FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 29 August 2016 18:21

Schilderen tegen oorlog en terreur

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden

Het werk van Pablo Ruiz y Picasso (1881-1973) wordt in verschillende ‘perioden’ ingedeeld. Volgens sommigen was elke volgende stap in Picasso’s ontwikkeling verbonden met de ontmoeting met een nieuwe geliefde. Anderen wijzen de stand van planeten en sterren aan als veroorzakers van deze wendingen of verklaren die zelfs uit verschillende prenatale fases van de kunstenaar als feut in 1881. Hoe dat ook zij, wonderlijk is wel dat twee kunstenaars onafhankelijk van elkaar ‘anders’ gingen schilderen en zo een nieuwe tijd inluidden. Het overkwam Pablo Picasso en Georges Braque (1882-1963), die in 1907 het kubisme ‘uitvonden’. Zij werkten tegelijkertijd aan Les Demoiselles d’Avignon en Le Viaduc de l’Estaque, die gelden als startpunt van het kubisme en de inauguratie van de abstracte schilderkunst.

Kubisme is de verdichting van een idee, namelijk dat je in één schilderij voorwerpen, mensen, landschappen vanuit een verschillende invalshoek kunt bekijken en die observaties samen kunt afbeelden. Het is ook de verdichting van een ander idee, namelijk dat alle weergave van de werkelijkheid terug te voeren is tot geometrische vormen als kubus, bol, cilinder en kegel.
Zulke stijlbreuken komen niet uit de lucht vallen, maar dat twee vooraanstaande schilders ze onafhankelijk van elkaar voltrekken is wel bijzonder. Braque en Picasso bleven zelfstandig schilderen, maar hielden lange tijd contact met elkaar over de ontwikkeling in hun werk. Braque heeft de beginjaren van het kubisme en zijn verbondenheid met Picasso mooi omschreven: “Het was alsof we met een klimtouw verbonden waren op een berg.”

Picasso’s levenswandel en schilderijen hebben altijd tot de verbeelding gesproken. Hij leefde het stereotiep geworden romantische kunstenaarsleven: begonnen in armoede, plotseling succes, bij leven al wereldberoemd en rijk geworden, vrouwenverslinder en bohémien, onafhankelijk kunstenaar, antifascist en communist. Picasso was levenslang tegenstander van het regime van Franco in zijn geboorteland en lid van de communistische partij van zijn tweede vaderland Frankrijk van 1944 tot 1971. De Sovjet-Unie onderscheidde hem twee keer met de Leninorde. Hij streed overigens niet in de politieke loopgraven en laadde de verdenking op zich salonsocialist te zijn. Zijn rivaal Salvador Dalí zei eens: “Picasso is schilder, ik ook. Picasso is Spanjaard, ik ook. Picasso is communist, ik ook niet.”
Eén keer schilderde hij in opdracht. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog, in 1937, vroeg de republikeinse regering van Spanje hem om een groot schilderij voor het Spaanse paviljoen op de Wereldexpo van Parijs, later in het jaar. Picasso maakte op zijn Parijse bovenkamer schetsen over zijn moeizame persoonlijke leven en relaties. Het doek moest diagonaal in zijn atelier opgesteld worden, anders paste het niet. Daar draait een kubist zijn hand natuurlijk niet voor om. Op 26 april 1937 veranderde Picasso radicaal van thema. Op die dag werd het Baskische stadje Guernica gebombardeerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Het angstaanjagende schilderij, 3,5 bij 7,5 meter in zwart, wit en grijstinten, kreeg al spoedig grote bekendheid. Picasso maakte een schilderij, maar ook een statement, een J’accuse. In de traditie van zijn landgenoot Goya met zijn Desastres de la Guerra werd de Guernica hét anti-oorlogsmonument in de geschiedenis van de schilderkunst. Er is een anekdote dat Picasso tijdens de Duitse bezetting van Parijs bezoek kreeg van enkele Duitse officieren. Zij wezen naar het grote doek en vroegen: “Haben Sie das gemacht?” Picasso antwoordde: “Nein, Sie.”

Het schilderij ging op rondreis door Europa, was in 1954 nog even te bewonderen in het Amsterdamse Stedelijk Museum en kwam uiteindelijk terecht in het MoMa in New York. Picasso wilde dat het na de val van het bewind van Franco, die hij niet meer mocht meemaken, terug zou keren naar Spanje. Dat gebeurde op zijn honderdste geboortedag in 1981.Het is nu te zien in het Museo Reina Sofía in Madrid. Ook Catalonië, Andalusië – Picasso werd geboren in Málaga – en vanzelfsprekend Baskenland wilden het graag hebben, maar het ging toch naar Madrid.
In 1907 werd een grens verlegd in de schilderkunst, dertig jaar later werd een grens overschreden door het eerste terreurbombardement uit de moderne geschiedenis. Picasso was erbij.

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda