FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 24 August 2016 12:12

'Je staat met lege handen. Daar moet je tevreden mee zijn'

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Jedi Noodegraaf

Het laatste artikel van de christelijke geloofsbelijdenis is misschien wel het moeilijkste: geloven in 'het eeuwige leven'. Mensen denken over eeuwigheid als een vorm van onsterfelijkheid. Maar die vallen volgens theologe Maaike de Haardt niet samen. "Eeuwigheid is een kwaliteitswoord, geen aanduiding van plaats of tijd." Laatste aflevering in een reeks van twaalf gesprekken over het credo.

‘Sommige religiewetenschappers menen dat het populaire religieuze antwoord op de dood, te weten: de ontkenning van eindigheid in de vorm van een perspectief op eeuwigheid, onsterfelijkheid of leven na de dood, het meest kenmerkende van religie is. (…) Ook in de christelijke traditie speelt de overtuiging dat het leven met de dood niet ophoudt een grote rol. Sterker nog, het leven na de dood is het ware leven, zo leerde ik als kind. Daar, in het hiernamaals en voor eeuwig bij God, ligt de uiteindelijke bestemming van de mens.” In haar boek over alledaagse religie, Raam op het zuiden (2013), laat theologe Maaike de Haardt zien dat deze religieuze focus op de eeuwigheid wat haar betreft het besef van (goddelijke) aanwezigheid, van een sense of presence, in de weg staat. Het thema ‘eeuwigheid en sterfelijkheid’ houdt haar al bezig sinds ze werkte aan haar proefschrift, Dichter bij de dood uit 1993. Maaike de Haardt (61) is sinds 1999 hoogleraar Religie en gender op de Catharina Halkes-leerstoel aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Haar wetenschappelijke belangstelling geldt vooral hedendaagse cultuur en religie.

Hebben aloude teksten als die van het credo u vandaag de dag nog iets te zeggen?

“De geloofsbelijdenis was een vast onderdeel van de mis en vooral het gezongen credo vind ik nog steeds prachtig. Ik kom uit Nijmegen en ben rooms-katholiek opgevoed. Je weet als kind niet wat die tekst betekent, maar de kracht van de vorm, het opstaan en knielen, de melodie maakten op mij een onuitwisbare indruk. Klankkleur, sfeer, cadans maak je je in je lichaam eigen en zijn vaak belangrijker dan de inhoud. Betekenis kan ook in je lichaam zitten. Ik liet aan het begin van een college over het credo eens de gezongen versie horen. Het raakte geen enkele snaar bij de studenten. Hun generatie is volstrekt anders opgegroeid dan die van mij, dan valt het kwartje niet.”

En die woorden dan, die al eeuwenlang worden herhaald? Hebben die nog betekenis?

“Het is toch mooi om oude woorden te blijven uitspreken? Dat doen we ook met de evangelieteksten. Het wordt pas problematisch als je jouw benadering beschouwt als de enige manier om ze uit te leggen of als je het credo beschouwt als de enige manier om de inhoud van het christendom uit te spreken. De tekst van het credo was al omstreden toen hij werd opgesteld en elke generatie is bezig deze geloofsbelijdenis opnieuw uit te leggen in de context van haar eigen tijd. Het is uitdagend om erover door te denken. De woorden hebben natuurlijk ook mensen kwaad aangedaan. Ze hebben ze soms louter in negatieve zin onthouden. Zoals een dementerende vriendin mij vroeg of die ziekte haar eigen schuld was, een straf voor haar zonden. Zo was zij gesocialiseerd. Dan kunnen zulke oude woorden mensen kapotmaken.”

Waar kwam uw belangstelling voor sterven en onsterfelijkheid vandaan toen u zich in de jaren negentig daarin ging verdiepen?

“Ik vond het steeds merkwaardiger dat er in de theologie zoveel over een leven na de dood werd gesproken en zo weinig over de dood zelf. We gaan allemaal dood, het is niet anders. Waarom vinden theologen en filosofen sterfelijkheid dan zo’n probleem? In het Oude Testament is onsterfelijkheid een thema dat pas heel laat opduikt. De toen populaire theoloog Jacques Pohier schreef over de merkwaardige opvatting van de dood als toegangsbewijs voor het hiernamaals en stelde dat die gedachte afleidt van de betekenis van het leven hier en nu. De feministische kritiek paste daar goed bij. De belofte van een leven na de dood heeft lang als doekje voor het bloeden of als zoethoudertje gefunctioneerd. Bestaand onrecht is ermee verdoezeld. Dat gerechtigheid pas in het eeuwige leven zal worden gerealiseerd, heeft veel maatschappelijk verzet al in de kiem gesmoord. Dat mensen moeten sterven, dat de dood bij het leven hoort, wordt in bijna al het denken over leven na de dood genegeerd of zelfs opgeheven. Sterven en dood worden opgevat als een fundamenteel tekort, als een falen dat eigenlijk niet zou mogen bestaan. Waarmee sterven en dood theologisch in het domein van schaamte, schuld en verlegenheid worden getrokken.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda