FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 08 September 2016 12:31

Rembrandt, de tekenaar vertelt

Tekst: Nico Keuning Tekst: Nico Keuning Beeld: Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Neerlandicus en schrijver Nico Keuning werkt aan een boek over Rembrandt. Heeft Rembrandt ons dan literair werk nagelaten? Nee, natuurlijk. Rembrandt was een meester met de tekenpen, de etsnaald en de schilderskwast. Maar, aldus Keuning, het werk van de tekenaar komt daarin met het werk van de schrijver overeen dat beiden bezig zijn met vertellen. Rembrandt was volgens hem een geniaal verteller.

Van Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606-1669) zijn slechts zeven brieven bewaard gebleven. Zakelijke brieven, twee uit 1636 en vijf uit 1639, aan Constantijn Huygens, erudiet en wellevend kunstverzamelaar, secretaris en adviseur van stadhouder Frederik Hendrik. Geen brieven met persoonlijke ontboezemingen, maar kattenbelletjes met korte mededelingen over de verkoop van schilderijen aan het hof. Bijzonder is natuurlijk dat we dankzij deze brieven zijn sierlijke handschrift kennen dat bovendien als vergelijkingsmateriaal dient voor inscripties op tekeningen om de eigenhandigheid ervan vast te kunnen stellen: een Rembrandt, of niet.

Menselijke dramatiek

De inscripties vertellen in het algemeen in het kort wat er op de tekening te zien is: een vrou wijst op [e]en jonck kint’, of ‘een kindeken met een oudt jack op sijn hoofdken. Soms is er op de achterkant (verso) van de tekening iets geschreven, zoals op Water door bomen omgeven. Op de achterkant heeft Rembrandt in rood krijt een notitie gemaakt over de bereidingswijze van olie alsof het een recept betreft: etsen witt en teerpentijnolij toe de helf teerpentijn tesaemen in een glaese flesken gedaen en flesken in siede[nt] waeter een hal[f] [uu]r laten kooken. Een andere keer vermeldt de inscriptie een journalistiek feit, zoals de prijs die voor een schilderij is betaald tijdens een kunstveiling. Rembrandt maakte een schets van het schilderij Portret van Baldassare Castiglione van Rafaël dat in Amsterdam in 1639 werd geveild. Op de tekening die Rembrandt naar het schilderij maakte, heeft hij in de rechter bovenhoek geschreven: verkoft voor 3500 gulden. Slechts een enkele keer schemert er iets van zijn geest door in een subtiel commentaar. Zoals in de inscriptie op de tekening Zittende man. Een man die geconcentreerd zit te schrijven, of te rekenen. Linkerhand onder de kin. In bruine inkt schreef Rembrandt: hebt u niet te doen medt deesen rechtveer dijgen. Kennelijk voelde hij mededogen met deze punctuele man die zijn hersens pijnigt. Zo’n opmerking brengt ons iets dichter bij de kunstenaar. Maar in het algemeen komen we uit de teksten van Rembrandt niets over hem te weten. Rembrandt vertelt in zijn etsen, zijn schilderijen en in zijn tekeningen. We leren hem kennen door de manier waarop hij taferelen schetst, houdingen en gezichten afbeeldt. Hierdoor laat zijn hand niet alleen zijn geniale meesterschap zien, maar diezelfde hand verraadt ook iets van de geest van de maker: zijn inlevingsvermogen, zijn gevoel, zijn humor. Tekenen is een vorm van vertellen. En een verteller als Rembrandt heeft personages nodig, menselijke figuren die een rol spelen in historische vertellingen, verhalen uit de mythologie, maar vooral in bijbelverhalen. Peter Schatborn, Rembrandt-kenner en voormalig hoofd van het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam schrijft in Rembrandt, De Meester & zijn Werkplaats (1992): “Uit de wijze waarop hij [Rembrandt] bijvoorbeeld Christus die valt onder het kruis (Kupferstichkabinett, Berlijn) heeft uitgebeeld blijkt zijn gevoel voor dramatiek.” Hij heeft ook een vallende Maria getekend. De ‘koppen’ op de tekening vormen qua compositie een ovaal. “Door het verhaal als menselijk drama op te vatten”, schrijft Schatborn, “werd de voorstelling een van de meest aangrijpende van het lijden van Jezus.” De figuren zijn schetsmatig afgebeeld. Maar in de beperking toont zich de meester, want het geheel vormt een levendige scène met levende personages. Het gezicht van Jezus is nauwkeuriger uitgewerkt en geaccentueerd, evenals de uitdrukking van Maria en de ontzette blik van de figuur rechtsboven die de gevallen Maria te hulp wil schieten.

Heel verhaal

Ook in minder dramatische verhalen weet Rembrandt op een indringende manier de menselijke gevoelens weer te geven. Soms tekent hij één moment uit het verhaal, soms verwijst hij met ‘motieven’ naar eerdere of latere momenten. Deze vorm van vertellen dateert uit de middeleeuwen. “Rembrandt is een van de laatste kunstenaars die op een dergelijke wijze te werk is gegaan”, schrijft Schatborn. Een mooi voorbeeld van zo’n vertelling in scènes is de tekening Drie schetsen van de verloren zoon en een vrouw (Berlijn). Er is een scène gedeeltelijk afgeknipt, die in het midden, waarin de jongen handtastelijk wordt. In de tweede scène linksonder, duwt de vrouw de tastende hand van de jongen tussen haar benen weg en met de andere arm dreigt ze hem een elleboogstoot te geven. In de derde scène heeft de vrouw zich met een glimlach aan de jongen overgegeven. Hij kijkt ons met een triomfantelijke grijns aan, terwijl zijn hand tussen haar benen duistere handelingen verricht.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda