FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 05 September 2016 09:30

Nederland worstelt met democratische vernieuwing

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: ANP Foto

De Nederlandse democratie is min of meer in de negentiende eeuw blijven steken. “We moeten op zoek naar een intelligentere manier dan een verkiezing om mensen mee te laten meepraten”, oordeelt onderzoeker Harmen Binnema. Intussen groeit in de samenleving de kloof tussen hoger- en lageropgeleiden. De opkomende diplomademocratie maakt de noodzaak van verandering alleen maar groter.

In een vorig leven was Alexander Pechtold minister van Bestuurlijke Vernieuwing. Zijn partij D66 ijvert er al sinds haar oprichting voor om de verstofte lakens van de Nederlandse democratie eens op te schudden. En in 2003 kreeg de partij, onder toeziend oog van toenmalig premier Balkenende, een heuse ministerspost om die gekoesterde ambitie gestalte te geven. Maar eenvoudig ging het niet. Pechtolds voorganger Thom de Graaf had de moed opgegeven toen zijn idee voor een gekozen burgemeester – die er al is in bijna alle ons omringende landen – van tafel werd geveegd in de Eerste Kamer. Pechtold nam zijn plaats in en stelde onder meer het Burgerforum Kiesstelsel in: onder leiding van televisiemaakster Jacobine Geel gingen honderdveertig uitgelote burgers met elkaar in conclaaf over, onder meer, een vernieuwing van de landelijke verkiezingen. Hun belangrijkste advies werd om voorkeursstemmen meer gewicht te geven in de samenstelling van de Tweede Kamer. Dat eindresultaat arriveerde in november 2006 in Den Haag. Maar tegen die tijd was ook Alexander Pechtold alweer verdwenen, en daarmee het politieke momentum. Uit onvrede over het immigratiebeleid van VVD-minister Rita Verdonk was D66 uit het kabinet gestapt. Het daarna gevormde vierde kabinet-Balkenende gaf in 2008 een vriendelijk, maar dodelijk antwoord op het Burgerforum: “Het huidige kabinet heeft waardering voor de inspanning van het Burgerforum, maar ziet op dit moment onvoldoende aanleiding tot wijziging van het kiesstelsel.” Het advies verdween onderin de la, zo niet de versnipperaar.

Zwak instrument

Toch was daarmee niet alle democratische vernieuwing verdwenen. Op de achtergrond werd in de Tweede Kamer al jarenlang gewerkt aan een wet voor een raadgevend referendum. Eén van de bedenkers was D66-Kamerlid Boris van der Ham, die optrok met collega’s van PvdA en GroenLinks. In 2015, na tien jaar, was die nieuwe referendumwet een feit. En begin 2016 kon de Nederlandse bevolking meteen stemmen over het reeds door premier Rutte ondertekende EU-associatieverdrag met het in burgeroorlog verkerende Oekraïne. De opkomstdrempel van 30 procent werd net gehaald. Ruim zestig procent van de mensen in de stemhokjes wees het politieke handelsverdrag van de hand. “Voor mij was dit echt een dieptepunt”, zegt Yvette Jeuken van Netwerk Democratie, een club uit Amsterdam die al jaren de democratie probeert te vernieuwen. “Ik vind het dubbel”, zegt ze. “Het is op zich goed dat er een politiek moment gecreëerd wordt dat je iets kunt zeggen over dingen waar je je als burger ernstig zorgen over maakt. Maar dit instrument is te zwak om iets te bewerkstelligen, alleen al door de plek die het inneemt in het besluitvormingsproces. Het referendum kwam helemaal aan het eind van de rit, toen veel landen het verdrag al geratificeerd hadden.” Daarnaast, zegt ze, is zo’n complex vraagstuk niet met een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden. Bovendien was de uitslag moeilijk te interpreteren. Dat kwam deels door de opkomstdrempel van dertig procent, die afdwingt dat mensen ook met hun voeten stemmen door niet naar het stemlokaal te komen.

Scheefgroei

Toch moet er iets veranderen in onze democratie, zo lijkt het. Burgers moeten op meer manieren een stem krijgen in hoe hun land bestuurd wordt, betoogt de Belgische journalist en historicus David Van Reybrouck in zijn boek Tegen verkiezingen (2012). Daarin hamert hij op de noodzaak daarvan: de opkomst tijdens verkiezingen is laag, politieke partijen hebben nauwelijks nog leden en politici worden diep gewantrouwd. In een democratie moet altijd een balans gevonden worden tussen legitimiteit en efficiëntie, beschrijft Van Reybrouck. De politiek moet het volk zo goed mogelijk vertegenwoordigen, maar tegelijk haar slagkracht behouden. Vooral die legitimiteit staat onder druk, doordat er een kloof ontstaan is tussen kiezers en gekozenen. Die kloof ziet Anchrit Wille ook. Zij is bestuurskundige aan de Universiteit van Leiden en samen met collega Mark Bovens schrijfster van het boek Diplomademocratie (2011), gebaseerd op een onderzoek dat ze nog steeds verder uitwerkt. Volgens artikel 50 van de Grondwet moeten de Eerste en Tweede Kamer ‘het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen’, schrijven zij. Het probleem is alleen dat het parlement nog nooit zo vol hogeropgeleiden zat als nu. De verhouding met de totale bevolking is volkomen scheef: hoewel van de kiezers tien procent academicus is, geldt dit voor tachtig procent van de Kamerleden. In iets mindere mate zit dezelfde scheefgroei in de gemeentebesturen en –raden. Dit is een groot probleem, zegt zij: onderzoek wijst uit dat lageropgeleiden aanzienlijk minder dan hogeropgeleiden vertrouwen in de politiek hebben, maar ook in hun eigen invloed op die politiek. Daar komt bij dat zij vaak andere vraagstukken van belang vinden: Kamerleden over de hele breedte zijn liberaler en progressiever dan een groot deel van hun achterban, en optimistischer over zaken als de Europese integratie en de multiculturele samenleving.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda