voor ‘ons’, en iedereen die zich niet aan onze regels onderwerpt, moet de consequenties maar ondervinden. Veel dekkingzoekers herkennen zich in zijn woede en zoeken nu dekking in zijn kracht. Zo wordt het ventileren van agressie tegenover anderen teken dat je ‘een van ons’ wilt zijn. Ondertussen voelen we in de door agressie getekende wereld nog angstiger en verweesder. De vraag is hoe het gemakkelijker kan worden nieuwe wegen te verkennen.

Ruimte scheppen

Het verlangen om ‘een van ons’ te zijn wil ik niet koesteren. Omdat ik dan altijd te kort zal schieten, maar vooral omdat dit impliceert dat ik daarmee zou verklaren niet ‘een van hen’ te zijn. Maar ik ben ‘een van hen’! Vorig jaar zei paus Franciscus het wat mij betreft glashelder, toen hij tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten de gezamenlijke vergadering van het Amerikaanse Congres toesprak. Hij borduurde voort op de zogenoemde Gulden Regel, die wordt beschouwd als de grondslag van alle ethiek en die ook door Jezus werd verwoord: “Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jullie behandelen” (Matteüs 7,12). Deze regel, zei de paus, suggereert dat we anderen met dezelfde passie en compassie moeten behandelen als waarmee wijzelf behandeld willen worden. We moeten voor anderen naar dezelfde mogelijkheden als naar die wij voor onszelf nastreven. We behoren de groei van anderen bevorderen zoals ook wijzelf graag door anderen geholpen zouden willen worden. “Kortom: als we zekerheid willen, moeten we zekerheid geven; als we leven willen, moeten we leven geven; als we mogelijkheden willen, moeten we mogelijkheden beschikbaar stellen.” Want we leven niet van grenzen, maar van wat dankzij de ruimte die anderen scheppen voor ons mogelijk is. Die anderen moeten er daarom van ons de ruimte voor krijgen.

Realistisch of wereldvreemd

Dit gaat lijnrecht in tegen wat tegenwoordig voor wijsheid doorgaat. Politiek essayist Paul Scheffer schreef voor de Maand van de Filosofie een boekje met als titel De vrijheid van de grens. Wij zouden grenzen minder met onvrijheid moeten associëren, vindt hij. Buitenhouden van wat zich aan ons voordoet als willekeur en chaos, maakt onze vrijheid mogelijk en beschermt haar. Dat gemeenschap en wederzijdse betrokkenheid en verantwoordelijkheid gebaseerd zijn op uitsluiting, onverschilligheid en zo nodig vijandschap ten opzichte van wat ons bedreigt, is voor Scheffer een paradox die wij maar te accepteren hebben om niet af te stevenen op een oorlog van allen tegen allen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda