FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 14 September 2016 18:06

Ik wil de enige, de liefste zijn

Tekst: Josha Zwaan Tekst: Josha Zwaan Beeld: Hollandse Hoogte

De liefde is onuitputtelijk zeggen we vaak. Maar we gedragen ons alsof ons maar een beperkte hoeveelheid liefde toebedeeld kan worden. Schrijfster Josha Zwaan peinst over ontoereikende, grenzeloze, altruïstische en narcistische kanten van de liefde.

‘Mama, ben ik jouw liefste kind?” Mijn jongste dochter zit aan de keukentafel te tekenen. Haar ogen zijn op het papier gericht waarop ze met grote precisie een paard tekent, haar gedachten leiden blijkbaar een eigen leven, niet of onlogisch verbonden met haar hand, het potlood losjes tussen de vingers.
Het mes waarmee ik de groenten in stukjes snijd zweeft in de lucht. Ik antwoord niet meteen, overweeg redenen waarom deze vraag in haar opkomt. Ze moet mijn aandacht delen met twee broers en een zus. Komt ze tekort? Voelt ze zich niet genoeg geliefd? Is er iets voorgevallen? Razendsnel blader ik door de gebeurtenissen van de afgelopen tijd, maar vind geen aanleiding. Ik loop naar de tafel, ga naast haar zitten en til haar kin omhoog zodat ze naar mij kijkt in plaats van naar het papier. “Soms ben jij mijn liefste kind, soms je zus of een van je broers. Dat wisselt een beetje, toch houd ik van jullie alle vier evenveel.”
“Ik wil altijd jouw liefste kind zijn, ook als ik niet lief doe.” Ze zegt het beslist maar zonder spijt over mijn antwoord. Aan de rustige blik in haar ogen zie ik dat er geen probleem is, alleen in mijn hoofd.

Ik herinner mij hoe ikzelf ooit mijn moeder een soortgelijke vraag stelde: “Mama, wat zou je erger vinden: als ik dood ging of als papa dood zou gaan?” Ik weet nog hoe ik in totale vanzelfsprekendheid verwachtte dat ze mijn dood verschrikkelijker zou vinden dan die van mijn vader. Het antwoord scheurde mij hardhandig los van mijn moeder, die ik tot dat moment nog als deel van mijzelf beschouwde.
“Ik zou heel verdrietig zijn als jij dood ging, maar zonder papa kan ik niet leven, dat zou veel erger zijn.”
Toen ik zelf moeder werd, drong het tragische van deze woorden pas echt tot mij door. Hoe zeer ik de vader van mijn kinderen ook bemin, alleen de liefde voor mijn kinderen is totaal en onvoorwaardelijk.

Concurrentie en afgunst

Het liefste kind, de hartsvriendin, de lievelingsbroer- of zus. Willen we dat niet allemaal zijn? We willen de liefde van onze dierbaren en eigenlijk willen we die niet delen. Zijn we bang dat de liefde dan opraakt? Dat het deel dat naar de ander gaat maakt dat de portie die voor onszelf overblijft kleiner wordt?
Jaren geleden werd een dierbare vriendin ernstig ziek. Ze woonde alleen. Ik overlegde met haar vriendenkring over begeleiding naar dokters en ondersteuning bij huishoudelijke zaken. Ergens in een van die gesprekken ontstond een sfeer van concurrentie. “Ik ben het langst met haar bevriend...”De zin lag er opeens. Alsof er rechten aan ontleend konden worden, ik herkende de Best-Friend-Forever-strijd die mijn dochter levert met haar schoolvriendinnetjes. In vriendschappen is het vrees ik vooral een vrouwending, dit gevecht. Maar in de liefde? Als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Aldus de apostel Paulus, in zijn eerste brief aan de christenen van Korinte. Zonder de liefde is het leven leeg en zinloos. Liefde is wat ons voortdrijft, motiveert, optilt tot prestaties en onzelfzuchtig mededogen. En toch, kijken we naar het vervolg van Paulus woorden: De liefde is lankmoedig en goedertieren, de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in, dan blijkt de realiteit te wringen met wat volgens hem de essentie van liefde is. We ervaren het allemaal: liefde doet ons tot grote hoogte stijgen maar brengt ons ook tot gruwelijke daden. Wie kent niet het verhaal van koning Salomo die de liegende vrouw ontmaskert door te dreigen het kind waarover gevochten wordt in tweeën te delen. De echte moeder heeft nog liever dat het kind naar de andere vrouw gaat, dan dat het sterft. Zij kiest voor het leven van het kind en niet voor haar eigen belang. Ik weet niet of de ouders die zichzelf de afgelopen jaren samen met hun kinderen om het leven brachten deze bijbelvertelling kenden; in ieder geval hebben zij de strekking niet begrepen. Mijn leven kapot, dan het jouwe ook, de moeder die haar kind al verloren had, koos voor deze optie. Het verhaal heeft niet aan actualiteit ingeboet. De liefde is niet afgunstig. Met de afgunst lost de liefde op in het niets. De mens die veel verloren heeft, verliest blijkbaar soms het vermogen tot liefhebben. In ieder geval volgens de definitie die Paulus hanteert.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda